LaSalle

LaSalle werd opgericht in 1927 en het merk bouwde auto’s tot 1940. Net als het zustermerk Cadillac was ook LaSalle naar een Franse ontdekkingsreiziger genoemd: René Robert Cavelier, Sieur de La Salle (1643-1687).

 

General Motors positioneerde haar merken zo in de markt dat er voor elke beurs wel een auto te krijgen was. Chevrolet was het goedkoopste merk, een stap hoger kwam Oakland, dan Oldsmobile en vervolgens Buick. Helemaal bovenaan de prijslijst stond Cadillac. Het idee voor een extra merk werd geboren toen de toenmalige directeur van General Motors, Alfred P. Sloan, begin jaren twintig merkte dat er gaten begonnen te komen in zijn zorgvuldig opgebouwde prijsmodel die niet door de bestaande merken en modellen van GM konden worden opgevuld. Sloan besloot om zustermerken in de markt te zetten, die vervolgens via het bestaande dealernetwerk verkocht konden worden. Met deze nieuwe strategie van zustermerken kwam het merk Pontiac tusen Chevrolet en Oakland te staan, een kwalitatief hoogwaardige zescilinder auto voor de prijs van een viercilinder. Het flinke gat dat was ontstaan tussen Oldsmobile en Buick werd ingevuld door twee nieuwe merken: het luxe 8-cilinder merk Viking als zustermerk voor Oldsmobile en Buick kreeg de eenvoudiger 6-cilinder Marquette naast zich. Cadillac kreeg als zustermerk LaSalle, bedoeld om het gat tussen Cadillac en Buick te dichten.

 

lasalle 303 roadster 1928

LaSalle 303 roadster uit 1928.

 

Introductie LaSalle

De nieuwe LaSalle werd ontworpen door Harley J. Earl was op dat moment werkzaam als directeur van Don Lee Coach and Body Works, de exclusieve carrosseriefabriek van de Californische Cadillac dealer. Earl wilde van de LaSalle geen “junior Cadillac” maken. Hij liet zich inspireren door de slanke, stijlvolle Hispano-Suiza roadsters uit die tijd. Daarvan nam hij onder meer de hoge, smalle grille over. Daarnaast kregen veel LaSalles tweekleurig lakwerk, wat in die tijd als luxe werd gezien. De eerste LaSalle was de Series 303 met een 5 liter V8 motor. De voor die tijd krachtige motor leverde 75 PK en haalde een topsnelheid van 113 km/u. Naast de sedan waren ook een coupé, een cabriolet en een roadster leverbaar, allemaal met twee zitplaatsen.

 

Crisis jaren dertig

In 1929 groeide de cilinderinhoud van de motor tot 5,4 liter (328 ci.) en kreeg het model de naam LaSalle Series 328. Het jaar erna groeide de motor verder tot 5,6 liter (340 ci.) en werd de naam aangepast naar de Series 340. LaSalle kreeg in die jaren steeds meer prestige tot genoegen van General Motors. De VS stonden echter aan de vooravond van de Grote Depressie die het land in de jaren dertig trof en de verkopen begonnen stevig te dalen.

 

Het uitbreken van de economische crisis in 1929 zorgde al gauw voor een forse daling in de autoverkopen. Oldsmobile en Buick hieven hun zustermerken Viking en Marquette daarom in 1930 op en ook Cadillac dacht erover om LaSalle op te heffen. LaSalle begon echter inmiddels ook klanten van Cadillac weg te kapen en beide merken kampten met teruglopende verkopen. Waar LaSalle in topjaar 1929 nog 22.691 auto’s wist de verkopen, was dat aantal in 1932 gedaald tot een schamele 3.290 auto’s. Bij Cadillac waren de dalingen vergelijkbaar. Toch kwam in 1932 de nieuwe LaSalle Series 345-B op de markt, maar dit mocht niet baten en het merk leed verlies. Vanuit GM was geen geld beschikbaar voor verdere ontwikkelingen.

 

In 1934 kwam er zelfs nog een nieuw model uit in de vorm van de nieuwe LaSalle Series 350 gelanceerd met een achtcilinder lijnmotor van Oldsmobile onder de kap. Deze 350 kreeg ook General Motors’ eerste hydraulische remmen en onafhankelijke wielophanging. De Series 350 was getekend door Harley Earl en was een moderne, stijlvolle auto. Het model was echter duizend dollar goedkoper dan het goedkoopste model van Cadillac en stond daardoor dichter bij Oldsmobile dan bij Cadillac. De taak van het merk LaSalle was in 1934 dan ook niet meer om het gat tussen Cadillac en Buick te dichten, maar om Cadillac uit de rode cijfers te houden. De economie trok vanaf 1934 langzaam weer wat aan, maar dat gold nog niet voor de verkopen van LaSalle. In 1934 werden 7,195 LaSalles verkocht, in 1935 8,651 en in 1936 13,004. In 1935 werd de modern gelijnde LaSalle Series 50 gelanceerd. In datzelfde jaar echter introduceerde Cadillac’s concurrent Packard de Packard One-Twenty als goedkoper alternatief voor de grote Packards. Dit model was meteen een enorm verkoopsucces. De verkopen van de Packard One-Twenty lagen in het viervoudige van die van LaSalle. Daarnaast had LaSalle concurrentie van de in 1936 geïntroduceerde -en zeer moderne- Lincoln Zephyr.

 

Vanaf modeljaar 1937 werd het merk LaSalle weer direct onder Cadillac gepositioneerd. De nieuwe LaSalles Series 50 kregen de 322 cu in (5.3 L) Monobloc V8 uit de Cadillac Series 60 en een moderne, nieuwe body. De prijs was bovendien verlaagd en de introductie ging vergezeld van een grote promotiecampagne waarin werd benadrukt dat de auto volledig door Cadillac werd gebouwd. Het effect was echter beperkt. Hoewel de verkoopcijfers voor modeljaar 1937 een geweldige stijging lieten zien (32.000 verkochte auto’s, een record) kwam LaSalle nog steeds niet in de buurt van de 50.100 One-Twenty’s die Packard dat jaar wist weg te zetten. In 1938 raakte de economie weer in een recessie en als gevolg daarvan zakten de verkopen van LaSalle weer in tot 15.501 verkochte auto’s.

 

lasalle series 50 1937

LaSalle Series 50 uit 1937.

 

In 1939 werd de Series 50 op een aantal punten aangepast. Het model leek nu meer op de Cadillacs van die tijd. Deze facelift wierp zijn vruchten af want de verkoopcijfers stegen tot 23.028 verkochte exemplaren. Voor het eerst wist LaSalle de Packard One-Twenty te verslaan.

 

Het einde van LaSalle

Voor modeljaar 1940 werd de wielbasis weer iets vergroot en steeg het vermogen tot 130 pk. Het model heette nu LaSalle Series 52. Er werd dat jaar al gewerkt aan de modellen voor 1941 maar in de zomer van 1940 werd de productie van LaSalle gestaakt. Er waren op dat moment 24.133 auto’s verkocht. De prijzen van de auto’s waren sterk gestegen en de verschillen in uitrusting tussen LaSalle en de goedkoopste Cadillac waren niet zo groot meer. Cadillac had bovendien de nieuwe Series 61 gelanceerd die meer in LaSalles marktsegment kwam. LaSalle was daarmee als tussenmerk overbodig geworden.




Garages en specialisten

Clubs, fora en verenigingen


Ook interessant