Fiat 522
De Fiat 522 werd gebouwd tussen 1931 en 1933 en was leverbaar in drie varianten: de 522C (SWB), de 522L (LWB) en de 522S (Sport). Een Fiat 522 CSS werd ook aangeboden, deze versie had een hogere compressieverhouding en dubbele carburateurs. De motor was een 2516 cc zescilinder lijnmotor met een geclaimd vermogen van 52 PK of 65 PK voor de Sport-versie. De auto werd ook gekenmerkt door een vier-versnellingen all-syncromesh transmissie, wat zeer modern was voor de tijd waarin dit model werd gebouwd. De 522 was het eerste model van Fiat dat het rechthoekige logo voerde: de badge kreeg gouden letters op een rode achtergrond.

Geschiedenis en achtergrond
De Fiat 522 was een van die modellen waarmee Fiat begin jaren dertig liet zien dat het merk niet alleen kleine auto’s voor het volk kon bouwen, maar ook chique wagens voor wie iets meer status wilde uitstralen. In 1931 stond de 522 klaar als opvolger van de Fiat 520 en 521 – auto’s die Fiat stevig op de kaart hadden gezet in het hogere segment. De nieuwe 522 paste perfect in de tijdsgeest: Italië kwam langzaam uit de economische dip, de middenklasse groeide en de betere zakenman of notaris wilde zich maar wat graag onderscheiden met een grotere en comfortabelere auto.
De 522 was een belangrijke stap in Fiat’s modernisering. Niet alleen was hij technisch verder ontwikkeld, hij had ook een stillere motor, een verbeterd chassis en – voor het eerst bij Fiat – een volledig gesynchroniseerde versnellingsbak. Dat maakte hem een stuk soepeler te rijden dan zijn voorgangers, iets waar vooral chauffeurs blij van werden. Fiat bood de 522 aan in drie uitvoeringen: de 522 C (kort chassis), de 522 L (lang chassis) en de luxueuze 522 S, die zich liet vergelijken met de topmodellen van Lancia en Alfa Romeo.
De productie liep van 1931 tot 1933 en ondanks dat hij niet in gigantische aantallen werd gebouwd, was de 522 een belangrijk prestigeproject voor Fiat. Het was een auto die liet zien dat de Italianen ook de kunst van luxe konden beheersen – en dat met een technisch niveau waar zelfs de Duitsers stil van werden.
Design en interieur
Qua uiterlijk was de Fiat 522 een toonbeeld van vroege jaren ’30-design: elegant, maar nog niet overdreven gestroomlijnd. De carrosserie had nog de klassieke, rechte lijnen met een hoge motorkap, losse spatborden en een trotse chromen grille die met een beetje fantasie deed denken aan een art-deco-sculptuur. De proporties waren perfect in balans: lang, statig en met voldoende chroom om indruk te maken op de buren, maar zonder protserigheid.
Binnenin was het pure klasse voor die tijd. De 522 bood een ruim interieur met dikke stoffen bekleding of leer, afhankelijk van de uitvoering. Het dashboard was eenvoudig maar stijlvol, met ronde meters in nikkelomlijsting en een groot stuurwiel van hout of bakeliet. De lange wielbasis van de 522 L maakte hem ideaal voor wie liever achterin zat – Fiat speelde met dit model duidelijk in op de groeiende markt voor luxe dienstauto’s. Alles ademde comfort en raffinement, maar wel met een typisch Italiaanse flair: niet overdadig, maar precies goed.
Modelvarianten
- Fiat 522 C: korte wielbasis, lichter en wendbaarder, vooral bedoeld voor eigen gebruik.
- Fiat 522 L: langere wielbasis, meer binnenruimte, vaak gebruikt als limousine.
- Fiat 522 S: sportieve en luxueuze versie met iets meer vermogen en chiquere afwerking.
Daarnaast waren er talloze carrosserievarianten beschikbaar, van sobere sedans tot elegante cabriolets die door onafhankelijke carrosseriebouwers werden gemaakt.

De Fiat 522 kreeg een soepele zescilinder lijnmotor die stil en verfijnd liep, precies wat je verwacht van een luxe tourer uit de vroege jaren ’30. De motor was gekoppeld aan een handgeschakelde versnellingsbak en leverde voor zijn tijd keurig vermogen. Het blok stond bekend om zijn betrouwbaarheid en soepele karakter – iets wat je niet van alle auto’s uit die tijd kon zeggen.
Concurrenten
De Fiat 522 ging de strijd aan met onder andere de Lancia Artena, de Opel 2.0 Liter, de Citroën C6 en de Peugeot 401. Lancia bood iets meer verfijning, Opel was iets degelijker, maar de Fiat wist te scoren met zijn elegante uitstraling, prima rijeigenschappen en modernere transmissie. Het was een auto die perfect balanceerde tussen comfort en techniek – precies waar Fiat goed in was.
De 522 was een stijlvolle en technisch vooruitstrevende auto die de overgang markeerde van het klassieke naar het moderne tijdperk bij Fiat. Hij combineerde elegantie met verfijning en zette de toon voor de luxere Fiats die later zouden volgen. Een echte tijdmachine op wielen — al zou je onderweg naar 100 km/u wel even geduld moeten hebben.
In 1933 werd de Fiat 522 opgevolgd door de Fiat 524, die verder bouwde op het concept van zijn voorganger maar met een grotere motor, moderner design en nog meer luxe. De 524 was de laatste grote Fiat uit het interbellum voordat de oorlogsjaren alles op zijn kop zetten.
MODELINFORMATIE
PRESTATIES TOPMODEL
Fiat modellen
Garages en specialisten
- Hier kan uw bedrijf staan
- Speed 8 Classics - Mallespecialist
- Stalling Bollenstreek - Voorhoutspecialist
- Stoffeerderij C. van Straaten en Zn. - Woerdenspecialist
- Ten Cate - Amsterdamspecialist
- Tony de Bruijn bekledingen - Roosendaalspecialist
- Witmer & Odijk - Warmondspecialist
Clubs, fora en verenigingen
- Fiat 124 Sport Spider Club
- Fiat 500 Club
- Fiat 600 Club Nederland
- Fiat Bertone X1/9 Club Nederland
- Fiat Club België
- Fiat Club Nederland
- Fiat Panda Club Nederland
- Fiat Topolino Club
- Koninklijke Nederlandse Automobiel Club
- Oldtimer en Classic Car Club Heel
- Topolino Club Nederland
- Veenendaalse Oldtimer Club
- Vlaamse Vehikel Klub















