Bugatti

Bugatti is een historisch automerk met grote faam. Het merk werd bekend door zijn snelle, dure en exclusieve wagens. De merknaam is in 1998 voor 100 DM in handen van Volkswagen gekomen.

 

 

Geschiedenis van Bugatti

In 1909 vestigde Ettore Bugatti zich als zelfstandig autobouwer in het toenmalig Duitse Molsheim bij Straatsburg. Ettore had al behoorlijk wat ervaring in het ontwerpen en bouwen na gewerkt te hebben bij Mathis, De Dietrich en Deutz AG.
De serieproductie begon met model Type 13. In datzelfde jaar ontwierp Ettore Bugatti ook de Peugeot BéBé.

 

In de jaren voor de Eerste Wereldoorlog werd een viertal modellen met viercilinder motoren gebouwd. In 1913 ontwierp Ettore zijn eerste prototype met een 8 cilinder motor door ‘simpelweg’ twee vier cilindermotoren aan elkaar te koppelen.

 

In 1922 verscheen de Bugatti type 30 met een acht cilindermotor. Bij de Grote Prijs van Lyon twee jaar later, introduceerde Ettore Bugatti de Type 35 met een acht cilindermotor. Het Type 35 was een opvallende verschijning door het ontwerp maar ook door de . Niet alleen vanwege zijn prachtige vormgeving maar ook door de speciale achtspaaks aluminium wielen. Dit vernieuwende ontwerp met geïntegreerde remtrommel was een sensatie. Op basis van dit model ontstonden vele varianten, zoals de 35C met compressor, de 35T met 2,3 liter-motor, de 35B met 2,3 liter-motor met compressor. Daarnaast verscheen er een eenvoudigere versie op de markt in de vorm van de 35A. Deze had de motor van het Type 30 en spaakwielen in plaats van de befaamde aluminium wielen. Deze versie kreeg de bijnaam Tecla, naar de namaakparels die destijds te koop waren. In de loop der jaren verschenen verdere op basis van het Type 35 ontwikkelde racers, zoals het Type 51, met dubbele bovenliggende nokkenassen en het Type 54.

 

In de normale toerwagens leverde Bugatti onder andere het Type 44 (3000 cc) en Type 46 (5300 cc). De klant kon kiezen of hij de carrosserie van de fabriek wilde, of koetswerk wilde laten bouwen door andere carrossiebouwers.

 

Voor de rijken der aarde werd de enorme Bugatti Royale Type 41 geïntroduceerd met een cilinderinhoud van whopping 12.763 cc, een wielbasis van 4,32 meter en een gewicht van meer dan 3000 kg. Van deze auto zijn er maar een zestal (inclusief het prototype) geproduceerd. De auto was bedoeld voor de gekroonde hoofden van Europa, en werd commercieel gezien een flop. Koning Alfonso XIII van Spanje had interesse maar werd onttroond voordat hij een bestelling kon plaatsen. Van de zes gebouwde Royales wist Bugatti er drie te verkopen. De eerste werd verkocht aan een Franse textielmagnaat, Armand Esders. Deze auto had een prachtige roadstercarrosserie naar ontwerp van Jean Bugatti, zonder koplampen omdat de heer Esders nooit in het donker reed. De tweede Royale werd verkocht aan de Duitse gynaecoloog Dr. Fuchs en door Weinberger in München van een cabrioletcarrosserie voorzien. De laatste Royale werd verkocht aan de Engelse kapitein Foster. Deze liet er door Park Ward een salooncarrosserie op plaatsen.

 

Type 55 werd het platform voor de, tot aan het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog geproduceerde, Type 57. Dit type werd onder leiding van Ettore’s zoon Jean ontwikkeld en veranderde de strategie van het bedrijf. Terwijl er voorheen meerdere verschillende modellen naast elkaar geproduceerd werden, zou vanaf 1934 alleen nog maar het Type 57, uiteraard wel in verschillende vormen, te koop zijn. Het Type 57 was een sportwagen met 3257 cc met dubbele bovenliggende nokkenassen. De 57 was in verschillende varianten leverbaar naast de “standaard” uitvoering, zo was er een 57C met compressor, een 57S met een lager en ingekort chassis (en een V-vormige grille) en natuurlijk de 57SC, sportchassis met compressor.

 

In 1947 overleed Ettore Bugatti en na de productie van nog een paar Bugatti T 101’s (op basis van de T57) werd de fabriek overgenomen door Hispano-Suiza, die de fabriek ombouwde tot fabriek van onderdelen voor vliegtuigmotoren.

 

De Bugatti’s waren een kunstzinnige familie. De familie telde onder andere meubel- en interieurontwerper Carlo (Ettore’s vader) en Ettore’s broer Rembrandt was beeldhouwer: het beeldje van de olifant op de radiatordop van de Royale was van zijn hand. Ettore’s zoon Jean had de hand in menig carrosserieontwerp voor de Bugatti’s (onder andere op basis van de T50, de z.g. “Profilé”-stroomlijncarrosserie en de ‘Atlantic’-Sportcoupé op basis van de T57SC). Hij had waarschijnlijk zijn vaders werk kunnen voortzetten, en het merk kunnen redden, als hij niet in 1939 bij het testen van het type 57G voor een race om het leven kwam.




Garages en specialisten

Clubs, fora en verenigingen


Ook interessant