Dodge Coronet

In 1949 introduceerde Dodge de Coronet als het nieuwe topmodel van het merk. Het model was vergelijkbaar met de Meadowbrook behalve dat er verschillen waren in afwerking en interieur. Het topmodel was de twee-deurs stationwagon die zitplaatsen had voor zes personen. De Coronet kreeg een 100 PK sterke zescilinder-motor onder de motorkap gekoppeld aan een drieversnellingsbak.

 

dodge coronet 1949

Vroege Coronet uit 1949.

 

Ongerestaureerde Coronet uit 1949.

 

In 1950 bleef de Coronet Dodge’s top-of-the-line model met veel overeenkomsten met de Meadowbrook: alle functies waren identiek en daarnaast kreeg het model een chromen sierstrip op de wielen, achterspatbordbeschermers en de naam ‘Coronet’ kwam op de body te staan. In 1952 werd de achtpersoons-sedan niet langer aangeboden. In 1953 kreeg de Dodge Coronet een luchthapper op de motorkap met ‘Dodge V-8’ eronder voor de acht-cilinder varianten. De Hemi V8-motor leverde 140 pk, de zescilinder produceerde 103 PK.

 

dodge coronet 1950

Coronet uit 1950.

 

dodge coronet interieur 1950

Interieur van een 1950 Coronet.

 

dodge coronet 1952

Coronet uit 1952.

 

In 1954 werd de naam Coronet gebruikt op de tussenliggende uitrustingsniveaus. De body kreeg chroomversiering inclusief een chromen strip die langs het midden van de body liep. De naam ‘Coronet’ was nu te vinden op de zijkanten van de achterspatborden. Topmodel van de lijn was de vierdeurs Sierra met zes zitplaatsen. De Coronet was ook de officiële pace car van de Indy 500.

 

In 1956 werd de Dodge Coronet gerestyled en groeide met zes centimeter, werd breder, en nu dichter bij de grond zat. Ze waren nu de basis uitrustingsniveau voor Dodge. Zowel de zes en acht cilinder motoren nu produceerde meer pk’s. De acht-cilindereenheid staat was 175 pk. Tri-gekleurde verf schema’s waren niet ongewoon. Aan de voorkant was een nieuwe grille die was verdeeld intro twee afzonderlijke openingen. De stadslichten werden opgenomen in de grille. De voorruit was een stijlvolle wraparound ontwerp. Sales waren zeer positief als het publiek het eens met het ontwerp en de voertuigen mechanische vaardigheden. Rijden op de vleugels van succes, Dodge maakte de wijs besluit om niet knoeien met het ontwerp voor 1956. De zijbekleding en achterlichten werden lichtjes gewijzigd. Staartvinnen kon nu worden gevonden uitsteken van de achterkant. Een drukknop transmissie werd nu aangeboden als optionele uitrusting. Deze technologie werd geleend van Chrysler en bleek nogal populair bij veel te zijn.

 

In 1956, Dodge creëerde een ware ‘sleeper’ auto. De Coronet D-500, vergelijkbaar met dat van andere Coronet’s maar verborgen onder de motorkap was een 315 cubic inch V8 die kon pompen-out 260 pk te zijn. Het was om van nul tot zestig in minder dan negen seconden staat. Een van de regels om te concurreren in NASCAR was dat tenminste 500 identieke modellen moesten worden geproduceerd. De Coronet D-550 was een speciaal gebouwde voertuigen die bestemd zijn voor de NASCAR circuit. Het werd gekenmerkt door een 315 cubic inch Hemi V8 die 285 pk produceerde. Naast een grotere motor, de ophanging, banden, remmen en transmissie werden alle gewijzigde een zeer concurrerend, zeer effectief spier auto / race machine maken.

 

De Coronet werd opnieuw gerestyled in 1957. Dodge begon het opnemen van haar ‘Forward Look’ design. De wielbasis groeide, evenals de lengte. De auto werd verlaagd en zat nu nog dichter bij de grond. Een van de meest herkenbare kenmerken waren de grote staartvinnen. De koplampen werden onder ‘wenkbrauwen’ koplamp geplaatst. Een chroom strip kwam de gehele lengte van het voertuig aan beide zijden. Chroomversiering kan worden gevonden door het hele voertuig, allesomvattende lgihts en grille openingen. De basismotor is de L-head zes-cilinder motor die 138 pk produceerde. Achtcilinder motoren beschikbaar waren.

 

In 1957 werd de D-500 vervangen door D-501. De serie ‘500’ was een high-performance optie aangeboden op alle series. De Coronet D-501 werd gekenmerkt door een 354 cubic inch Hemi V8 die 340 pk produceerde. Slechts 56 exemplaren werden geproduceerd.

 

dodge coronet 501 1957

Foto: Jim Donnelly

Zeldzame Dodge Coronet D-501 uit 1957.

 

De grille en de koplampen waren de belangrijkste wijzigingen voor de Dodge Coronet voor 1958. De koplampen waren nu rechthoekig. De motoren werden verbeterd. De krachtigste motor was de 361-cubic inch V8 met benzine-inspuiting die een whopping 333 PK leverde. De Dodge naam stond nu ook in blokletters langs de voorste rand van de motorkap.

 

In 1959 kreeg de Dodge Coronet nog grotere vinnen. De wenkbrauwen boven de koplampen werden ook verder aangezet en het model groeide in lengte, breedte en werd nog verder verlaagd. Een 383-cubic inch V8 motor was beschikbaar die 345 PK in zijn Super D-500-jasje leverde. De kopers werden getrakteerd op een uitgebreide lijst met opties, een bijzondere optie was de zogenaamde Swivel-Seat. Bij het openen van de deuren draaide de stoel naar buiten voor een makkelijke instap. Ook bood Dodge luchtvering achter genoemd LevelFlite. De naam ‘Dodge’ kon worden gevonden in blokletters op het kofferdeksel. De naam ‘Coronet’ was in script geschreven op het voorspatbord.

 

De Coronet naam zou in 1960 niet op een Dodge-model te vinden zijn. Het verscheen pas weer in 1965 als een middelgrote muscle car met een 426 cubic inch Hemi-motor die 425 PK produceerde. Het was nu een model in het middensegment. De basisversie van de Coronet was uitgerust met een 224-cubic-inch zes-cylidner motor. Het jaar erna werd de Dodge gerestyled en werd verkort met een centimeter. In 1966 was er ook een Race Hemi leverbaar die meer geschikt was voor dragracen. Het was de meest krachtige productie-auto-motor ooit gebouwd.

 

dodge corona RT 1967

Corona R/T uit 1967.

 

In 1967 kwam er een R/T-versie, kort voor Road/Track, op de markt als een tweedeurs hardtop versie waar meer dan 10.000 exemplaren van werden geproduceerd. De 440 cubic inch 375 PK sterke V8 motor bracht de auto van nul naar honderd in zeven seconden. Het blok uit dit model was populair op de drag strip. Alsof dat niet genoeg was, kon een 426 cubic inch Hemi-motor worden geplaatst met 425 PK. Slechts 238 voertuigen werden uitgerust met deze krachtbron. Vijfenvijftig exemplaren werden gebouwd om te voldoen aan de Hot Rod Association Super Stock B regels. Deze SS/B modellen waren uitgerust met de 440 cubic inch V8 motor met 375 PK en 480 Nm aan koppel.

 

In 1968 werd de Coronet gerestyled en kreeg een gladder, ronder profiel. Quad koplampen werden opgenomen in de volledige breedte van de grille. In de achterzijde werden de achterlichten opgenomen in een paneel over de volledige breedte. Dit jaar werden er 10.456 Coronet R/T-versies verkocht, 230 exemplaren van de Coronet 426 kubieke inch V8 geproduceerd. De Coronet werd volledig gerestyled: Kuipstoelen, dubbele uitlaat, heavy-duty vering en remmen, waren allemaal standaard.

 

 

Het 440 cubic inch V8 Six Pack kwam in 1969 op de markt. Met deze 390 PK sterke motor ging de sprint naar de 100 km/u in slechts 6,6 seconden. Echter begonnen de verkopen terug te lopen: er werden minder dan 7500 exemplaren geproduceerd in 1969, dit terwijl het design onveranderd bleef ten opzichte van 1968. De Coronet Super Bee en R/T-versies werden uitgerust met de 426 cubic inch Hemi V8. Ze werden aangeboden in twee-deurs coupe versie waarvan naar schatting 166 units zijn geproduceerd. Er werden ook 90 twee-deurs hardtops ook gebouwd.

 

dodge coronet 1969 superbee440

Dodge Coronet super bee 440 uit 1969.

 

Dodge Coronet SuperBee motor 440 Six Pack Hardtop Coupe motor 1969

Dodge Coronet super bee 440 six pack motor uit 1969.

 

Voor 1971 wilde Dodge het onderscheid tussen de Coronet en de Charger vergroten, die tot die tijd veel mechanische componenten, en designelementen deelden, dus werd de nieuwe Coronet op een 118 inch wielbasis geplaatst en het ontwerp werd ronder in vergelijking met het voorgaande jaar. Het driehoekige Dodge-symbool zat nu in de grille, die horizontale balken kreeg. De middelgrote Coronets werden aangeboden in vier-deurs sedan of stationwagen. De basismotor was de 225-cubic-inch Slant zes-cilinder motor met 125 PK, optioneel waren V8-motoren leverbaar. De Coronet Custom serie werd ook aangeboden met zes- en achtcilinder motoren. Deze serie had alle standaard opties als de basis Coronet maar dan met gekleurde vloerbedekking, tweetoons claxon, wiel opening, een driespaaks stuur en andere afwerking.

 

Het muscle car tijdperk kwam tot een einde en veranderingen gingen snel begin jaren zeventig: Overheidsvoorschriften, bezorgdheid over de veiligheid, en een dreigende olie-embargo betekende dat de krachtbronnen kleiner werden gemaakt. Voor de Dodge Coronet besloot Dodge om hun lijn te vereenvoudigen, door alleen nog een vierdeurs sedan en stationwagen te leveren. De Coronet was Dodge’s basismodel in 1972. De 198 cubic inch zescilinder motor leverde 100 PK, terwijl de 225-zescilinder een even brave 110 PK produceerde. De 318 cubic inch V8 kwam nog slechts tot 150 PK. Veel merken merkten dat het Amerikaanse publiek grotere voertuigen wilde met luxe voorzieningen. Met de Coronet ging Dodge hierin mee.

 

In 1974 veranderde er weinig voor de Coronet. Het jaar erop werd er nog een tweedeurs model toegevoegd aan de Coronet-lijn. De productie van het model eindigde in 1976.




Garages en specialisten

Clubs, fora en verenigingen


Ook interessant