Hotchkiss

Hotchkiss was een van de eerste Franse automerken en werd opgericht in 1871. Hotchkiss auto’s werden gemaakt tussen 1903 en 1955 in Saint-Denis, Parijs. Het logo van het merk bevat een paar gekruiste kanonnen, wat een duidelijke verwijzing is naar de geschiedenis van het bedrijf als wapenfabrikant.

 

Het bedrijf begon met het produceren van motoronderdelen voor andere merken, zoals krukassen die werden geleverd aan Panhard et Levassor, De Dion-Bouton en andere baanbrekende bedrijven. In 1903 ging het bedrijf over tot het bouwen van complete motoren. Aangemoedigd door twee grote distributeurs van auto’s, Mann & Overton uit Londen en Fournier uit Parijs, besloot Hotchkiss ook eigen auto’s te bouwen en kocht het een Mercedes Simplex voor inspiratie, daarbij werd ontwerper Georges Terasse aangetrokken.

 

Eerste Hotchkiss auto’s

De eerste Hotchkiss auto was een 17 CV viercilinder model uit 1903. De 20 CV type C had een motor die sterk gebaseerd op de Mercedes Simplex. Zescilinder modellen, de types L en O, volgden in 1907. Met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, draaide de fabriek oorlogsproductie en een dochteronderneming van de fabriek werd geopend in Coventry, Engeland. Tijdens de Eerste Wereldoorlog produceerde het merk machinegeweren en testte deze uit op het dak van de fabriek. In 1919 werd de autoproductie in Frankrijk hervat met de vooroorlogse typen AD, AD6, AF en AG.

 

Na een poging om de luxe markt te betreden met de AK, besloot het bedrijf om een ‘1 model beleid’ te gaan voeren en introduceerde de in Coventry ontworpen AM in 1923. Later dat jaar werd de Coventry fabriek verkocht aan Morris. In 1926 werd de bouw van de nieuwe fabriek op de Boulevard Ornano voltooid en in 1929 kreeg Hotchkiss machines waarmee het in-house stalen bodies kon produceren. Het 1-model beleid duurde tot 1929 toen de zes-cilinder AM73 en AM80 modellen werden aangekondigd.

 

De AM-modellen werden vervangen door een nieuwe reeks in 1933 met een nieuwe naamgevingsysteem: De 411 was een 11CV model met vier-cilindermotor, de 413 een 13cv vier en 615, 617 en 620 werden soortgelijke zes-cilinders. De 1936 686, was de opvolger van de 620 en beschikbaar als high-performance Grand Sport en met deze modellen won Hotchkiss de Rally van Monte Carlo in 1932, 1933, 1934, 1939, 1949 en 1950. De namenreeks geïntroduceerd in 1936 bestond uit het aantal cilinders, gevolgd door de boring van de motor in millimeters.

 

Tweede Wereldoorlog

In 1937 nam Hotchkiss Amilcar over. In deze oorlogstijden begon het merk ook met het maken van militaire voertuigen en lichte tanks. Toen Frankrijk de oorlog wer verklaard, in september 1939, had Hotchkiss een leger order voor 1.900 H35 en H39 tanks aangedreven door zes-cilinder motoren van respectievelijk 3,5 en 6 liter. Met de Duitse inval in mei 1940 was het merk nog altijd bezig om deze order te verwerken. De situatie werd echter behoorlijk penibel met de oprukkende Duitsers en me besloot de productie te verplaatsen richting het zuiden waarbij wanhopig werd geprobeerd om informatie over de militaire productie uit handen van de Duitsers te houden. Echter, de nationale capitulatie op 22 juni zorgde ervoor dat deze inspanningen voor niets waren. Tijdens de oorlog werden de werknemers gedwongen om voor de bezetter te werken en was men vooral bezig met reparaties aan oorlogstuig.

 

De Duitsers voerden in 1940 een wet in tot machtiging van de confiscatie van bedrijven die werden gerund door Joden. Ook Peugeot stond als bedrijf onder algehele Duitse controle sinds de zomer van 1940. In juli 1942 nam Peugeot een controlerend aandeel in de Hotchkiss bedrijfsvoering.

 

Naoorlogse modellen

Na de oorlog kwam de autoproductie slechts langzaam op gang met minder dan 100 geproduceerde auto’s in 1946 en 1947. In 1948 begon de productie weer wat meer op gang te komen met 460 Hotchkiss auto’s. Het volume was echter volstrekt ontoereikend om van Hotchkiss weer een gezond bedrijf te maken. De productie van trucks had meer succes met meer dan 2.300 geproduceerd exemplaren in 1948. Het was dankzij de productie van deze trucks en van de op een Jeep gebaseerde M201 dat het bedrijf in staat was overeind te blijven tot het midden van de jaren vijftig. De auto’s die het bedrijf produceerde in de tweede helft van de jaren veertig waren eigenlijk vooroorlogse ontwerpen. De 2.312 cc viercilinder auto werd nu gebrandmerkt als de Hotchkiss 864, terwijl de zescilinder auto werd badged als de Hotchkiss 680 met een 3016 cc motor of als de Hotchkiss 686 met de 3485 cc motor.

 

Het auto-gamma werd gemoderniseerd in 1950 en een nieuwe auto, de vierdeurs sedan Anjou, was beschikbaar op het 1350 (hernoemd van de 486) en 2050 (686) chassis. De Anthéor cabriolet kwam in 1952 op de markt. In 1948 had Hotchkiss de rechten op de Grégoire front-wheel-drive auto gekocht en de productie van deze auto in 1951 toegevoegd, maar dit was echter te duur. De omzet liep terug van het merk liep terug. De familie Peugeot verkochten hun belang in de onderneming. Coupé en cabriolet versies van de Hotchkiss-Grégoire werden aangekondigd in 1951, maar de verkoopcijfers gingen niet omhoog, en de productie stopte in 1952 nadat er slechts 247 exemplaren de fabriek waren uitgerold.

 

Fusie en sluiting

Hotchkiss ging in 1954 samen met Delahaye als Société Hotchkiss-Delahaye geworden, maar de productie van auto’s stopte in 1955 en het bedrijf bouwde alleen nog Jeeps in licentie. In 1956 werd het bedrijf overgenomen door Brandt, een producent van huishoudelijk apparaten en kreeg het de naam Hotchkiss-Brandt. Dit merk werd op zijn beurt weer overgenomen door Thomson-Houston in 1966. Militaire voertuigen werden gemaakt tot 1967 en vrachtwagens tot 1971 waarna het doek definitief viel.




Garages en specialisten

Clubs, fora en verenigingen


Ook interessant