Fiat Uno
Het eerste productiemodel van de Fiat Uno werd gebouwd van 1983 t/m 1989 in de Rivalta en Mirafiori-fabriek. Per dag werden er ongeveer 2200 Uno’s geproduceerd. In 1986 vond er een modelwijziging plaats waarbij alle modellen onder andere elektrische ontsteking kregen en werden voorzien van een standaard rembekrachtiger.Het model werd auto van het jaar in 1984.

Geschiedenis en achtergrond
De Fiat Uno verscheen in 1983 en was een klein mirakel van efficiëntie. Fiat wilde een compacte gezinsauto die zuinig, betaalbaar en handig was in de stad, maar ook genoeg ruimte bood voor een gezin met boodschappen, een opblaasboot en een halve vakantie-inboedel. De Uno werd ontworpen door Giorgetto Giugiaro van Italdesign – dezelfde man die onder andere de Volkswagen Golf en DeLorean DMC-12 tekende. Dat verklaart waarom de Uno er strak, functioneel en tijdloos uitzag.
Het was ook een technologische stap vooruit. De Uno stond op een nieuw platform, had uitstekende aerodynamica (Cw 0,34, indrukwekkend voor toen) en was dankzij zijn hoge daklijn verrassend ruim. Fiat zette de auto in de markt als een “supermini”, maar in de praktijk voelde hij veel groter aan.
Design en interieur
De Uno was een toonbeeld van slimme eenvoud. Het ontwerp was rechtlijnig, maar niet saai. De hoge daklijn en grote ruiten zorgden voor een ruimtelijk gevoel en uitstekend zicht rondom – ideaal voor krappe Italiaanse straatjes en parkeergarages waar je net drie centimeter overhoudt. De carrosserie had een bijna vierkante vorm, maar Giugiaro wist er toch iets charmants van te maken.
Binnenin was het typisch Italiaans: functioneel, maar met flair. De stoelen waren comfortabel, het dashboard overzichtelijk en de bediening eenvoudig. Fiat wist het interieur op te bouwen met goedkope materialen die verrassend duurzaam bleken. En ondanks zijn compacte buitenmaten bood de Uno meer binnenruimte dan veel grotere concurrenten.
Bij de facelift in 1989 kreeg de Uno een moderner dashboard, betere geluidsisolatie en de mogelijkheid tot elektrische ramen en centrale vergrendeling — pure luxe in die tijd.
In 1989 kwam de tweede generatie met een facelift en verbeterde techniek. Deze versie kreeg modernere motoren, beter interieurcomfort en een sportieve variant: de Uno Turbo i.e., die de brave stadsauto ineens veranderde in een zakformaat raket.
Ook de achterklep werd gemoderniseerd. De achterlichtunits werden iets vergroot. De greep om de klep te openen werd verplaatst naar het midden, boven de kentekenplaat. De ruitenwisser werd geïntegreerd in de achterruit, zodat deze plat lag in de ruststand en een hoek van 180 graden kon beslaan.

De productie liep in Europa tot 1995, waarna de Fiat Punto het stokje overnam. Buiten Europa werd de Uno echter nog tientallen jaren gebouwd, vooral in Zuid-Amerika, waar hij pas in 2013 (!) definitief met pensioen ging. Dat zegt genoeg over zijn populariteit.
Modelvarianten
De Uno was er in ontelbare varianten, van basic tot bloedsnel:
- Uno 45 / 55 / 60 / 70 / 75 / 90 (benzinevarianten met oplopend vermogen)
- Uno D / DS / TD (dieselversies voor de kilometervreters)
- Uno Turbo i.e. (de sportieve topversie, met turbomotor en spoilerwerk)
- Uno Selecta (met automatische transmissie)
- Uno Van (besteluitvoering met dichtgemaakte achterramen)
Het topmodel was zonder twijfel de Fiat Uno Turbo i.e., geïntroduceerd in 1985. Deze kleine knaap had een 1.4-liter viercilinder turbomotor met 118 pk en 173 Nm koppel. Daarmee schoot hij van 0 naar 100 km/u in 8,3 seconden en haalde een topsnelheid van 200 km/u. Dat maakte hem sneller dan veel grotere hot hatches uit die tijd en met z’n lage gewicht van amper 900 kilo voelde hij als een raket op wielen.

Concurrenten
De Uno moest het opnemen tegen stevige namen als de Volkswagen Polo, Peugeot 205, Renault 5, Opel Corsa en Ford Fiesta. Waar de Duitsers op degelijkheid mikten en de Fransen op charme, speelde Fiat de kaart van ruimte, eenvoud en prijs. En dat werkte: de Uno werd in 1984 verkozen tot “European Car of the Year”.
De Uno stond bekend om z’n betrouwbaarheid: simpele techniek, weinig poespas, en onderdelen die je nog steeds bij de bouwmarkt lijkt te kunnen kopen. De Uno stond bekend om z’n betrouwbaarheid: simpele techniek, weinig poespas, en onderdelen die je nog steeds bij de bouwmarkt lijkt te kunnen kopen.
In 1993 werd de Uno opgevolgd door de Fiat Punto, die het compacte succesrecept voortzette, maar met een modernere carrosserie en veiligere constructie.
MODELINFORMATIE
PRESTATIES TOPMODEL
Fiat modellen
Garages en specialisten
- Hier kan uw bedrijf staan
- Speed 8 Classics - Mallespecialist
- Stalling Bollenstreek - Voorhoutspecialist
- Stoffeerderij C. van Straaten en Zn. - Woerdenspecialist
- Ten Cate - Amsterdamspecialist
- Tony de Bruijn bekledingen - Roosendaalspecialist
- Witmer & Odijk - Warmondspecialist
Clubs, fora en verenigingen
- Fiat 124 Sport Spider Club
- Fiat 500 Club
- Fiat 600 Club Nederland
- Fiat Bertone X1/9 Club Nederland
- Fiat Club België
- Fiat Club Nederland
- Fiat Panda Club Nederland
- Fiat Topolino Club
- Koninklijke Nederlandse Automobiel Club
- Oldtimer en Classic Car Club Heel
- Topolino Club Nederland
- Veenendaalse Oldtimer Club
- Vlaamse Vehikel Klub















