Imperia

Imperia is een fabrikant van auto’s uit België. Het merk werd in 1904 opgericht door Adrien Piedboeuf, voormalig verkoper van Metallurgique en kwam voort uit het merk Pieper.

 

Het in Luik gevestigde bedrijf – S.A. des Etablissements Pieper, Liège en Nessonvaux – was in 1866 opgericht door de Duitser Henri Pieper, die al eerder in Luik de eerste elektrische tram in België aanlegde. Pieper maakte een van de eerste voorlopers van de hybride-auto, een vinding die hij in 1909 al patenteerde. De auto’s gebruikten de energie die vrijkwam bij het remmen, welke normaliter verloren ging, om batterijen op te laden. Als de auto’s dan bergop moesten rijden konden de elektrische motoren weer meehelpen bij het klimmen.

 

eerste_patent hybride auto 1909 henri pieper

 

Tot 1903 zijn deze auto’s geproduceerd, waarna Auto-Mixte de patenten gebruikte voor haar voertuigen. De werkplaats werd overgenomen door Imperia. Oorspronkelijk had het merk een kroon als embleem. Eigenaar Piedboeuf woonde in Aken, de geboorteplaats van Karel de Grote, en vond daarom een kroon wel een passend embleem voor zijn automerk.

 

 

De fabriek was eerst gevestigd aan de Rue de Fragnée te Luik maar in 1907 werd de werkplaats vanwege ruimtegebrek verplaatst naar de Rue Gomélevay in Nessonvaux, Trooz. Daar zijn ook nog gebouwen van de fabriek te zien waar de merknaam nog altijd op de gevel staat. Er zijn zelfs nog delen van de testbaan te zien dat zich op het dak bevond.

 

Imperia-auto’s

Op het beroemde circuit van Brooklands wist een Imperia in 1910 een snelheid te behalen van 144 km/h. In 1912 fuseerde Imperia met Springuel uit Hoei. Tussen 1914 en 1917 werd een samenwerking aangegaan met de firma Abadal en werden de auto’s ook wel Imperia-Abadal genoemd.

 

De modellen die werden geproduceerd in de periode tussen de twee wereldoorlogen in, kregen allemaal de namen van vogels. Zo was er de Hirondelle (zwaluw), de Mésange (mees), de Albatros en de Mouette (meeuw).

 

imperia hirondelle

 

Na de oorlog was de fabriek compleet leeggeroofd en had Imperia zeer veel moeite om het hoofd boven water te houden. De nieuwe eigenaar, Mathieu van Roggen, die al het merk Teixeira bezat, maakte een nieuwe serie van lichtgewicht sportauto’s wat de gouden jaren voor het Imperia merk zou gaan inluiden. In 1923 kwam het merk met een auto met een viercilindermotor van 1100 cc op de markt en in 1927 een auto met een zescilindermotor van 1650 cc. Van Roggen nam Metallurgique uit Marchienne-au-Pont en Excelsior uit Zaventem over en in 1928 ook nog Nagant.

 

In 1929 werd er een speciale testbaan op het dak van de fabriek gebouwd en in 1932 neemt men een licentie om Adlers te mogen produceren. In 1934 neemt het Minerva over. Van Roggen probeert een zeer luxe auto in de markt te zetten, maar de Tweede Wereldoorlog gooit roet in het eten. Zakenmensen uit Verviers kopen Imperia uit, vlak voor de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog. In de hoogtijdagen rolden er zo’n negen auto’s per dag de fabriek uit.

 

 

Na de oorlog heeft Imperia nog altijd de licentie van Adler en gaat men door met de productie van deze auto. Naast Adler komt het Engelse merk Standard in productie. Dit kan Imperia echter niet redden en in 1958 sluit het voorgoed de deuren van de fabriek.




Garages en specialisten

Clubs, fora en verenigingen


Ook interessant