Ford Sierra

De Ford Sierra was een middenklasse auto die door Ford in 1982 als opvolger van de populaire Ford Cortina en Taunus op de markt werd gebracht. De Sierra werd gebouwd tussen 1982 en 1993 en was ontworpen door Uwe Bahnsen, Robert Lutz en Patrick le Quément. Van de Sierra kwam een Mark I en een Mark II uit in de productieperiode van ruim tien jaar.

 

Ford Sierra MK1

Ford Sierra Mark I gebouwd tussen 1982 en 1987

 

De Sierra werd gepresenteerd op 21 september 1982. De vormgeving van de auto was afgeleid van de in 1981 getoonde Probe III Concept Car. De nieuwe Sierra was gelijk een succes bij het grote publiek. Het model had nog altijd achterwielaandrijving terwijl de nieuwe modellen van de concurrentie rond die tijd, onder andere de Opel Ascona en de Volkswagen Passat, waren overgestapt op de goedkopere voorwielaandrijving.

 

Ford Sierra Cosworth

De gespierde subtiele Sierra Cosworth was niet zomaar een zeer sportief uitziende auto, het was een auto die ontworpen en gebouwd was om races te winnen. De Groep A-regelgeving uit de jaren 80 vereiste dat er 5000 exemplaren moesten worden gebouwd om een auto te homologeren en te laten racen, dus in navolging van de Lotus Cortina en RS Escorts, nam Ford zijn toen nog niet geliefde Sierra en maakte het model geschikt voor racen.

 

Ondanks de enorme vleugel die op de achterklep prijkt, was het belangrijkste onderdeel van de Sierra de 2-liter viercilinder turbomotor. Volgens Ford kon die vleugel overigens tot 20,4 kg downforce produceren bij 100 km/u. Door de motor kwam Cosworth, het ingenieursbureau dat de motor ontwikkelde, terecht in de officiële naam van de auto. De Sierra Cossie was misschien wel de eerste Ford die de naam Cosworth kreeg, maar de relatie tussen de twee bedrijven gaat terug tot de jaren zestig, toen de Amerikaanse autofabrikant de ontwikkeling van een 3-liter V8-motor voor de F1-auto van Lotus financierde. De resulterende V8, bekend als de DFV, werd vervolgens meer dan een decennium lang een dominante motor in de Formule 1 en won maar liefst 155 Grand Prix-races.

 

Cosworth ontwikkelde eind jaren ’60 en ’70 ook een viercilindermotor voor de race- en rallysedans van Ford. De Mk1 Escort RS1600, die de Lotus-aangedreven Twin Cam Escort verving, had een 1600cc-motor met een door Cosworth ontworpen kop met 16 kleppen, de BDA genoemd.

 

De formule voor de Sierra was niet anders dan die van de eerdere homologatie-escorts, Cosworth creëerde een nieuwe kop voor een van de bestaande motorblokken van Ford om het aanzienlijk krachtiger te maken. Het gietijzeren blok van de single-overhead cam van Ford, de T88 Pinto die in de Escort RS2000 werd gebruikt, vormde de basis van de nieuwe motor van de Sierra, de YB. Cosworth ontwierp een aluminium kop die past bij het Pinto-blok met twee riemaangedreven nokken die 16 kleppen bedienen; acht 35 mm inlaatkleppen en acht 31 mm uitlaten. Omdat het de jaren 80 waren en het destijds erg in de mode was, voegden de Cosworth-ingenieurs een turbocompressor, een Garrett AiResearch T3 en een intercooler toe die het vermogen opschroefden naar 201 PK bij 6000 tpm voor de wegversie. De eerste motoren voor de race-versie produceerden ongeveer 375 PK

 

Ford Sierra Cosworth motorblok

Ford Sierra Cosworth motorblok

 

In combinatie met een Borg-Warner-versnellingsbak met vijf versnellingen stuurde de Cosworth YB-motor koppel naar een achteras die was uitgerust met een viskeuze koppeling met sperdifferentieel. Met 204 pk kon de Sierra accelereren naar de 100km/u in 6,2 seconden en een officiële topsnelheid van 225 km/u halen.

 

Deelname aan races

In 1987, toen de Cossie voor het eerst op het circuit kwam, werd er eigenlijk gelijk al gewonnen. In juni van dat jaar had Ford de overwinning behaald in de eerste twee ronden van het Monroe British Championship, de Willhire 24 Hour race op Snetterton en de Nürburgring 24 uur. Ondanks dat de Ford was ontworpen als circuit racer, werd er met de RS Cosworth ook in de rallysport geraced. Het was geen groot succes, de lay-out van de achterwielaandrijving was verouderd en niet opgewassen tegen de vierwielaangedreven competitie.

 

Ford Sierra Cosworth RS500 naast een eerst serie Escort

Ford Sierra Cosworth RS500 naast een eerst serie Escort

 

Tegen 1987 wilde Ford de RS Cosworth verbeteren om hem competitief te houden. De regels maakten het mogelijk om speciale wijzigingen aan de raceauto’s aan te brengen als er 500 road-going evolution-modellen werden gebouwd. Ford bracht inkaart wat nodig was om de Cosworth krachtiger, sneller en stabieler te maken en creëerde de Sierra RS500 Cosworth. De carrosserie van de gelimiteerde auto werd enigszins gewijzigd met een extra spoiler aan de achterkant van de kofferbak en een bumper met meer ventilatieopeningen en een onderlip. De motor werd ook aangepast, met een grotere turbo en een herzien inlaatspruitstuk werd het piekvermogen verhoogd naar 224 PK.

 

De RS500’s werd overigens niet door Ford gebouwd. In plaats daarvan besteedde het merk dit uit aan Tickford, dat 500 complete, gewone Cosworths in ontvangst nam en begon met het ombouwen naar de hogere specificatie, inclusief het vervangen van hele motoren. Alle RS500’s zouden zwart zijn, maar door de last-minute manier waarop het RS500-project liep, waren er slechts 392 zwart, 52 waren blauw en de overige 56 waren wit. Hoewel eerder ongetwijfeld succesvol, werd de Sierra pas echt dominant toen de RS500 het circuit betrad. Het behaalde een overwinning in het ’88 DTM-kampioenschap, de Spa 24 Hours in 1989, de ’88 en ’89 Bathurst 1000km, het ’88 en ’89 Australian Touring Car Championship, het ’88 en ’89 Japanese Touring Car Championship en de ’90 British Touring Car Championship.

 



Ford Sierra variaties


Garages en specialisten

Clubs, fora en verenigingen


Ook interessant