De Opel Kadett C werd in 1973 geïntroduceerd als opvolger van de Kadett B en bleef tot 1979 in productie. Met deze derde generatie van de naoorlogse Kadett-serie zette Opel een model neer dat perfect aansloot bij de wensen van die tijd: compact, degelijk en betrouwbaar, maar toch met genoeg variatie om een breed publiek aan te spreken. Het was de laatste Kadett die nog met achterwielaandrijving werd geleverd, iets waar de liefhebbers vandaag de dag nog altijd met weemoed aan terugdenken.

Geschiedenis en achtergrond
De Opel Ascona A zou de opvolger worden van de Kadett B maar aangezien concurrent Ford de Escort lanceerde, besloot Opel ervoor om de ruimere Ascona als concurrent van de Ford Taunus tussen de Kadett en de Rekord te plaatsen en de nog altijd gewilde Kadett B in het gamma te houden.
Daarnaast wilde General Motors een basisauto lanteren die wereldwijd kon worden geproduceerd. Dit zou in 1973 resulteren in de Kadett C, die ook onder de namen Vauxhall Chevette, Isuzu Gemini en Chevrolet Chevette werd geproduceerd In augustus 1973 wordt op de 45e IAA in Frankfurt de nieuwe Kadett C tentoongesteld.
De Kadett C werd niet alleen in Duitsland gebouwd, maar verscheen wereldwijd onder verschillende merknamen. Zo werd hij in Groot-Brittannië verkocht als Vauxhall Chevette, in Brazilië als Chevrolet Chevette en in Australië als Holden Gemini. Dat laat wel zien hoe flexibel het model was. In Europa groeide de Kadett C uit tot een van de populairste compacte middenklassers van de jaren zeventig, met miljoenen verkochte exemplaren en een trouwe schare fans.
Design en interieur
Qua design sloeg Opel een strakkere weg in. De Kadett C kreeg een rechtlijnig, no-nonsense uiterlijk met een lage neus, rechte zijkanten en een herkenbare, brede grille. Het design was duidelijk in lijn met de jaren zeventig: hoekig, praktisch en zonder overbodige franje. Toch wist Opel er een zekere elegantie in te stoppen, zeker bij de coupéversie die wat sportiever oogde.
Het interieur was net zo zakelijk als de buitenkant. Functionaliteit stond voorop, en luxe moest je vooral niet verwachten in de standaarduitvoeringen. De eenvoudige, doch degelijke stoelen boden voldoende steun, het dashboard was overzichtelijk en logisch ingedeeld en de materialen waren gemaakt om lang mee te gaan. Natuurlijk waren er luxere uitvoeringen met bijvoorbeeld meer instrumenten en comfortabelere bekleding, maar over het algemeen gold: je kreeg precies wat je nodig had – en niets meer.
Modelvarianten
- Kadett C Sedan 2-deurs (1973–1979) — instapmodel, 1.0 of 1.2-liter
- Kadett C Sedan 4-deurs (1973–1979) — vierdeurs variant
- Kadett C Caravan (1973–1979) — driedeurs estate
- Kadett C Coupé (1973–1979) — tweedeurs coupé, sportievere lijn
- Kadett C City (1975–1979) — driedeurs hatchback, gebaseerd op de Vauxhall Chevette hatchback-carrosserie — de eerste Opel Kadett hatchback ooit
- Kadett C Berlina (1977–1979) — luxeversie met 1.6S motor, chromen zijstrip, rechthoekige koplampen, verbeterd interieur
- Kadett C GT/E (1975–1979) — sportmodel met 1.897 cc Bosch L-Jetronic injectie, 105 pk, geel-zwart kleurenschema iconisch, 8.660 gebouwde exemplaren (1975–1977) en later herziene versie
- Kadett C Rallye (1977–1979) — 1.6S met 75 pk of 2.0E met 110 pk, 8.549 gebouwde exemplaren
- Kadett C Aero (1977–1979) — open cabriolet versie, zeldzaam
- Opel Kadett C Coupé Berlinetta — luxere coupé-versie
De Kadett C kwam in een indrukwekkend aantal varianten. Er waren de traditionele vierdeurs sedans, maar ook een driedeurs en vijfdeurs hatchback (die Opel zelf “Limousine” noemde), een praktische stationwagon (Caravan), een sportieve coupé en zelfs een cabriolet die door carrosseriebouwer Baur werd gebouwd. Voor de zakelijke rijder of de middenstander bestond er ook een bestelwagenvariant.
Ook in de Opel Kadett C waren sterkere motoren leverbaar: de 1600 en 1900 CIH-krachtbronnen van de Ascona/Rekord-serie. Voor de gt/e werd een 1,9E (vanaf 1977 2.0E) injectiemotor ingebouwd, die de lichte Kadett C een topsnelheid van rond de 200 km/u gaf. De coupé gt/e versie behaalde zijn succes als rally-auto. Ook wordt de Kadett C wel de laatste echte Opel Kadett genoemd, omdat het de laatste versie was met achterwielaandrijving. De Opel Kadett C werd geleverd in twee verschillende versies, namelijk de C1- en C2-uitvoering. De laatste werd gebouwd vanaf 1977. In mei 1975 werd ook nog de Opel Kadett City op de markt gebracht wat een compact en wendbaar stadsautootje was.
Topmodel
Het topmodel was zonder twijfel de Kadett C GT/E, geïntroduceerd in 1975. Deze sportieve coupé kreeg een 2.0-liter injectiemotor met 105 pk en 153 Nm koppel. Daarmee haalde hij een topsnelheid van 184 km/u en deed hij de sprint van 0 naar 100 km/u in ongeveer 10,2 seconden. Voor de jaren zeventig was dit meer dan respectabel en bovendien maakte de GT/E indruk in de rallysport, waar hij met succes werd ingezet.

Concurrenten
De Kadett C moest het opnemen tegen stevige concurrenten zoals:
- Volkswagen Golf I
- Ford Escort Mk2
- Renault 12
- Peugeot 304
Vooral de Escort en de Golf waren geduchte tegenstanders, maar de Kadett wist zich te onderscheiden door zijn achterwielaandrijving en brede aanbod aan varianten.
Opvolgend model
In 1979 werd de Kadett C vervangen door de Kadett D, die zoals gezegd voor het eerst overstapte op voorwielaandrijving. Daarmee sloeg Opel een geheel nieuwe weg in en begon een nieuw hoofdstuk in de Kadett-geschiedenis.















