Laagvliegen met de GM Firebird

Woensdag 20 augustus 2014 om 20:24 door Frank

De jaren vijftig was een tijdperk vol optimisme. De Tweede Wereldoorlog was voorbij, kernenergie werd gezien als het toppunt van vooruitgang en moderniteit, passagiersvliegtuigen deden hun intrede, en de Space Race was begonnen. De Verenigde Staten zag de opkomst van een middenklasse die in staat was om een ​​huis te kopen in een mooie buitenwijk. Dit, in combinatie met de invoering van het Interstate Highway System, wakkerde de vraag naar auto’s aan. De Amerikaanse auto-industrie was booming. Het decennium begon met 25 miljoen auto’s op de weg en eindigde met meer dan 67 miljoen auto’s. In die dagen was een op de zes Amerikanen (in)direct in dienst van de auto-industrie. De auto vormde ook het landschap: winkelcentra, drive-in theaters en drive-through restaurants verschenen over het hele land. De auto regeerde met op de troon de drie grote merken: Chrysler, Ford en General Motors.

 

firebird XP 21

De Firebird XP-21.

 

Om de verkoop te stimuleren, organiseerde GM in 1949 een show genaamd Motorama waarin de autofabrikant de wereld een blik in de toekomst volgens General Motors gunde. Het was een groot succes en binnen een paar jaar toerde de show door het hele land. Motorama werd bezocht door miljoenen Amerikanen die werden vermaakt met muziek en dans en een aantal opmerkelijke machines op vier wielen.

 

firebird XP 21 motorama

Firebird XP-21 onthulling op de Motorama van 1953.

 

Op de 1953 editie van Motorama onthulde GM de Firebird XP-21. Dit voertuig was ontworpen door Harley Earl, de invloedrijke hoofd designer voor GM, en was in feite een jet op wielen. De kegelvormige neus, een een-persoons cockpit met plastic kap, de uitlaat, de verticale staartvin en delta vleugels waren bevestigd aan een strakke glasvezel body. Dat de ontwerper zich had laten inspireren door een straaljager was zonneklaar.

 

Een ander opvallend kenmerk was de motor. De Firebird was de eerste gas-turbine aangedreven auto gebouwd en getest in de Verenigde Staten. De 370 PK sterke, op kerosine draaiende, motor werd gekoppeld aan een twee-versnellingsbak, die de kracht naar de achterwielen overgebracht. Deze turbine-aangedreven auto werd een paar keer getest, maar de echte grens van het voertuig werd nooit opgezocht. De Firebird had slechts twee snelheden, beschreven als “snel en sneller”. Bestuurder Conklin reed de auto tot ongeveer 160 km/u en schakelde toen naar de tweede versnelling. De turbine produceerde zoveel koppel dat de banden van de Firebird afscheurden. Conklin zou nooit meer in de auto stappen. Later zou Indy 500-winnaar Mauri Rose achter het stuur kruipen. Hij reed de auto rond de Indianapolis Motor Speedway, maar al snel bleek dat de Firebird niet geschikt was om mee te racen.

 

Firebird II 1956 interieur

Interieur van de Firebird II uit 1956

 

Op de 1956 en 1959 Motorama toonde GM twee andere Firebirds. De tweede Firebird was een meer praktische “gezinsauto” aangedreven door een 200 PK turbine motor. De bubble kap was voorzien van ruimte voor vier personen, en de body werd gemaakt van titanium. Een ander opvallend kenmerk was het automatische geleidingssysteem om naar de “snelwegen van morgen” te navigeren, een begrip dat we tegenwoordig wel weer horen bij de self-driving cars.

 

firebird XP 21 III

 

De derde Firebird was een wat absurdere versie met niet minder dan zeven korte vleugels en staartvinnen. De Firebird III werd aangedreven door een 225 PK turbine-motor. Zelfs de stuurinrichting met een joystick tussen de twee stoelen leek op die van een vliegtuig.

 

firebird XP 21 III

Firebird XP-21 III uit 1962.

 

Geen van deze space-age auto’s waren bestemd voor de productie, maar dienden als een showcase voor General Motors. Tegenwoordig zijn deze opmerkelijke concepten te zien in het Henry Ford Museum in Dearborn, Michigan, waar ze ons herinneren aan een tijdperk vol optimisme en een bijna onbeperkt vertrouwen in de toekomst.

 


Ook interessant

Reageren

Je e-mailadres wordt niet getoond
* Verplicht veld

*