Volkswagen Karmann Ghia Type 34
Het nieuwe model van de Karmann Ghia was de Volkswagen Karmann Ghia Type 34. Op basis van de Volkswagen Type 3 werd, wederom samen met Ghia, een nieuw vierpersoons-model ontwikkeld. Ook dit was weer een tweedeursmodel welke het oorspronkelijke Type 14 zou vervangen, maar later werd besloten beide typen naast elkaar te laten bestaan.

geschiedenis en achtergrond
De Volkswagen Karmann Ghia Type 34 zag het levenslicht in 1961 en werd meteen de chique grote broer van de al populaire Type 14. Waar de eerste Ghia gebaseerd was op het onderstel van de Kever, bouwde de Type 34 voort op de Volkswagen Type 3, beter bekend als de 1500-serie. Dat betekende meer binnenruimte, een grotere motor en een iets volwassener karakter. De auto werd ontworpen door Luigi Segre van Carrozzeria Ghia, die ook verantwoordelijk was voor de elegante lijnen van de Type 14.
Volkswagen wilde met de Type 34 een luxere sportcoupé in de markt zetten, eentje die de groeiende middenklasse kon verleiden met een vleugje Italiaanse flair en Duitse degelijkheid. Helaas viel de timing niet helemaal mee. De Type 34 was duurder dan een Kever, bijna net zo prijzig als een Porsche 356, en dus lastig te plaatsen in de markt. Ondanks zijn schoonheid en verfijning bleef het succes bescheiden: tussen 1961 en 1969 werden er slechts zo’n 42.500 exemplaren gebouwd.
De productie werd in echter 8 jaar later alweer gestaakt. Dit kwam vooral doordat de auto ongeveer evenveel kostte als een Porsche 356. In totaal werden er ruim 42.000 gebouwd, waarvan de eerste versie een motor van 1500 cc had die 45 PK leverde. Later volgde een versie met een 1600 cc motor van 54 PK. Van de Karmann Ghia Type 34 staan er wereldwijd minder dan 1500 geregistreerd waarmee dit model een gewild verzamelobject geworden is.
Gedurende de Type 34 periode ging de productie van de Type 14 gewoon door en in 1971 kwam er ook nog een nieuw model Karmann Ghia uit: de Touring Coupé. De Touring Coupé werd echter alleen in Brazilië gebouwd en is nooit geëxporteerd.
Design en interieur
Qua uiterlijk was de Type 34 duidelijk een ander beestje dan zijn kleinere broer. De lijnen waren strakker, moderner en hoekiger – typisch jaren zestigdesign met een futuristisch tintje. De neus had een brede grille, de koplampen zaten iets hoger en de achterzijde oogde gespierder en breder. Het geheel deed denken aan een mix van Duitse degelijkheid en Italiaanse elegantie, alsof een Bauhaus-architect op vakantie was geweest in Turijn.
Binnenin was de auto verrassend luxe voor een Volkswagen. Het dashboard was voorzien van houtfineer, verchroomde details en een indrukwekkend instrumentenpaneel met drie ronde klokken. Stoelen waren dik bekleed, de afwerking was keurig, en – tromgeroffel – de Type 34 was de eerste Volkswagen ooit met elektrische ramen. In de vroege jaren zestig! Daarmee voelde hij eerder aan als een mini-Mercedes dan als een “volksauto”.
De krachtigste uitvoering van de Type 34 was de 1.6-liter S met 65 pk en 120 Nm koppel. De topsnelheid bedroeg ongeveer 155 km/u, en de sprint van 0 naar 100 km/u duurde een bescheiden 17 seconden. Niet supersportief, maar met die looks maakte niemand zich daar echt druk om – de Type 34 was meer een elegante cruiser dan een sprintkanon.
Concurrenten
De Type 34 bevond zich in een lastig segment. Hij moest concurreren met modellen als de Volvo P1800, Renault Caravelle, Lancia Fulvia Coupé en zelfs de Porsche 912. Allemaal sportieve coupés met een vergelijkbare mix van stijl en prestaties, maar vaak met meer merkprestige of een gunstigere prijs.














