Mazda 626 (1979 - 2002)
De Mazda 626 werd gebouwd tussen 1979 en 2002 en was een Japanse middenklasser die in de thuismarkt de Capella werd genoemd. Ford Motor Company had destijds nauwe banden met Mazda en gebruikte het platform van de 626 voor de productie van de Ford Telstar en Ford Probe. In totaal zijn er ruim 4,3 miljoen exemplaren van de 626 en Ford Telstar modellen wereldwijd verkocht. Het model werd ontworpen om te concurreren met de Japanse middenklassers zowel op de thuismarkt als in de export zoals de Honda Accord, Toyota Corona en Nissan Bluebird. De naam van het model komt van een ster.
Mazda 626 uit 1979
Geschiedenis en achtergrond
De Mazda 626 was jarenlang een van de pijlers van het Japanse automerk Mazda. Het model, dat in verschillende generaties tussen 1978 en 2002 werd geproduceerd, stond bekend als een betrouwbare, comfortabele middenklasser met een sportief randje. Een kenmerk dat Mazda tot op de dag van vandaag koestert. De 626 is eigenlijk de internationale versie van de Mazda Capella, die al sinds 1970 in Japan werd verkocht. Toen Mazda zich in de jaren ’70 sterker wilde positioneren op de exportmarkten, vooral in Europa en Noord-Amerika, kreeg de Capella een nieuwe naam: Mazda 626.
De eerste generatie (1978–1982) was een klassieke achterwielaandrijver, met eenvoudige techniek en een degelijke reputatie. Vooral de betrouwbaarheid en het relatief lage brandstofverbruik maakten hem populair, zeker in de nasleep van de oliecrisis. In 1982 kwam de tweede generatie (GC-serie), waarbij Mazda overstapte naar voorwielaandrijving — destijds modern en ruimtebesparend. De auto groeide qua afmetingen en comfort en werd een serieuze concurrent voor Europese modellen zoals de Ford Sierra, Opel Ascona en Volkswagen Passat.
Eerste generatie van de Mazda 626
De eerste Capella kwam in 1970 op de markt en werd gebouwd tot 1978. Het model werd aangedreven door een vier-cilinder motor van 1,5 met 92 PK of 1,6 liter met 100 PK. De eerste modellen hadden allemaal rechthoekige koplampen, terwijl de modellen met rotatiemotor vanaf oktober 1971 ronde dubbele koplampen kregen, dit werd vanaf 1972 standaar op alle modellen. De achterlichten werden gedurende de productieperiode meerdere keren veranderd.
Optioneel was een wankelmotor leverbaar in de modellen Capella en Rotary voor de thuismarkt en Mazda RX-2 voor de export. De Capella kreeg een vrij grondige facelift in februari 1974. Deze facelift was inclusief een gerestylde voorkant die 11 cm langer werd en een vernieuwde dashboard. Op deze versie was ook optioneel een 1,8 liter motor leverbaar.
De RX-2 werd vanaf 1972 geassembleerd onder contract in Nieuw-Zeeland. Het was de eerste en enige auto met rotatie-motor die ooit in het land zou worden gemonteerd en was er als sedan en als coupé. De 616 werd ook gebouwd, maar die was veel minder populair. De 616 was wel een belangrijk model van Mazda’s uitbreiding in de Verenigde Staten in 1971, waar hij voorgegaan was door de RX-2 het jaar daarvoor.
De stationwagon-versie, kwam in de lente van 1988 op de markt. Bijzonder aan deze auto was dat, samen met de vijfdeurs coupé, vierwiel-besturing leverbaar werd. Dit systeem was niet bijzonder succesvol in de markt maar voor de Japanse consument bleef deze optie langer beschikbaar dan voor de exportmarkt.

Tweede generatie van de Mazda 626
De tweede generatie achterwielaangedreven Capella werd geleverd tussen oktober 1978 en 1982 zowel als sedan als coupé. Het model stond bekend op de exportmarkten als de 626, met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk waar het wat de Mazda Montrose werd genoemd. De sedan en de coupé waren mechanisch identiek en kwamen beide met een handgeschakelde vijfversnellingsbak of drie-traps automatische transmissie.

Derde generatie (1982-1987)
In september 1982 werd de derde generatie van de Capella verkrijgbaar gebaseerd op het nieuwe front-wheel-drive Mazda GC platform. De internationale versie kreeg wederom de naam 626 en was wederom leverbaar als sedan en coupé. Hier werd voor het eerst een vijfdeurs hatchback aan toegevoegd. De modellen kregen een 1,6 liter, 1,8 liter, of 2,0 liter viercilinder lijnmotor waarbij de 2,0 liter ook leverbaar was met een turbo en 145 PK leverde. In september 1983 kwam hier nog een 2,0 liter diesel bij.


Vierde generatie van 626
De vierde generatie van de Mazda Capella werd gebouwd tussen 1987 en 1991 met nieuwe stillere motoren die niet zozeer meer PK’s kregen, maar wel meer koppel. De meeste modellen hadden een 1,6 liter, 1,8 liter, 2,0 liter en 2,2 liter. Het GT-model had een 2,0 liter DOHC die 148 PK leverde.

Vijfde generatie
De vijfde generatie van de Mazda 626, geïntroduceerd in 1991, vertegenwoordigde een belangrijke stap in de evolutie van het model. Het ontwerp werd moderner en gestroomlijnder, met vloeiende lijnen die zowel sedan- als stationwagenvarianten een volwassen uitstraling gaven. Binnenin werd het interieur ruimer en comfortabeler, met aandacht voor ergonomie en praktische bediening. De motoren werden krachtiger en efficiënter, waardoor de 626 V zowel geschikt was voor dagelijks gebruik als voor langere ritten. Dankzij een uitgebalanceerd rijgedrag, betrouwbare techniek en een comfortabele ophanging werd deze generatie populair bij gezinnen en zakelijke rijders.
Zesde generatie
De zesde generatie, geproduceerd van 1997 tot 2002, was de laatste Mazda 626 en combineerde alle sterke punten van zijn voorgangers in een modern en verfijnd pakket. Het exterieur oogde aerodynamisch en volwassen, terwijl het interieur comfortabel, overzichtelijk en gebruiksvriendelijk bleef. Motoren werden krachtiger en efficiënter, transmissies betrouwbaar en de ophanging goed afgestemd op zowel comfort als dynamisch rijgedrag. Deze generatie bood volop ruimte voor inzittenden en bagage, vooral in de stationwagenvariant. Met de introductie van de Mazda 6 in 2002 nam Mazda het stokje over en nam deze het succesvolle concept van de 626 mee naar een nieuwe generatie middenklassers.
Design en interieur
De Mazda 626 heeft sinds zijn introductie in 1970 een duidelijke ontwikkeling doorgemaakt op het gebied van design en interieur. In de vroege generaties viel de auto op door zijn hoekige, compacte vormen en functionele styling. De rechthoekige koplampen en eenvoudige bumpers gaven de 626 een herkenbare middenklasse-uitstraling, die zowel praktisch als betrouwbaar oogde. Het interieur van deze eerste modellen was sober maar doeltreffend, met een overzichtelijk dashboard en basisinstrumenten, waardoor de bestuurder alles gemakkelijk kon overzien en bedienen.
Met de tweede en derde generatie, in de late jaren zeventig en vroege jaren tachtig, werden de vormen van de 626 iets ronder en vloeiender. Het exterieur oogde moderner en aerodynamischer, en hatchback- en stationwagenvarianten boden extra veelzijdigheid. Binnenin werd het interieur ruimer, met meer aandacht voor comfort en zitruimte. Het dashboard bleef overzichtelijk, maar er werden luxere materialen en meer opties toegevoegd, waardoor het rijden zowel comfortabel als plezierig werd.
Vanaf de vierde generatie, die in 1987 werd geïntroduceerd, kreeg de Mazda 626 een volwassen en gestroomlijnde uitstraling. Het exterieur was vloeiender, met gestileerde koplampen en geïntegreerde bumpers, waardoor de auto een moderner karakter kreeg dat goed kon concurreren met Europese middenklassers. Het interieur werd eveneens verfijnd: stoelen waren comfortabeler, materialen kwalitatief beter en bedieningselementen intuïtief geplaatst. Stationwagenmodellen boden bovendien royale bagageruimte en multifunctionele indelingen, waardoor de auto geschikt was voor zowel gezinnen als zakelijke gebruikers.
Bij de zesde generatie, de laatste productieversie van de 626, combineerde Mazda al deze elementen tot een coherent geheel. De auto oogde modern en aerodynamisch, terwijl het interieur een balans vond tussen comfort en gebruiksgemak. Stoelen boden goede ondersteuning, de indeling van het dashboard bleef overzichtelijk en de materialen waren duurzaam en prettig in gebruik. De Mazda 626 wist zo door alle generaties heen een reputatie op te bouwen van een middenklasse auto die zowel betrouwbaar als stijlvol was, met een interieur en exterieur die praktische bruikbaarheid nooit uit het oog verloren.
Concurrenten
- Volkswagen Passat
- Ford Mondeo / Sierra
- Honda Accord
- Toyota Camry / Carina
- Opel Vectra / Omega
De Mazda 626 onderscheidde zich door lichtgewicht, wendbaarheid, betrouwbaarheid en een scherp prijs-/prestatieniveau. De 626 won meerdere betrouwbaarheid- en veiligheidsprestatieprijzen in de jaren ’80 en ’90. In 2002 werd de 626 opgevolgd door de Mazda 6, die de rol van gezinsauto en zakelijke middenklasser overnam.
Modelinformatie | |
| Merk | Mazda |
|---|---|
| Model | 626 (1979 - 2002) |
| Land | Japan |
| Start productie | 1979 |
| Einde productie | 2002 |
| (Geschat) productieaantal | 3.300.000 |
| Transmissie | handgeschakeld 4 of 5 versnellingen, 3- of 4-traps automaat |
| Motorspecificatie | 4-cilinder 1.6L, 1.8L, 2.0L, 2.2L |
| Brandstof | benzine, diesel |
| Body Type | Sedan:, Hatchback, Stationwagen, Coupé |
Prestaties topmodel | |
| Topmodel | Mazda 626 2.0i / GT |
| (Geschat) gewicht | 1270 kg |
| Vermogen | 145 pk |
| Koppel | 185 Nm |
| Topsnelheid | 205 km/u |
| Acceleratie 0-100 | 8.8 sec |
Mis je informatie of kom je een foutje tegen, of heb je misschien een mooi verhaal over dit model?
Mail ons, dat wordt enorm gewaardeerd!















