Saab Sonett

Op 16 maart 1956 werd de Saab Super Sport oftewel de Saab 94 (later bekend als de Sonett I) tentoongesteld op de Bilsalong in Stockholm. Er werden slechts zes exemplaren van gebouwd, waarvan de eerste een handgemaakte carrosserie had en de andere werden gemaakt van een vezelversterkte kunststof (glasvezel versterkt polyester) met de eerste auto als mal.

 

Saab sonett I 1956

Saab Sonett I uit 1956.

 

De Sonett I had een driecilinder-tweetaktmotor van 748 cc die ook werd gebruikt in de Saab 93, maar was opgevoerd tot 57,5 PK. Het futuristische ontwerp kwam van de Zweedse ontwerper Sixten Sason en was gebaseerd op een aluminium constructie. Omdat de regels voor autoraces veranderden en het niet langer werd toegestaan om opgevoerde standaard auto’s te gebruiken werden er maar zes gemaakt. In september 1956 brak de auto het Zweedse snelheidsrecord voor auto’s tot 750 cc, met een snelheid van 159,4 km/u.

 

Saab Sonett II

In de jaren zestig stelde Björn Karlström voor dat Saab na de Saab Sonett I een nieuwe tweepersoons sportwagen zou moeten bouwen met dezelfde tweetaktmotor, maar nu een coupé en geen open roadster. Er werden twee prototypes ontwikkeld: de Saab MFI13 en de Saab Catherina (met targa-dak). De keuze voor productie viel op de MFI13. In 1966 kwam de MFI13 na enige wijzigingen in productie bij ASJ in Arlöv als de Saab 97. In dat jaar werden er slechts 28 exemplaren gemaakt en het jaar erna nog eens 230.

 

Saab SonetII 1965

Saab Sonett II uit 1965.

 

De carrosserie was van vezelversterkte kunststof (glasvezel en polyester) op een stalen chassis. Er zat ook een rolbeugel in. De hele motorkap scharnierde naar voren om goed bij de motor, versnellingsbak en wielophanging te kunnen komen. Toegang tot de bagageruimte was via een luikje in de verticale achterkant. De motor was een driecilinder-tweetaktmotor met 60 PK. De Sonett II ging van 0 tot 100 km/u in 12,5 seconden en had een topsnelheid van 150 km/u.

 

Saab Sonett V4

Toen Saab de 1500 cc Ford Taunus V4 motor in hun andere modellen (Saab 95 en Saab 96) ging gebruiken, wilden ze deze ook in de Sonett II toepassen. Het ontwerp werd daarom aangepast en hernoemd tot Sonett V4. Een nieuwe motorkap werd ontworpen door Gunnar A. Sjögren, met een bobbel om de hogere motor te laten passen. De bobbel zat iets naar rechts zodat hij het uitzicht van de bestuurder niet beperkte. De motor gaf 65 PK wat zorgde voor een sprint van 0 naar 100 km/u in 12,5 seconden en een topsnelheid van 160 km/u. In totaal werden 1610 Sonett V4’s gebouwd.

 

Saab Sonett II interieur

Interieur van de Saab Sonett II.

 

In 1962 opende er een Saab-dealer in Tsjecho-Slowakije, geleid door autoracer Zdenek Treybal. Behalve het verkopen van de Saab 96 lukte het hem ook twee Sonett V4s te verkopen. Eén aan een autoracer in Praag, een ander aan Automobilové Závody Národní Podnik (AZNP) in Mladá Boleslav in 1968. AZNP gebruikte de Sonett als basis voor een prototype voor Škoda, de Škoda 1100 GT. Vanaf de deuren en de achterkant was deze bijna gelijk aan de Sonett, maar de voorkant was afgeleid van de Ferrari Dino.

 

Saab Sonett III

Eind jaren zeventig raakte het ontwerp van de Sonett II wat uit de tijd. Voor het nieuwe ontwerp van een Sonett III zocht Saab de hulp van Sergio Coggiola. Voor de productie was het belangrijk dat het middendeel ongewijzigd bleef maar Coggiola ontwierp toch een bredere auto. Het ontwerp van Coggiola werd veranderd door Gunnar A. Sjögren om toch het middendeel van een Sonett II te kunnen gebruiken. De scharnierende achterruit werd ook het kofferdekdel, waardoor de toegang ook verbeterde want de Sonett II had maar een klein bagageluikje.

 

Saab Sonett III 1971

Saab Sonett III uit 1971.

 

De carrosserie was van vezelversterkte kunststof (glasvezel en polyester) met deurpanelen, motortoegangsluik en koplamphouders van PVC, op een stalen chassis. Het motorcompartiment was slechts toegankelijk via een relatief klein luikje in de motorkap. Voor uitgebreide reparaties moest de hele voorkant van de auto losgemaakt worden. Het chassis van de Sonett II en III heeft veel onderdelen gemeen met de Saab 96.

 

De naam Coggiola kwam niet op de nieuwe auto, misschien omdat zijn oorspronkelijke ontwerp zo veel was veranderd. Wegens vraag uit de markt kreeg de Sonett III een versnellingspook op de vloer in plaats van aan de stuurkolom, zoals in de Sonett II en Saab 96. Door de importeur in de VS aangebrachte airconditioning was ook beschikbaar als optie.

 

De Sonett III had de type-indicator ’97’ in het chassisnummer en gebruikte dezelfde Ford Taunus V4 motor als daarvoor in de Sonett II en Saab 96, met 1500 cc in 1970 en vanaf het najaar van 1970 (model jaar 1971) met een 1700 cc om te kunnen voldoen aan de strengere milieueisen in de VS. Beide motortypen hadden 55 PK. De Sonett III sprintte van 0 naar 100 km/u in 13 seconden en had een topsnelheid van 165 km/u.De productie werd gestopt in 1974 wegens nog strengere emissie-eisen in de Verenigde Staten. In totaal werden er 10.236 Saab 97 (Sonett II + III) gebouwd.



Saab modellen


Garages en specialisten

Clubs, fora en verenigingen


Ook interessant