Jensen Interceptor ’66
De Jensen Interceptor was een sportieve GT-klasse auto die werd gebouwd tussen 1966 en 1976. Het model werd met de hand gebouwd op de Kelvin Way Factory, West Bromwich in de buurt van Birmingham.
De Jensen Interceptor naam was al eerder gebruikt voor de Jensen Interceptor die werd gebouwd tussen 1950 en 1957. Jensen bouwde voor de Interceptor uit 1966 veel modellen met een glasvezel versterkt kunststof body, maar de nieuwe Interceptor kreeg een volledig stalen body ontworpen door Carrozzeria Touring uit Italië.

Geschiedenis en achtergrond
De Jensen Interceptor, geïntroduceerd in 1969, was niet zomaar een opvolger van de eerste Interceptor – het was een verfijnde, comfortabelere en vooral krachtigere versie van de al indrukwekkende Britse GT. Waar de eerste Interceptor vooral indruk maakte door zijn Italiaanse styling en Amerikaanse spierballen, bracht de tweede generatie meer luxe, betere bouwkwaliteit en subtiele maar belangrijke technische verbeteringen.
De auto werd nog steeds gebouwd in West Bromwich, maar Jensen had goed geluisterd naar klanten. De Interceptor II kreeg een verbeterde ophanging, krachtigere remmen en een vernieuwd interieur dat meer aansloot bij de wensen van de veeleisende gentleman driver. Onder de motorkap bleef de samenwerking met Chrysler intact — de Amerikanen leverden de enorme V8’s die de Britten maar wat graag inbouwden.
Design en interieur
Qua uiterlijk was de Interceptor II niet radicaal anders dan zijn voorganger, maar de details maakten het verschil. De carrosserie, nog steeds ontworpen door Carrozzeria Touring en later gefabriceerd door Vignale, kreeg subtiel herziene bumpers, betere afwerking en een nieuw type achterruitverwarming. Die beroemde panoramische achterruit bleef natuurlijk: een stijlkenmerk dat de Interceptor zijn unieke look gaf.
Binnenin werd het pas echt feest. Jensen gaf de Interceptor II een volledig nieuw dashboard met meer instrumenten dan sommige straaljagers uit die tijd, verbeterde stoelen met dikkere vulling en meer gebruik van hout en leer. Airconditioning, elektrisch verstelbare ramen en een radio waren niet langer luxe, maar standaard. Het interieur was een plek waar Britse degelijkheid en Amerikaanse overdaad elkaar vriendelijk de hand schudden — en daarna samen een borrel dronken.

Motoren
Ook voor de Interceptor gebruikte Jensen Chrysler V8-motoren, te beginnen met een 6276 cc blok in de achterwiel aangedreven Mark I automaat. Van de Mark I met handbak werden er slechts 22 werden gebouwd. In 1970 werd het blok aangepast door Chrysler voor gebruik met normale benzine en kreeg het minder PK’s, waarop Jensen ervoor koos om de 440 ci Chrysler motor te gaan gebruiken.
Modelvarianten
Interceptor Mark I – 1024 exemplaren
De Mk I was de eerste in de reeks en dat zag je meteen aan zijn stijl: de carrosserie werd ontworpen door Carrozzeria Touring en gebouwd bij Vignale in Italië. Daardoor had hij die kenmerkende gebogen achterruit en een bijna exotische uitstraling — zeker vergeleken met zijn Britse tijdgenoten.
Onder de motorkap lag een Chrysler V8 van 6,3 liter, goed voor 325 pk. Genoeg om de GT in een kleine 7 seconden naar de 100 te jagen, terwijl je in alle comfort over de Britse B-wegen zweefde. De afwerking was degelijk maar nog wat ruw aan de binnenkant; Jensen was duidelijk nog aan het zoeken naar balans tussen luxe en sportiviteit.
Interceptor Mark II – 1128 exemplaren
De Mk II kwam in 1969 en bracht vooral verfijning. De styling werd licht aangepast — vooral aan de voorkant, waar grotere bumpers en gewijzigde koplampen het geheel wat moderner maakten. Ook kreeg het interieur een flinke opfrisbeurt: meer hout, beter leer en verbeterde stoelen maakten het een echte gran turismo.
Mechanisch bleef het grotendeels bij het oude, al werd de ophanging herzien voor meer comfort en stabiliteit bij hogere snelheden. In de praktijk voelde de Mk II meer als een continentverslinder dan als een sportwagen.
Interceptor Mark III – 4255 exemplaren
En toen kwam de Mk III, de versie die de Interceptor-legende echt vestigde. De vroege Mk III’s hielden de 6,3-liter motor, maar later stapte Jensen over op de 7,2-liter (440 cu in) Chrysler V8, goed voor een imposante 305 pk en een woest koppel van ~460 Nm. Daarmee werd het niet alleen de snelste Interceptor, maar ook de meest verfijnde.
Het uiterlijk kreeg subtielere chroomaccenten, andere wielen en een iets luxueuzer ogend front. Binnenin ging het volledig richting high-end: airco, elektrisch verstelbare stoelen, betere isolatie en alles wat een Britse gentleman in de jaren zeventig nodig had om comfortabel door Europa te flaneren.
De Mk III werd er ook in Cabriolet- en Coupé-versie (hardtop) gebouwd, waarmee Jensen een klein beetje richting Rolls-Royce Corniche mikte – maar dan met flink wat meer spierballen.

Concurrenten
De Interceptor speelde in een segment waar het exclusief en prijzig was, met concurrenten als:
- Aston Martin DBS – Brits, stijlvol en met vergelijkbare prestaties.
- Jaguar E-Type Series 3 V12 – sportiever, maar minder luxe.
- Maserati Indy – Italiaans temperament, maar minder betrouwbaar.
De Jensen stond tussen deze namen als een gentleman met spierballen: stijlvol, maar met een dreun onder de motorkap waar de rest even stil van werd. Richard Hammond van Top Gear noemde ooit de Jensen Interceptor “de mooiste Britse auto met een Amerikaanse ziel”, en daar had hij geen ongelijk in.
MODELINFORMATIE
PRESTATIES TOPMODEL
Jensen modellen
Garages en specialisten
- Hier kan uw bedrijf staan
- Speed 8 Classics - Mallespecialist
- Stalling Bollenstreek - Voorhoutspecialist
- Stoffeerderij C. van Straaten en Zn. - Woerdenspecialist
- Tony de Bruijn bekledingen - Roosendaalspecialist
- Witmer & Odijk - Warmondspecialist
Clubs, fora en verenigingen
- Jensen Genootschap Holland
- Koninklijke Nederlandse Automobiel Club
- Oldtimer en Classic Car Club Heel
- Veenendaalse Oldtimer Club
- Vlaamse Vehikel Klub















