Ford Capri Mk1 (1969–1974)
De Ford Capri Mk1 (1969-1974) was de Europese Mustang met circa 1.170.000 gebouwde exemplaren, beschikbaar in maar liefst 39 varianten bij lancering. Met motoren van de 57 pk Kent-viercilinder tot de 138 pk Essex V6, de fastback coupé-carrosserie en de leus “The Car You Always Promised Yourself” werd de Capri Mk1 in zijn eerste twee jaar al 400.000 keer verkocht — de snelst aangeslagen nieuwe Europese sportwagen van zijn tijd. Ford Motor Company had in 1964 de Mustang op de Amerikaanse markt gebracht, dit werd een groot succes en Ford Europe wilde hetzelfde “trucje” in Europa herhalen. Het moest een nieuw soort auto worden: de gezins-coupé.
Ford Capri coupé Mk1 uit 1970
Geschiedenis en achtergrond
Het ontwerpen van de Capri begon in 1965 als een gezamenlijk project van Fords Britse en Duitse divisies. De auto was oorspronkelijk bedoeld om de naam Colt te dragen — als knipoog naar zijn grote broer en inspiratiebron, de Mustang. Ford verloor echter een rechtszaak van Mitsubishi over het gebruik van die naam, waarna de auto voor zijn officiële debuut op de Brussels Motor Show van januari 1969 werd omgedoopt tot Capri.
De advertentieleus “The Car You Always Promised Yourself” was zo treffend dat hij decennialang werd onthouden. De Capri was ontworpen door Philip T. Clark, die ook betrokken was geweest bij het ontwerp van de Ford Mustang, en was bedoeld als de Europese equivalent daarvan: een betaalbare, stijlvolle coupé voor de jonge Europese automobilist.
De Capri werd een groot succes: binnen de eerste twee jaar werden 400.000 exemplaren verkocht. In 1973, het jaar met de hoogste verkopen, verlieten 233.000 Capri’s de fabriek. Op 29 augustus van dat jaar rolde de éénmiljoenste Capri — een RS2600 — van de productielijn.
Ford Capri coupé uit 1970
Ford Consul Capri coupé
Midden jaren zestig kwam de opdracht aan de planners en designers: de auto moet er sportief uitzien, korte achterkant en een gestrekte voorkant hebben. Ook moesten er vier volwassenen goed in kunnen zitten en er een grote keuze zijn in motoren en uitvoeringen. Om de kosten binnen de perken te houden moest gebruik gemaakt worden van onderdelen die Ford in Europa al ‘op de plank’ had liggen. De eerste versie van de Capri was de Consul Capri coupé die werd gebouwd tussen 1961 en 1964.

Design en interieur
Designers in Amerika en Engeland en Duitsland gingen aan de slag. En ook werden er schaalmodellen gemaakt. Het is 1966 als men in Dearborn in de Ford Advanced Vehicle Studio besluit om wat schaalmodellen naar Europa te sturen om de designers wat te stimuleren. Design Vice-President Gene Bordinat met asistent Bob Maguire besloten om de creatie van Gil Spear naar Engeland te sturen omdat deze het meest te bieden had. Alex Trotman, chef van de Engelse product planners was enorm enthousiast en vroeg of Gil Spear naar de UK wou komen om te helpen met de verdere ontwikkeling van de Mk1 Capri, toen nog Colt genaamd.
Ford verloor een rechtszaak van Mitsubishi over de naam Colt en was gedwongen de auto vlak voor zijn officiële debuut in Brussel te hernoemen tot Capri. Een juridische nederlaag die leidde tot een van de meest iconische autonamen in de Europese automobielgeschiedenis.
Gil Spear was de man die volledig verantwoordelijk was voor de lijnen van de Mk1 Capri, de Britten zorgden dat de Amerikaanse “verpakking” op een opgerekt Corsair platform stond dat eigelijk van de Cortina kwam. Ook de C-vormige zijruiten voor de achter passagiers werden in Engeland bedacht nadat de achter-bankzitters zich te opgesloten voelden. Jaren lang werd aangenomen dat de Capri een Brits-Duits product was, auto-historicus/engineer Graham Robson kwam achter het werkelijke verhaal toen de Capri al vele jaren met pensioen was!

De Capri Mk1 had een lange motorkap, een korte achterpartij en nep-luchtinlaten in de achterspatborden — typische stijlkenmerken die de sportieve uitstraling benadrukten zonder de prijs te verhogen. De coupé-carrosserie was een twee-plus-twee: formeel vier zitplaatsen maar de twee achterste echt alleen geschikt voor kinderen of korte ritten.
Bij de lancering waren maar liefst 39 varianten van de Mk1 Capri beschikbaar in Groot-Brittannië — een bijna verwarrend breed palet van uitrustingsniveaus, motoropties en afwerkingsvarianten van L tot XLR. Een koper die een Capri wilde bestellen, moest de verkoopcatalogus zorgvuldig bestuderen voordat hij een bestelling plaatste.
In september 1972 ontving de Mk1 een facelift: grotere lampen voor en achter, een gewijzigd dashboard, een nieuw tweespaaks stuurwiel en een achterste stabilisatorstang. Het 3000GXL-model kreeg vierkoplampen en een opgewaardeerde versnellingsbak.

Modelvarianten
Capri 1300L (1969–1974) — het instapmodel:
De bescheidenste Capri, met een 1.298cc Kent-motor en 57 pk. Dezelfde onmiskenbare carrosserie als zijn krachtigere broers, maar zonder de prestaties om de sportieve uitstraling te rechtvaardigen.
Capri 1600XL / GT (1969–1974) — het volumemodel:
De 1.599cc Kent-motor met 82 pk in de GT-uitvoering. De best verkopende Capri-variant in Groot-Brittannië. Goed voor 100 mph, verkocht voor slechts £890 bij introductie.
Capri 2000GT (1969–1974) — de V4-versie:
Enkele weken na de introductie toegevoegd. Uitgerust met de 1.998cc V4-motor uit de Zephyr en Corsair, twin-choke Weber-carburateur, topsnelheid 107 mph. Slechts £46 duurder dan de 1600GT — een koopje.
Capri 3000GT / 3000E (1969–1974) — het topmodel:
Aangedreven door de 3,0-liter Essex V6 uit de Ford Zodiac, 138 pk. De 3000E had een vinyldashleder, stoelen met stofinzetstukken en openbare achterramen — luxe voor zijn tijd. Vanaf oktober 1971 opgevoerd met gewijzigde inlaatpoorten, grotere kleppen, een scherpere nokkenas en dubbele choke-carburateurs.
Capri RS2600 (1970–1974) — de racewagen voor de weg:
Ontwikkeld door Ford Motorsport Duitsland, gemaakt zijn debuut op de Geneva Motor Show in maart 1970. Uitsluitend linksgestuurd. 2,6-liter Cologne V6 met Kugelfischer mechanische brandstofinjectie, 150 pk. De eerste 50 exemplaren waren “Lightweight”-uitvoering met een streefgewicht van slechts 900 kg. Homologatiemodel voor het Europees Toerwagenklasse Kampioenschap — wordt apart behandeld in de RS- en performance-categorie.

Capri RS3100 (1973–1974) — de zeldzaamste Mk1:
Geïntroduceerd in januari 1974, slechts 250 exemplaren gebouwd voor homologatiedoeleinden. Opgeboorde Essex V6 naar 3,1 liter, 148 pk, ducktail-spoiler voor en achter, verlaagde vering en Bilstein-schokdempers. Topsnelheid circa 200 km/u (125 mph), 0-100 km/u in circa 7,5 seconden. Wordt apart behandeld in de RS- en performance-categorie.


Concurrenten
De Capri concurreerde in het Europese betaalbare coupésegment van het begin van de jaren zeventig. Directe concurrenten waren:
- Opel Manta A (directe concurrent — geïntroduceerd bijna gelijktijdig)
- Triumph GT6
- MGB GT
- Alfa Romeo GT Junior
- Renault 15 / 17

Opvolgend model
In februari 1974 werd de Mk2 Capri geïntroduceerd. De motorkap werd verkort, de cabine ruimer, het kofferdeksel vervangen door een praktische hatchbackklep en de achterbank inklapbaar gemaakt. De Mk2 was zakelijker en gebruiksvriendelijker — maar verloor iets van de rauwe sportiviteit die de Mk1 zo aantrekkelijk had gemaakt.
Modelinformatie | |
| Merk | Ford |
|---|---|
| Model | Capri Mk1 (1969–1974) |
| Land | Verenigde Staten |
| Start productie | 1969 |
| Einde productie | 1974 |
| (Geschat) productieaantal | 1.170.000 |
| Transmissie | handgeschakeld 4 versnellingen, 3-traps automaat |
| Motorspecificatie | 4-cilinder 1.3L, 1.6L, 2.0L, 6-cilinder 3.0L |
| Brandstof | benzine |
| Body Type | Tweedeurs 2+2 fastback coupé (enige fabrieksvorm — alle Mk1-exemplaren), Cabriolet-conversies door Abbott, Crayford en Carbodies (niet-fabrieksmatig) |
Prestaties topmodel | |
| Topmodel | Ford Capri 3000E |
| (Geschat) gewicht | 1078 kg |
| Vermogen | 138 pk |
| Koppel | 230 Nm |
| Topsnelheid | 195 km/u |
| Acceleratie 0-100 | 8.5 sec |
Mis je informatie of kom je een foutje tegen, of heb je misschien een mooi verhaal over dit model?
Mail ons, dat wordt enorm gewaardeerd!
















