De Woodie, van hout naar sticker

Zondag 8 mei 2016 om 10:19 door Frank

Woodies hebben iets aaibaars en ze zijn er al vele jaren. De eerst woodies werden puur gezien als werkpaarden en werden zeker niet beschouwd als mooie auto’s. Begin 20e eeuw werden woodies ook gebruikt voor het transport van groepen mensen en werden dus eigenlijk gebruikt als een soort kleine bussen. Deze variant werd destijds nog geen woodie genoemd maar een ‘depot hack’. In het tijdperk van paard en wagen werd de wagen ook wel een ‘hack’ genoemd.

 

ford depot hack 1919

Depot Hack van Ford uit 1919

 

De woodie, van echt naar nep

Een Woodie is een auto waarbij de achterzijde van de carrosserie (deels) gemaakt is van houten met soms houten panelen. Bij de vroege modellen versterkte het houten raamwerk de structuur van de auto. Na verloop van tijd vervingen de fabrikanten de houtconstructies door andere materialen en bij de latere modellen werd het hout of imitatiehout toegepast als verfraaiing maar had het geen versterkende functie meer.

 

Woodie in de jaren ’30 en ’40

Het ontstaan van de Woodie, (Woody mag ook) is terug te herleiden naar de late jaren twintig en vroege jaren dertig waar men de passagiersruimte van auto’s uitvoerde in hardhout als een variant van een body-on-frame constructie. Woodies waren populair in de Verenigde Staten en werden geproduceerd als varianten van sedans en cabrio’s maar ook als stationwagons in zowel basis als luxe uitvoeringen. Ze werden meestal vervaardigd als door grote, gerenommeerde carrosserie firma’s maar ook door lokale timmerlieden voor individuele klanten. De nadelen van houten constructies waren legio: het piepte en kraakt en het hout ging op den duur rotten. Toch waren de stalen varianten destijds minder in trek, maar dit zou veranderen en Uiteindelijk verdrongen de volledig stalen constructies deze houten varianten omdat staal sterker, duurzamer, veiliger en goedkoper was.

 

Ford kwam in 1929 als eerste met een woodie op de markt en andere fabrikanten volgden met kleine productieaantallen. Chevrolet, de grootste autofabrikant, wachtte zelfs tot 1939 met zijn eerste woodie. Tegen die tijd werden deze woodies ook al station wagons genoemd, wat een referentie is naar de ‘depot hack’ die mensen vervoerde van station naar andere lokaties.

 

ford woodie 1929

Ford Woodie uit 1929

 

Woodie in de jaren ’50 en ’60

Na de Tweede Wereldoorlog verdween de woodie grotendeels van het toneel en kwam de productie van de stalen station wagon pas goed op gang. Gezinnen ontdekten het gemak van de station wagon en de productie explodeerde. Waar Chevrolet in 1939 nog slechts 800 exemplaren bouwde, waren dit er in 1955 al 161,000. De station wagon was here to stay als de populairste familie auto. In 1950 stopte Plymouth met de productie van hun woodie stationcar en in 1953 waren de Buick 1953 Super Estate Wagon en Roadmaster Estate Wagon de laatste Amerikaanse stationwagons met echte houten constructie. Ook de andere merken speelden vol in op de voordelen van een “all-steel” constructie waar het kopend publiek naar op zoek was. Wel kwamen er modellen op de markt met een woodie uitstraling waarbij het staal werd beplakt met vinyl materiaal met houtnerf. Dit type station wagon werd onder andere door Ford en Chevrolet gebouwd tot in de jaren negentig.

 

De British Motor Corporation (BMC) bouwde tussen 1953 en 1971 de Morris Minor Traveller met houten componenten en gelakte aluminium invulpanelen. Dit was de laatste echte massa-geproduceerde woodie. Morris’ latere Mini Traveller die in productie was tussen 1961 en 1969, had stalen panelen en de frame elementen waren ook staal maar beplakt met imitatiehout.

 

morris_minor_traveller

Morris Minor Traveller

 

In de jaren zestig beleefde de woody-modellen een serieuze revival waar mede onder surfers de woodies nieuwe populariteit genoten en dit klonk door tot in de jaren zeventig. Ford bracht de Pinto Squire met vinyl houtversiering op de markt in de vroege jaren zeventig. Chevroelt kwam met de Chevy Vega Kammback wagon voor het modeljaar 1973 met de toepassing van houtnerf film op de Caprice, gevolgd door de Pontiac Astre Safari, Chevrolet Monza Estate en Pontiac Sunbird Safari, ook allemaal met de optie voor opgeplakte houtstickers. Chevrolet bood een geplakte Woodie versie van de Chevette in 1976, en ook de AMC Pacer wagen kreeg houtprint als optie.

 

chevrolet_caprice_1966

Chevrolet Caprice station wagon uit 1966

 

In 1981 kwamen de Ford Escort en Mercury Lynx vierdeurs modellen op de markt met optioneel houtpakket en General Motors bood zijn full-size wagons met houtwerk optie aan tot aan hun laatste productiejaar in 1996. Van 1982 tot 1988 gebruikte Chrysler de Town & Country naam op een stationwagon-versie van de K-gebaseerde, voorwielaandrijving LeBaron, met plastic buitenkant houtnerf bekleding en 3D-gesimuleerd frame. Aangezien het aandeel van de station wagon begon te dalen in Noord-Amerika, begonnen de fabrikanten zelfs imitatiehout trim aan te bieden op SUV’s en minivans zoals op de Jeep Cherokee, Wagoneer en de Chrysler minivans. Zelfs op de PT Cruiser van Chrysler was deze optie tot 2000 leverbaar en zelfs nadat het vanuit de fabriek niet meer leverbaar was, was er nog aftermarket materiaal verkrijgbaar om je bolide alsnog van ‘hout’ te voorzien.

 

Jeep Wagoneer 1989

 

Japanse autofabrikanten waren geen fan van deze nephout-revolutie, hoewel Mazda een korte tijd bij de Mazda Luce / RX-4 optioneel deze optie wel aanbood en ook Honda kort tijd bij de 1980 Honda Civic stationwagen hetzelfde deed. Ook in Europa was deze nephout-revolutie nooit zo groot als in de Verenigde Staten.


Ook interessant


Gerelateerde merken


Gerelateerde modellen & auto's