Dodge Daytona

De Dodge Daytona werd samen met het zustermodel de Chrysler Laser geïntroduceerd in 1984. Met de standaard 2,2 liter viercilinder lijnmotor was het model bedoeld als een zuinige auto, maar de versie met een turbocharged motor was minder zuinig en een stuk sportiever. De naam Daytona verwees naar de Dodge Charger Daytona uit 1969 die zelf was genoemd naar de Daytona 500-race.

 

dodge daytona turbo-z 1984

 

 

De modellen waren verkrijgbaar als standaard, Turbo en Turbo Z. In 1985 werd de Turbo Z een apart submodel. Ook werd de spoiler van die Turbo Z vanaf dat jaar op alle Daytona-modellen aangeboden. In 1986 stopte Dodge met de productie van de Turbo-variant. Ook werd halfweg dat jaar het zustermodel Chrysler Laser uit de catalogus gehaald om het jaar erop opnieuw te verschijnen als een totaal ander model. In 1987 kreeg de Dodge Daytona een face-lift aan de buitenkant met onder meer wegklappende koplampen. Ook werd het Shelby Z-niveau geïntroduceerd met een nieuwe turbomotor met intercooler en een zwaardere transmissie. Die Shelby Z kwam ook op de Europese markt als de Chrysler GS. Verder verscheen het luxueuzere uitrustingsniveau Pacifica dat in de plaats kwam van de Chrysler Laser.

 

 

In 1989 verscheen nog het esthetische ES-niveau. In 1990 werd het interieur gefacelift en kwam een 3 liter V6 van Mitsubishi beschikbaar voor het model. Ook werd een standaard bestuurdersairbag ingebouwd. In 1991 verscheen het nieuwe sportieve IROC-niveau. In 1992 werd de assemblage van de Daytona overgebracht van St. Louis South Assembly naar Sterling Heights Assembly. De verborgen koplampen verdwenen en werden vervangen door afgerondde exemplaren. Ook kwamen er een nieuwe grille en achterzijde en kreeg het model meer rondingen. Een nog sportievere IROC R/T kreeg een 2,2 liter turbo van 224 pk. De productie van de Dodge Daytona werd op 17 maart 1993 stilgelegd. In 1995 verscheen met de Dodge Avenger de opvolger.




Garages en specialisten

Clubs, fora en verenigingen


Ook interessant