Opel Kapitän

De Opel Kapitän werd gebouwd tussen 1939 en 1970 en was gedurende deze lange periode het topkmodel van de Duitse autobouwer. In 1939 werd de eerste versie van dit model als wereldprimeur gepresenteerd op de Autosalon van Genève. De Opel Kapitän-modellen waren meestal uitgerust met een zescilinder lijnmotor met een cilinderinhoud van 2,5 tot 2,8 liter.

 

1938-1940

Voor Opel zou de Kapitän het laatste model zijn dat ze op de markt brachten voor de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog. De eerste Kapitän was beschikbaar in vele verschillende carrosserie-varianten, het populairst was de vierdeurs sedan. De vooroorlogse Kapitän werd gekenmerkt door een unibody, wat modern was voor die tijd. De auto kreeg zijn 2,5-liter motor van zijn voorganger, de Admiral. Met deze motor haalde de auto een maximale snelheid van 118 km/u.

 

Civiele autoproductie stopte ook voor Opel en in de herfst van 1940 werd er oorlogsmaterieel geproduceerd. Tegen die tijd waren er 25.371 Kapitäns gebouwd waarvan 248 tweezits cabriolets die een carrosserie kregen van carrosseriebouwers Gläser uit Dresden en Hebmüller van Wülfrath uit Wuppertal. Na de Tweede Wereldoorlog zouden er geen Kapitän cabriolets meer gebouwd.

 

Zeldzame Kapitän cabriolet uit 1939

Foto: Lars-Göran Lindgren, Sweden

Zeldzame Kapitän cabriolet uit 1939

 

kapitan 1939 coupe uit 1939

Vierdeurs Opel Kapitän coupé uit 1939

 

 

1948-1950

In oktober 1948 werd de Kapitän opnieuw geïntroduceerd als de eerste Duitse naoorlogse zescilinder auto. De verkoop aan particuliere klanten begon in 1949. Het model werd alleen aangeboden als een saloon/sedan, op basis van de eerste versie uit 1939. De belangrijkste verschillen waren ronde koplampen in tegenstelling tot de vooroorlogse zeshoekige varianten. Vanaf mei 1950 werd de versnellingspook verplaatst van de vloer naar de stuurkolom. De eerste naoorlogse Kapitän bereikt een topsnelheid van 126 km/u en ging in 29 seconden naar de 100 km/u. Tot februari 1951 werden er 30.431 Kapitäns gebouwd.

 

Kapitan uit 1948

Opel Kapitän uit 1948

 

1951-1953

In 1951 maakte Opel een paar kleine stilistische aanpassingen aan de iets gemoderniseerde versie van het oude model, maar technisch gezien was het bijna identiek aan zijn voorganger. Aan de buitenkant kreeg het model duidelijk Amerikaanse invloeden mee in de vorm van de nodige chroom-accenten. Van maart 1951 tot en met juli 1953 bouwde Opel 48.562 exemplaren van deze serie.

 

Kapitan 1951

Opel Kapitan uit 1951

 

1953-1958

In november 1953 lanceerde Opel een compleet nieuwe Kapitän die langer en breder was dan zijn voorgangers. Het model behield de zescilinder motor maar dan wel met meer vermogen: eerst 68 PK, in 1955 71 PK en het jaar erna 75 PK. In 1956 kreeg het model een kleine facelift met onder andere een meer up-to-date grille, nieuwe koplampen en grotere voorste knipperlichten. Vanaf mei 1957 was het model ook met een semi-automatische 3-speed overdrive transmissie met een optionele extra vierde versnelling leverbaar. Van november 1953 tot februari 1958 werden er 154.098 Kapitäns gebouwd. In zijn tijd was deze generatie na de Volkswagen’s Kever en de eigen Opel Rekord de populairste auto in Duitsland.

 

Opel Kapitän P1

De Kapitän serie P1 werd door Opel geïntroduceerd in juni 1958 en was breder en lager dan zijn voorganger met panoramische ramen. Het model werd met gemengde gevoelens ontvangen. Enerzijds werd de Amerikaanse stijl gewaardeerd, maar er was er ook kritiek over de lage achterkant voor de passagiers op de achterbank. De zescilinder motor had inmiddels 80 PK gekregen. De P1 werd slechts 1 jaar gebouwd en in dat jaar rolden er 34.282 exemplaren de fabriek uit.

 

P1 1958

Opel Kapitän P1 uit 1958

 

Opel Kapitän P2

De P2 Kapitän kwam op de markt in augustus 1959 en kreeg een nieuwe grille en een vernieuwde body met een hoekiger dak. Ook kwam er eindelijk een nieuwe motor onder de kap in de vorm van een 2,6 liter inline zescilinder motor die zorgde voor een topsnelheid van 150 km/u en een 0 naar 100 sprint van 16 seconden. Deze P2 werd goed ontvangen door het publiek en in vier jaar tijd wist Opel er 145.618 exemplaren van te bouwen en te verkopen. Hiermee was dit het populairste model uit de hele reeks.

 

Opel Kapitan P2 1959

Opel Kapitän P2 uit 1959

 

Opel Kapitän A

In de aanloop naar 1964 was Opel flink in de weer geweest en bracht het merk de compleet nieuwe KAD (Kapitän, Admiral, Diplomat) modellen op e markt; de Kapitän diende als het basismodel van deze drie-modellen lijn. Het model werd aangedreven door dezelfde motoren als de Opel Admiral, namelijk een 2,6 of een 2,8 liter inline zescilinder motor. Een paar Kapitäns kregen zelfs een Chevrolet 4,6 liter V8. Net als zijn duurdere broers, werd de Kapitän in 1967 aangepast en kreeg stootlijsten, een nieuwe ZF-besturing en een inklapbare stuurkolom. Tegelijkertijd kwam er een high performance versie van de 2.8 liter zescilinder op de markt met 140 PK. De verkoop van de Kapitän A daalde sterk en in november 1968 waren er slechts 24.249 gebouwd.

 

opel kapitan A voorzijde

Opel Kapitän A

 

opel kapitan A

 

Opel Kapitän B

De Kapitän B werd in 1969 geïntroduceerd en was de het laatste model dat naam Kapitän zou dragen. De productie eindigde na 31 jaar in mei 1970. De Admiral en Diplomat bleven nog zeven jaar in productie, tot ze werden vervangen door de Opel Senator in 1978. Er werden slechts 4976 Kapitän B modellen werden gebouwd in 15 maanden tijd en het was duidelijk voor Opel dat het model zijn beste tijden had gehad.

 

opel kapitan B

Opel Kapitän B

 




Garages en specialisten

Clubs, fora en verenigingen


Ook interessant