Renault 20

De Renault 20 werd gebouwd tussen 1975 en 1984. Het toenmalige topmodel van Renault, de Renault 16, was al tien jaar op de markt en dus werd het tijd voor een opvolger. De R16 verkocht echter nog steeds te goed om de productie te stoppen.

 

 

In maart 1975 werd de luxueuze Renault 30 gepresenteerd, die aanvankelijk alleen werd aangeboden met de 2,6 liter V6 PRV-motor die in samenwerking met Peugeot en Volvo was ontwikkeld. Om de overgang van de R16 naard de R30 kleiner te maken en om zich voor te bereiden op de vervanging van de R16, werd de Renault 20 met een kleinere motor in november 1975 gelanceerd op de autosalon van Parijs. Het was het duurste model van Renault in die periode en was leverbaar als L, TL en GTL. Onder de motorkap had de auto een 1,6 liter motor met 90 PK die ook werd gebruikt in de Renault 16 TX.

 

Renault 20

Renault 20

 
Maar het programma werd in 1977 uitgebreid met de 20 TS. Deze auto was de eerste variant die de 2-liter Douvrin-motor gebruikte die een lange levensduur zou hebben binnen het Renault-assortiment. Dit was een uiterst moderne motor in zijn tijd en de eerste voor Renault die werd uitgerust met een distributieriem. De 20 TS vormde de perfecte verbinding tussen de licht ondergemotoriseerde 20 TL en de 30 TS V6, die voor velen een beetje teveel van het goede was.

 

In 1978 werd de Renault 20 tot auto van het jaar gekozen door de redactie van het Britse automagazine ‘What Car?’. In 1979 produceerde de Roemeense autofabrikant Dacia een klein aantal Renault 20’s onder de naam Dacia 2000. Deze waren uitsluitend geproduceerd voor de hoogwaardigheidsbekleders van de communistische regering geleid door Ceaușescu. Renault wist in 1982 Parijs-Dakar te winnen met een 20 Turbo 4×4.

 

Renault 20 achterzijde

Achterzijde van de Renault 20




Garages en specialisten

Clubs, fora en verenigingen


Ook interessant