Skoda Rapid

De naam Rapid werd voor het eerst gebruikt voor een model dat werd gebouwd tussen 1934 en 1947. In 1984 kreeg de opvolger van de Škoda Garde wederom de naam Rapid en ook in 2011 werd de modelnaam opnieuw ingevoerd en in 2012 kwam de naam weer naar Europa.

 

In de jaren dertig verscheen er een nieuwe lijn auto’s van Skoda die aanzienlijk verschilde van eerdere modellen. Een nieuw chassisontwerp met ruggengraatbuis en rondom onafhankelijke wielophanging was ontwikkeld onder leiding van hoofdingenieur Vladimír Matous en was een afgeleide van de eerder door Hans Ledwinka bij Tatra geïntroduceerde uitvoering. Dit chassis werd voor het eerst gebruikt bij op de Škoda 420 Standard in 1933 en moest zorgen voor een betere torsiestijfheid, iets wat het eerdere ladderchassis niet kon brengen. De 420 Standard kwam op de markt als een tweedeurs sedan, Roadster en driedeurs stationwagen. Onder de motorkap lag een watergekoelde 20 PK sterke viercilinder viertakt zijklepmotor van 995 cc. Een jaar later kwam de 420 Rapid op de markt, ook wel de 421 genoemd, met een 1195 cc motor die 26 PK leverde en zorgde voor een topsnelheid van 90 km/u. De Rapide was leverbaar als sedan en cabriolet en er werden er slechts 480 van gebouwd.

 

skoda rapid 1935

Eerst versie van de Skoda Rapid.

 

Het nieuwe chassisontwerp werd de basis voor de modellen Popular, Rapid, Favorit en Superb. In 1933 had Skoda nog een aandeel van 14% op de Tsjechoslowaakse automarkt en stond daarmee achter Praga en Tatra, maar drie jaar later was het merk marktleider en in 1938 had het bijna 40% van de markt. De van 1935 tot 1938 geproduceerde Rapid (type 901 of 914) was leverbaar als een tweedeurs of vierdeurs sedan, stationwagen of cabriolet. Het model werd gelanceerd in 1935 met een 26 PK sterke viercilinder zijklepmotor. In 1936 werd dit verhoogd naar 31 PK. De Rapid Six (type 910) was een gestroomlijnde sportcoupé waarvan er in 1935 drie werden gebouwd. De topsnelheid van dit model was 140 km/u.

 

In 1938 kreeg de Rapid een nieuw ontwerp en er werd er een nieuwe kopklepmotor ingevoerd met 1558 cc en een vermogen van 42 PK. Daarmee ontstond de Rapid OHV(type 922). Dit 1100 kg wegende model haalde een topsnelheid 110 km/u. Er werden in totaal tussen 1938 en 1947 1800 exemplaren van gebouwd. Van de sportversie (type 939R) werden slechts 4 stuks geproduceerd.

 

skoda rapid 1938

Skoda Rapid uit 1938.

 

De Rapid 2200 (type 935) werd geproduceerd in 1941 en 1942 als opvolger van de Rapid Six. De motor had een inhoud van 2199 cc en leverde 60 PK. De maximale snelheid was 120 km/u. Van dit model werden er 34 gebouwd. De Rapid werd in de jaren 1946 en 1947 nog beperkt geproduceerd. Slechts twintig auto’s werden gemaakt, deze kregen wel een zescilinder lijnmotor.

 

Rapid 1984-1990

De naam Rapid werd opnieuw gebruikt voor de Škoda 743 (voor types Garde, Rapid en Rapid 130) en de Škoda 747 (types Rapid 135 en Rapid 136) tussen 1984 en 1990. Dit was een coupé waarbij de motor achterin lag. De Škoda Garde werd gebouwd tussen 1981 en 1984 en was afgeleid van de vierdeurs sedan-modellen (interne naam 742) maar verschilde aanzienlijk qua vorm. Het voorste deel van de wagen was hetzelfde maar de voorruit stond onder een steilere hoek en het dak liep schuin af richting de achtersteven. Daarnaast had deze uitvoering twee deuren in plaats van vier. Deze auto was de opvolger van de Škoda 110R, waarvan de productie in 1980 werd gestaakt en in totaal 44.634 exemplaren van werden gebouwd.

 

skoda rapid 743 1984

Skoda Rapid Type 743 uit 1984.

 

De officiële presentatie van de Škoda Garde voor het publiek werd gehouden op de Technische tentoonstelling in Brno in oktober 1981. De motor had een inhoud van 1174 cc, leverde 55 PK en kreeg een vierversnellingsbak en schijfremmen voor, in overeenstemming met de Škoda 120 LS. In 1982 werden 2.854 auto’s geproduceerd en een jaar later 3.856 auto’s. De productie van de Garde eindigde in 1984 toen het model werd vervangen door de Rapid. De Rapid (120) was motorisch identiek aan de Garde, maar werd gemoderniseerd (net als de sedan-modellen) door een grotere spoorbreedte, modernere carrosserie en vergrote wielkasten. Van augustus 1984 tot juli 1986 werden 12.109 stuks geproduceerd.

 

De Rapid 130 is afgeleid van de Škoda 130 L en had (ten opzichte van de 120) een vijfversnellingsbak en een 1289 cc motor met 58 pk (43 kW) en een topsnelheid van 153 km/u. Van de Rapid 130 werden 10.285 stuks geproduceerd van augustus 1984 tot juli 1988.De Rapid 135 is afgeleid van de Škoda 135 GL. Hij had in principe dezelfde motor als de Škoda Favorit met een vermogen van 58 pk (43 kW), door een lagere compressieverhouding was hij geschikt voor RON 91-brandstof. De productie eindigde in augustus 1990 met een totaal van 1.272 stuks Rapid 135. De Rapid 136 is afgeleid van de Škoda 136 GL. Hij had in principe dezelfde motor als de Škoda Favorit maar een vermogen van 62 pk (46 kW) door een hogere compressieverhouding en was geschikt voor Euro 95-brandstof. De productie eindigde in augustus 1990 met een totaal van 9708 stuks Rapid 136

 

Hoewel de Škoda sedans in heel West-Europa een matige reputatie hadden qua kwaliteit en wegligging, brak de Rapid met deze trend en werd “Porsche voor de arme man” genoemd nadat het Engelse Autocar and Motor magazine opmerkte dat de Škoda Rapid “stuurt als een Porsche”. Ludgate Designs in Kent, Verenigd Koninkrijk, bouwde de Rapid om tot Convertible. Nu deze Rapid-modellen zeldzamer worden, beginnen ze meer gewaardeerd te worden door de klassieke autoliefhebbers.




Garages en specialisten

Clubs, fora en verenigingen


Ook interessant