Lotus Esprit

De Lotus Esprit werd gebouwd door Lotus tussen 1976 en 2004. Het ontwerp werd voor het eerst getoond op de Autosalon van Turijn in 1972 als een concept car en was gebaseerd op een uitgerekt Lotus Europa chassis. Designer Giorgetto Giugiaro’s was verantwoordelijk voor dit hoekige ontwerp en de Esprit zou oorspronkelijk ‘Kiwi’ gaan heten, echter wilde men niet breken met de Lotus traditie van het hebben van alle modelnamen beginnend met een ‘E’ en dus werd de naam uiteindelijk ‘Esprit’.

 

lotus esprit model

Foto: Italdesign Giugiaro

Model van de eerste Esprit

 

Tegen het einde van de jaren zestig bouwde het Britse Lotus vier auto’s: de Zeven, de Elan, de Elan +2 en de Europa. Daarnaast was het merk met succes bezig in de Formule Een. De vier modellen leverden echter weinig op en oprichter Colin Chapman besloten dat het bedrijf een treedje hoger moest in het modellen-gamma. Nieuw benoemd technisch directeur van Lotus Tony Rudd kwam in 1970 met plannen voor de ontwikkeling van twee nieuwe modellen: een coupé met de motor voorin met codenaam M50 en de M70 met een centraal geplaatste motor als vervanger voor de Europa.

 

Lotus had een beperkt budget, dus werd besloten dat de auto met de meer betaalbare motor voorin, die de Elite, voorrang zou krijgen als dit goed zijn voor de omzet. Intussen werd de Europa voortgezet, uitgebreid met een S2-serie met een nieuwe 1558cc, 105 PK Lotus-Ford twin-cam motor die de 82 PK sterke 1470cc Renault unit verving. De laatste Europa Special-modellen hadden de 126 PK sterke ‘Big Valve’ versie van de twin-cam motor, en een vijf-versnellingsbak wat zorgde voor een topsnelheid van 190 km/u en een sprint naar de 100 km/u in 6,5 seconden. Maar wat nog belangrijker was dan het opschroeven van de prestaties van de nieuwe auto was het aanpassen van de vormgeving van het model.

 

Lotus esprit schetsen

Schetsen van de Esprit.

 

Lotus baas Colin Chapman had het ontwerp van de M70 toevertrouwd aan Giorgetto Giugiaro, die inmiddels bij Fiat, Bertone en Ghia wel had bewezen dat hij met een designpotlood overweg kon voordat hij zijn eigen studio, Italdesign, startte in 1968. Chapman noemde het project een speciale body Europa in dat stadium. Het zilveren prototype dat werd onthuld op de Italdesign stand op de Autosalon van Turijn 1972 werd steeds een styling oefening genoemd, maar kreeg ook al de naam ‘Esprit’, en het was ook al bekend dat de nieuwe auto 907-motor van Lotus zou gaan krijgen.

 

Het model werd gebouwd op een verlengd en verbreed stalen chassis van de Europa, met een langere wielbasis. Giugiaro had dat jaar al een model met middenmotor onthuld: de Maserati Boomerang. Gebaseerd op het chassis van de Bora die Giugiaro ook had ook ontworpen gaf dit model al aan welke richting hij met zijn styling op zou gaan voor de Esprit. Het definitieve ontwerp voor de M70 werd getekend in de tweede helft van 1973 waarbij sommige details van het op de Europa gebaseerde prototype de productie niet haalden, zoals de twin ruitenwissers en de louvres achter de neus.

 

Lotus Esprit

Lotus Esprit.

 

Lotus was in 1966 al begonnen met de ontwikkeling van de Type 907 motor met het idee om een eigen twee-liter motor te produceren en daarmee minder afhankelijk te worden van Ford voor zijn twin-cam motor. De motor had twee bovenliggende nokkenassen, een aluminium legering kop en blok en kon er zo’n 150 PK uit persen. Het schuine viercilinder-ontwerp betekende dat het zou kunnen passen onder vlakke motorkappen en dat er ook een V8 van te maken was. Lotus werkte samen met Vauxhall, die ook bezig waren met een gietijzeren motor van een vergelijkbaar type. De eerste 2,0-liter racemotoren, genaamd Type 904, lagen in de Lotus 62 racewagens. Na een paar laatste proeven was de productieversie van de 907-motor klaar.

 

Echter waren zowel de Europa als de Elan beiden te klein om de nieuwe motor te kunnen krijgen en in die tijd waren de M50 en M70 nog niet van de grond gekomen. Dit deed Chapman besluiten om in 1971 een deal te tekenen in 1971 met de nieuwe eigenaar van Jensen, Kjell Qvale, om de Type 907, voorzien van dubbele Dellorto of, in de VS, Zenith Stromberg carburateurs te leveren voor de Jensen-Healey. In dit model leverde de motor 140 PK, echter waren er problemen met de olietoevoer naar de pompen.

 

lotus esprit interieur

Interieur van de Lotus Esprit.

 

De Renault vijftraps transaxle-bak die werd gebruikt in de Europa kon het vermogen en koppel niet aan en dus week Lotus uit naar een ander exemplaar afkomstig van Citroën: de vijfversnellingsbak gebruikt in zowel de Citroën SM coupé als de Maserati Merak. De voorwielophanging van de Esprit werd afgeleid van de Opel Ascona. Andere ingekochte componenten waren bijvoorbeeld de deurgrepen van de Morris Marina. Het eerste productie prototype werd in januari 1975 gereden op de luchthaven van Heathrow door Chapman bij zijn terugkeer van de Argentijnse Grand Prix.

 

Giorgetto Giugiaro Colin Chapman prototype Esprit

Foto: Italdesign Giugiaro

Giugiaro en Chapman met het eerste prototype van de Esprit.

 

lotus esprit james bond

Het model kreeg extra bekendheid door zijn rol als sportieve onderzeeër in de James Bond film ‘The Spy who loved me’.

 




Garages en specialisten

Clubs, fora en verenigingen


Ook interessant