Fiat Ritmo
De Fiat Ritmo werd tijdens de Turijn Motor show in 1978 geïntroduceerd. Er kwam rond die tijd steeds meer behoefte aan ruime gezinsauto’s en dus werd er een auto ontwikkeld met een derde en vijfde deur en een modern uiterlijk. Officieël werd de Ritmo niet als opvolger van de 128 gezien maar als aanvulling op het programma en gepositioneerd tussen de 128 en de 131. Het model was 10 centimeter langer dan de 128.

Geschiedenis en achtergrond
De Ritmo debuteerde in 1978 en was meteen een opvallende verschijning. Fiat koos voor een gewaagd ontwerp dat brak met de traditie van hoekige sedans en conservatieve lijnen. De auto stond op het beproefde onderstel van de Fiat 128, maar kreeg een geheel nieuw uiterlijk dat vooruitstrevend was voor zijn tijd. De ronde koplampen en plastic bumpers gaven hem een bijna speels uiterlijk, en het geheel voelde moderner aan dan de meeste concurrenten uit die periode.
De Ritmo was ook een toonbeeld van Fiat’s industriële vooruitgang. Hij werd in Turijn geproduceerd met een hoog niveau van robotisering — iets wat Fiat destijds graag uitspeelde in zijn marketing, onder de slogan “Handbuilt by Robots.” Dat was deels waar, deels optimistisch; de Italiaanse monteurs hadden nog steeds genoeg te doen.
In 1982 kreeg de Ritmo een facelift, bekend als de Ritmo II. De ronde koplampen maakten plaats voor rechthoekige exemplaren, de afwerking werd beter en het interieur kreeg een broodnodige opfrisbeurt. In 1985 volgde de Ritmo III, die ook technisch weer bij de tijd was gebracht, tot de productie in 1988 werd stopgezet.
Design en interieur
Het ontwerp kwam van Centro Stile Fiat, onder leiding van Sergio Sartorelli, en was allesbehalve saai. De Ritmo had een glad, bijna organisch koetswerk met kunststof bumpers die direct in de carrosserie overgingen — een primeur in die tijd. Zelfs de deurgrepen waren innovatief: verzonken en afgerond in plaats van uitstekende chromen exemplaren.
Binnenin was de Ritmo typisch Italiaans: functioneel, maar met flair. Het dashboard had grote, goed leesbare meters en de stoelen waren verrassend comfortabel voor een compacte hatchback. De materialen waren niet altijd van topkwaliteit — plastic kraken hoorde bij de beleving — maar de ergonomie was degelijk. De latere versies kregen meer verfijning, met betere stoelen, modernere instrumenten en zelfs sportieve details in de Abarth-uitvoeringen.
Het ontwerp van de Ritmo was voor die tijd behoorlijk vooruitstreven. Het was een combinatie van strakke en ronde vormen zoals de ronde deurgrepen en koplampen die tot in de motorkap doorliepen maar dan wel weer de hoekige zijspiegels. Ook het dashboard was apart met de schakelaars die voorzien waren van een groene en een rode streep om aan te geven of ze in- of uitgeschakeld waren.
Modelvarianten
De Ritmo kwam er in drie- en vijfdeurs hatchbackvorm, met daarnaast een praktische Ritmo Cabriolet (door Bertone gebouwd). Ook was er de Ritmo Abarth 105TC, 125TC en uiteindelijk de 130TC, die het sportieve uithangbord van de reeks werd.
De tweede generatie bracht een uitgebreider motorenaanbod en luxueuzere uitvoeringen zoals de Super en ES (Energy Saving), die zich richtten op zuinigheid — iets wat in de jaren tachtig ineens belangrijk werd toen de benzineprijzen omhoogschoten.
De Ritmo was verkrijgbaar in talloze uitvoeringen, van eenvoudige gezinsauto tot pittige hot hatch. Met de komst van de Ritmo Abarth liet Fiat zien dat de brave vijfdeurs ook flink kon uithalen als het moest.
Technisch kwam de Ritmo op veel punten overeen met de 128 en het model had bijna dezelfde motoren als de 128. De 1,1 en de 1,3 liter benzinemotor uit de 128 waren iets aangepast wat resulteerde in 5 PK meer vermogen en daarnaast werd er ook nog een 1,5 liter motor geleverd. Er was dus keuze uit een 60, 65 en 75 PK sterke versie, afhankelijk van de inhoud van de motor.

Ritmo Targa Oro
In 1979 kwam de Ritmo Targa Oro uit. Dit model werd geleverd in slechts twee uitvoeringen: Een zwarte driedeurs en een metallic bruine vijfdeurs. Deze versie had een luxer uitgevoerd interieur en speciale velgen. De auto’s bestemd voor de Italiaanse thuismarkt werden geleverd met de 65 PK motor en de auto’s bestemd voor de export werden geleverd met de 75 PK motor. De Ritmo Targa Oro werd gebouwd tot 1981. In Nederland was er verder nog de Ritmo Sound.
Om in eerste instantie aan de vraag van de thuismarkt in Italië te voldoen werd in 1980 de Ritmo gelanceerd met een dieselmotor. Dit was een nieuw ontwikkelde motor met een inhoud van 1700 cc en een vermogen van 55 pk met een bovenliggende nokkenas. De prestaties van de Ritmo Diesel zijn te vergelijken met de Ritmo 60, die een 1100 cc benzinemotor heeft.
Het onderstel en de carrosserie werden ook aangepast. Zo werd de ophanging verzwaard en werd de besturing preciezer. Uiterlijk werd de Ritmo, alleen als 5-deurs versie, geleverd in L en CL uitvoering. De auto was te herkennen aan een speciale grille die over de gehele breedte van de auto was uitgevoerd.
Fiat Ritmo Super
Tijdens de tentoonstelling in 1981 in Genève werd de Ritmo Super geïntroduceerd. Deze uitvoering van de Ritmo had een hoger niveau van afwerking en had verbeterde motoren. Deze nieuwe motoren hadden een nieuwe cilinderkop en de 1300cc en 1500cc motoren leverden nu 10 pk meer: 75 pk voor de 1300cc en 85 pk voor de 1500cc. Het hogere uitrustingsniveau was terug te vinden in onder andere een in hoogte verstelbaar stuurwiel, een uitgebreider dashboard met een elektronisch checkpaneel en van binnenuit verstelbare buitenspiegels.
Van buiten was de Ritmo Super te herkennen aan o.a. de velgen. De raamlijsten en deurgrepen waren uitgevoerd in een chroom look. Ook is vanaf de Ritmo Super het ronde Fiat logo terug te vinden in de voorbumper, waarbij de allereerste Ritmo’s het nog moesten doen met het rechthoekige logo op de motorkap.

Fiat Ritmo 105TC
Toen in het begin van de jaren tachtig de Volkswagen Golf GTI werd geïntroduceerd kon men bij Fiat niet achterblijven en kwam er een sportieve auto in hetzelfde segment: de Ritmo 105TC. Dit was niet zo’n moeilijke stap voor Fiat. Ze gebruikten gewoon de motor uit de 131 Supermirafiori: een aangepaste 1,6 liter motor met 105 Pk, tegen 100 PK in de 131.
Om het sportievere element van de 105TC te onderstrepen werden tevens de koppeling, versnellingsbak, wielen en de remmen onder handen genomen. De auto was alleen leverbaar in een 3-deurs uitvoering met een sportieve elementen. De topsnelheid van de 105TC lag rond de 175 km/u.

Fiat Ritmo Abarth
De 105TC was geïntroduceerd als de sportieve uitvoering van de Ritmo en als ‘Golf GTI killer’. Daar deze motor toch niet het gewenste vermogen gaf en daardoor niet kon tippen aan de prestaties van de Golf werd de Ritmo Abarth 125TC geïntroduceerd op de Frankfurt Motor Show in 1981. In de 125TC had men de zwaarste motor van de 131 serie getakeld. Deze 2 liter motor was ook uitgevoerd met dubbele bovenliggende nokkenas net als de 1,6 liter motor uit de 105TC, maar leverde 125 Pk. De auto heeft een topsnelheid van 190 km/u. en een sprint van 0 naar 100 km/u. in minder dan 9 seconden.
De 125TC werd uitgevoerd met een aangepaste wielophanging, afkomstig uit de Groep 2 Ritmo Abarth die de Tour of Italy in 1978 en 1979 in zijn klasse wist te winnen. De remmen waren krachtiger uitgevoerd en ook werden er standaard Pirelli P6 banden gemonteerd. Ook de 125TC was net als de 105TC alleen leverbaar in een driedeurs uitvoering maar de carrosserie was wel stijver gemaakt. Deze auto bleef nog even in productie tot na de introductie van de Ritmo Nuova, de nieuwe uitvoering van de Ritmo.

De Ritmo cabrio
Op de Frankfurt Motor Show presenteerde Bertone een vierzits cabriolet prototype op basis van de Ritmo. Deze ging als snel in productie als cabrio versie van de Ritmo Super 85. Deze Ritmo kreeg een 1,498 liter motor met 85 PK, goed voor een topsnelheid van 160 km/u. Bertone verkocht deze auto in Europa onder zijn eigen merknaam via de Fiat dealerorganisatie. De grootste verschillen met de gesloten versie waren een verstevigd onderstel, vierlaagse kap en een ander ontwerp voor de achterstoelen die uiteraard prominenter aanwezig waren. Vanaf 1983 werd de cabriolet gebouwd rond het nieuwe model. In totaal zijn er 4000 exemplaren gebouwd van het eerste type. In oktober 1982 werd de tweede serie van de Ritmo geïntroduceerd met de naam “Ritmo Nuova”.
Het topmodel was zonder twijfel de Fiat Ritmo Abarth 130TC. Onder de motorkap lag de 2.0-liter twin-cam met 130 pk en 164 Nm koppel. Daarmee haalde hij een topsnelheid van 195 km/u en sprintte hij in 8,2 seconden van 0 naar 100 km/u. Dat waren serieuze cijfers voor een hot hatch in de vroege jaren tachtig — zeker eentje met voorwielaandrijving en Italiaanse pit.
Concurrenten
De Fiat Ritmo moest het opnemen tegen stevige concurrenten als de Volkswagen Golf, Renault 11, Opel Kadett en Peugeot 309. Vooral de Golf GTI was de rivaal van de Ritmo Abarth, en hoewel de Fiat het qua verfijning moest afleggen, maakte hij dat ruimschoots goed met karakter en temperament.
De Ritmo werd in 1988 opgevolgd door de Fiat Tipo, die moderner, ruimer en beter afgewerkt was. De Tipo zette de lijn van de Ritmo voort, maar met een meer conventionele vormgeving en een strakkere bouwkwaliteit — Fiat had geleerd van de kritiek op de Ritmo.
MODELINFORMATIE
PRESTATIES TOPMODEL
Fiat modellen
Garages en specialisten
- Hier kan uw bedrijf staan
- Speed 8 Classics - Mallespecialist
- Stalling Bollenstreek - Voorhoutspecialist
- Stoffeerderij C. van Straaten en Zn. - Woerdenspecialist
- Ten Cate - Amsterdamspecialist
- Tony de Bruijn bekledingen - Roosendaalspecialist
- Witmer & Odijk - Warmondspecialist
Clubs, fora en verenigingen
- Fiat 124 Sport Spider Club
- Fiat 500 Club
- Fiat 600 Club Nederland
- Fiat Bertone X1/9 Club Nederland
- Fiat Club België
- Fiat Club Nederland
- Fiat Panda Club Nederland
- Fiat Topolino Club
- Koninklijke Nederlandse Automobiel Club
- Oldtimer en Classic Car Club Heel
- Topolino Club Nederland
- Veenendaalse Oldtimer Club
- Vlaamse Vehikel Klub















