Dodge Charger

De Charger werd voor het eerst op de markt gebracht in 1966. De eerste Dodge Charger was een conceptcar uit 1964 die gebaseerd was op de Dodge Polara. Het model kreeg de gloednieuwe 7 liter Hemi V8 onder de motorkap.

 

Moederbedrijf Chrysler wist dat de toekomstige doelgroep van haar auto’s gezocht moest worden bij de jeugd. Het had in de jaren zestig al de eerste fastback op de markt gebracht in de vorm van de Plymouth Barracuda, zestien dagen voordat Ford met de Mustang kwam. De Mustang werd echter in het eerste half jaar zes keer zo veel verkocht. De rest van het wagenpark bij Chrysler was verouderd en zou niet hebben misstaan op de parkeerplaats van een bejaardenhuis. Er moest dus iets gebeuren. Bovendien wilde Dodge niets liever dan een model op de markt brengen dat de jonge doelgroep zou aanspreken. Ze besloten een fastback versie op de markt te brengen die was gebaseerd op de Coronet. In het najaar van 1965 werd de eerste Dodge Charger op de markt gebracht als de 1966 Charger.

 

dodge charger 1966

Charger uit 1966.

 

Originele Charger uit 1966.

 

De Charger was eigenlijk een tweedeurs Coronet met eigen bekleding. Het was een vrij grote auto met een lengte van ruim twee meter en daarmee 22 centimeter langer dan de Ford Mustang. Het model kreeg een opvallende grille over de volle breedte met daarin verborgen koplampen. Aan de achterkant zat een achterlicht over de volledige breedte met de naam ‘Charger’ in chromen letters. De body was behoorlijk aerodynamisch en dit in combinatie met de Chrysler 426-cubic-inch Hemi V8 bezorgde Dodge 18 overwinningen en de constructeurstitel tijdens het Grand National NASCAR seizoen van 1966

 

De straatversie van de Charger kreeg vier kuipstoelen met een grote middentunnel die tussen de voorste en achterste stoelen doorliep. Het dashboard van de Charger was ook bijzonder met vier ronde klokken waarin de snelheidsmeter en andere meters in verzonken lagen. Een toerenteller was overigens optioneel.

 

De basismotor in de lader was het grondig glansloos 318-cubic-inch (5.2 liter) overhead klep V8. Inhaleren via een twee-barrel Carter carburateur, de 318 werd gewaardeerd tegen een nominale 230 bruto pk – en waarschijnlijk veel minder gemaakt. Gesteund door een standaard drie-versnellingsbak of een optionele drie-speed Torqueflite automatisch, werd de 318 ernstig uitgedaagd door de Charger 3500-pond rijklaar gewicht.

 

Charger krachtbronnen

De meeste kopers kozen voor de optionele OHV V8 die begon bij een 265 PK sterke 5,9 liter. Vervolgens was er een 383 6,3 liter met 270 PK, nog een 383 met een vier-cilinder 325 pk, een 440-cubic-inch, 7,2 liter beest met 365 PK en de legendarische 426-cubic- inch, 7,0 liter Hemi een vermogen van maar liefst 425 PK.

 

De Charger was niet direct een succes en het eerste jaar werden er slechts 37.344 exemplaren verkocht waarvan er 468 de Hemi-motor hadden. Er was nu echter wel een unieke muscle car verkrijgbaar. De Charger van 1967 was zo goed als identiek aan zijn voorganger met wat meer chroom-elementen. Daarnaast kwam er een extra motor op de markt: De 375 pk sterke 440 Magnum V8. De verkoop van de Charger verliep nog altijd mondjesmaat.

 

Tweede generatie: 1968-1970

De tweede Charger is eigenlijk de Charger zoals iedereen hem kent en dit kwam uiteraard door de onheilspellend zwarte nemesis die Steve McQueen bestuurde in Bullit en de oranje “General Lee” uit de serie The Dukes of Hazzard. Volgens velen is dit de best uitziende auto die de Chrysler Corporation ooit heeft geproduceerd. Met zijn gedurfde en stompe neus, zijn gespierde uitgeklopte spatborden en zijn vierkant gesneden hardtop dak. Deze Coke-flesvormige Charger was niet alleen mooi, het model was eigenlijk perfect. Deze 68-versie was ruim vier centimeter langer.

 

dodge charger 1968 detail

 

dodge charger 1968

Charger uit 1968.

 

De aandrijflijnen bleven ook vrijwel gelijk voor de standaard ‘Charger’-modellen met de 230 PK sterke 318 V8 en de ‘Charger R/T’-modellen met de 375 PK sterke 440 V8 onder de kap. Deze krachtbronnen werden gecombineerd met een handgeschakelde drie- of vierversnellingsbak en een drie-traps automaat. De 383 V8 werd aangeboden als een optie in de standaard Charger terwijl de 426 Hemi werd geleverd in de 467 Charger R/T.

 

Dodge Charger 500 Hemi 1969

Dodge Charger 500 Hemi uit 1969.

 

In 1968 werd de Charger eindelijk een succes met 96.100 verkochte exemplaren en voor het volgende jaar stonden dan ook slechts kleine wijzigingen gepland. Het model uit 1969 kreeg een grille met een grijze plastic middenstuk en herontworpen achterlichten in langwerpige hockeystickvorm. Ook dit model is populair onder liefhebbers. Andere wijzigingen in de ’69 Charger line-up waren zowel goed als slecht. Er kwam een 225-cubic-inch 3,7 liter zescilinder op de basis Charger modellen. Met 145 PK was dit echt te weinig om de enorme Charger een beetje fatsoenlijk in beweging te krijgen. Toch kozen 500 mensen voor deze kansloze combinatie. Er kwam ook een luxer S/E-model op de markt, maar de echt speciale Chargers die in 1969 werden gebouwd, waren bedoeld voor 1 ding: het winnen stock car races. Om kans te maken op de overwinning moesten er wel aanpassingen gedaan worden aan het model. Dit resulteerde als eerste in de ‘Charger 500’ welke de strijd moest aangaan met zijn directe concurrent, de Ford Torino Talladega. De laatste vrat de Charger 500 echter op en dus was er meer nodig en dit werd de Charger Daytona met een uitgerekte glasvezel neus en een enorme achtervleugel voor meer downforce. De Charger Daytona was een gedurfd en radicaal aërodynamisch experiment dat zijn vruchten afwierp op het circuit. In 1969 werden meer dan 89.200 Chargers gebouwd.

 

dodge_charger_daytona_1969

Dodge Charger Daytona uit 1969.

 

Dodge Charger R/T uit 1969.

 

De Charger Daytona verdween uit de 1970 Charger line-up maar het model bleef deelnemen in de NASCAR. Het model kreeg een chromen bumper die helemaal om de grille heenliep en er kwamen ventilatieopeningen aan de voorzijde van elke deur. De Charger 500 naam werd geherintroduceerd voor een model met het uitrustingsniveau tussen de basis-Charger en de R/T-versie. In 1970 werden er 49.800 Chargers gebouwd.

 

Derde Generatie: 1971-1974

Al was deze versie niet zo mooi als de tweede generatie van de Charger, de derde generatie had ook een indrukwekkend design. De grille was nu opgesplitst in twee helften met elk de helft omgeven door chroom of body-kleur bumper en voorzien van ofwel open of verborgen dubbele ronde koplampen, afhankelijk van uitrustingsniveau. Het volledige interieur was ook vernieuwd, met een semifastback achterruit overgang naar een kofferdeksel met een integrale ducktail spoiler. Het geheel gaf het model een flamboyant uiterlijk.

 

dodge charger 1971

Het aparte ontwerp van de Charger uit 1971.

 

Ook Dodge kreeg met dit model te maken met strengere voorschriften op het gebied van emissie. Daar zou de Charger ook onder gaan lijden. Er waren nu zes verschillende Charger modellen, variërend van de basis oude Charger tot de Charger R/T hardtop. De basis Charger had een 145 PK sterke 225 zescilinder met optioneel de 230 PK sterke 318 dubbele carburateur-versie. De Charger 500 begon met de 318 en was ook leverbaar met een V8, de Super Bee begon met de 275 PK sterke 383 V8, gevolgd door de 370 PK 440 ‘Magnum’, de 385 PK sterke 440 ‘Six-Pack’ en de 425 PK 426 Hemi V8. De R/T had de 440 Magnum onder de kap en werd ook aangeboden met de Six-Pack en de Hemi. De 500 SE met de 440 Magnum ging van 0 naar 100 km/u in 6,5 seconden wat zeker niet slecht was, maar ook geen uitzonderlijke prestatie. In totaal werden er 82.681 exemplaren van het ’71 model geproduceerd waarvan er 85 de Hemi meekregen en 277 de 440 ‘Six-Pack’. Dit was een succes te noemen.

 

In 1972 werd de lijn teruggebracht tot slechts drie modellen waarbij de basis hardtop, R/T, de Super Bee en de 500 alle werden beëindigd. De line-up bestond nu uit de basis Charger Coupe, een SE hardtop en een nieuwe Rallye hardtop. De 225 zescilinder had nu slechts 110 pk, daarnaast was er de 150 PK sterke 318 V8 met dubbele carburateur. De Rallye’s kreeg een 440 Magnum met 280 PK. Een 400-cubic inch V8 gebaseerd op de oude 383 werd aangeboden in de Charger SE en leverde 190 PK. De 426 Hemi was verdwenen uit de lijst met opties, hoewel de 440 Six-Pack wel bleef. Dit jaar zag Dodge 75.594 Chargers op de verkooplijst verschijnen en dus werd het model doorgezet in het volgende jaar.

 

De nieuwe versie kreeg onder andere een nieuwe grille met zichtbare koplampen en nieuwe achterlichten. De 225 leverde nu nog slechts 105 PK en het topmodel, de 440 Magnum, bleef al steken op 280 PK. Ondanks deze beperkingen in vermogen groeide de verkoop naar een whopping 119.318 auto’s. Met deze robuuste verkoop achter de rug, eindigde de derde generatie Charger in 1974 met minimale wijzigingen waaronder de komst van door de overheid verplicht gestelde grote rubberen bumpers zoals op zoveel auto’s. De verkopen daalden dat jaar en het werd tijd voor een nieuw model.

 

Vierde Generatie: 1975-1977

De vierde generatie Charger was eigenlijk een Chrysler Cordoba met een iets andere grille. De oliecrisis was in volle hevigheid losgebarsten en daar hadden alle autofabrikanten last van. Eerdere Chargers hadden nog een fastback styling, deze vierde generatie had een meer traditionele daklijn met een hoekigere achterklep en achterruit. De neus kreeg enkele ronde koplampen in hun eigen frame die in een recht grille waren geplaatst. De bumpers groot en van chroom. Het model was in 1975 alleen leverbaar als een SE met een 360-cubic-inch 5,9 liter V8 met de dubbele carburateur die 180 PK leverde en de optionele 200 PK sterke versie met vier carburateurs. Beide versies waren alleen met automaat leverbaar. Het enige wat nog sportief was aan het model was de naam en er werden iets meer dan 30.000 exemplaren van verkocht.

 

dodge charger 1977

Charger uit 1977

 

Dodge bleef de Charger bouwen in 1976 en 1977 ook al liepen de verkopen achteruit. Er werden kleine wijzigingen doorgevoerd maar dit mocht allemaal niet baten en de verkopen bleven aan de lage kant met ruim 52.000 verkochte exemplaren in 1976 en ruim 36.000 in 1977. In 1977 besloot Dodge om de naam niet langer te voeren en in 1978 werd het model opgevolgd door de Magnum. Dit was het ’75-model Charger met een nieuwe grille en hoekige koplampen. Het model had zijn tijd gewoon gehad en waar de eerste drie generaties, en vooral de tweede generatie, van de Charger modellen zijn die tegenwoordig ook nog gekoesterd worden, is de vierde generatie nauwelijks nog te vinden.

 

dodge magnum 1978

Charger uit 1978 met hoekige lampen.

 

Vijfde generatie: 1982-1987

De vijfde generatie van de Dodge Charger werd in 1979 geïntroduceerd als de ‘Omni 024’ en had eigenlijk niets meer te maken met de succesvolle eerdere generaties. Het model was een driedeurs hatchback coupé met voorwielaandrijving en een relatief zuinige viercilinder motor met daaraan een automaat of een handbak. De Charger was verworden tot een van de zovele doodgewone auto’s met een ‘Omni 024’-badge op de klep.

 

In 1982 kwam de naam Charger weer op het model te staan met de komst van de grotere 2.2 liter SOHC krachtbron in plaats van de standaard 1,7 liter motor. De 1.7 leverde slechts 63 PK en de nieuwe 2,2 liter leverde 84 PK, wat duidelijk zorgde voor betere prestaties. De “Omni Charger 2.2” ging in iets minder dan 10 seconden naar de 100 km/u, maar was echt nog geen snelheidsmonster. De standaard transaxle met de 2,2 liter motor kreeg standaard een handgeschakelde vijfversnellingsbak met een drie-traps automaat als optie. De body van het model bleef gelijk maar er werden wel niet-functionele luchthappers op de motorkap, en aan de zijkanten toegevoegd in combinatie met sportieve zwarte graphics. Het was beter dan een gewone 024, maar nauwelijks de moeite waard om opgewonden over. Dodge verkocht 14.420 Omni Chargers in het eerste jaar.

 

De ‘024’ en ‘Omni’ namen verdwenen van de coupe en alle voorwielaangedreven kleine hatchbacks waren nu Chargers met de 1,7-liter motor of 2,2-liter motoren gekoppeld aan een vier- of vijf-versnellingen handbak of een drietraps automatische transmissie. De standaard 1,7 liter motor werd zelfs nog teruggeschroefd naar een 62 PK sterke 1,6 liter versie. Andere wijzigingen waren minimaal. De ene grote verandering voor 1983 was de nieuwe Shelby Charger die halverwege het modeljaar verscheen. Het model werd ontwikkeld door de legendarische Carroll Shelby. Dankzij een hogere compressieverhoudinghad de 2,2-liter 107 PK, gecombineerd met een aangepaste wielophanging en grote 15-inch aluminium wielen. Qua uiterlijk had de Shelby een solide dakpaneel achter de B-stijl in plaats van glas en dual-tone zilver en blauwe lak. Het zilver en blauw thema kwam ook terug in het interieur.

 

dodge charger shelby 1983

Dodge Charger Shelby uit 1983.

 

dodge charger shelby interieur 1983

Het passende interieur van de Shelby Charger.

 

In 1984 kreeg de Charger een nieuwe neus met dubbele vierkante koplampen vervangen behalve de Shelby versies. Hiermee ging de Charger nog meer lijken op andere modellen en dat was geen verbetering te noemen. De luchthappers verdwenen en er kwam een kleine achterspoiler ter compensatie voor terug. Het model kende voor 1985 eigenlijk geen grote veranderingen. De Shelby-versie werd echter wel aangepakt. Het kleurenpalet werd uitgebreid naar zwart en “Garnet Red” basis lakkleuren en de prestaties namen toe door de montage van een turbo en elektronisch brandstofinjectie op de 2,2 liter motor. Met zijn 146 PK werd de Shelby weer een model om rekening mee te houden waar het sprintje naar de 100 km/u in 7,3 seconden het bewijs van was. In 1986 kregen alle Chargers een derde remlicht op hun achterklep zoals voorgeschreven door de wet.

 

Shelby Charger uit 1985.

 

Het ’87-model was wederom vrijwel niet te onderscheiden van de vorige editie. Er kwam echter ook een Shelby Charger GLH-S op de markt. Deze versie met een turbocharged viercilinder had 175 PK onder de kap, een stijging van 30 PK. De sprint naar de 100 km/u ging nu in 7 seconden. De Shelby Chargers worden nog altijd gekoesterd door een harde kern van liefhebbers. Het zou vanaf 1987 bijna 20 jaar duren eer er weer een Charger de fabriek uit zou rollen.

 

Dodge charger shelby glhs 1987

Charger Shelby GLH-S uit 1987.




Garages en specialisten

Clubs, fora en verenigingen


Ook interessant