Fiat 500
De Fiat 500 werd oorspronkelijk ontworpen door Dante Giacosa in 1957 en vervolgens werd de “Cinquecento” op de markt gebracht als een goedkoop en praktisch klein stadsautootje. Een beetje de Smart van vroeger. Met zijn kleine 479cc mini-motor in de achterbak voldeed de Cinquecento heel goed aan de vraag in naoorlogs Italië voor goedkoop, functioneel en economische familievervoer. Het model was een schot in de roos.

Geschiedenis en achtergrond
De Fiat 500 werd in 1957 geïntroduceerd als opvolger van de Fiat Topolino. Italië was net begonnen aan zijn economische wederopbouw, en Fiat zag de behoefte aan een écht betaalbare stadsauto. Ingenieur Dante Giacosa kreeg de taak om een miniatuurauto te ontwerpen die goedkoop, zuinig en eenvoudig te onderhouden was – en dat werd de 500, een meesterwerk van eenvoud.
Met zijn luchtgekoelde tweecilinder achterin en een wielbasis korter dan menig fiets, was de 500 een echte stadsmuis. Hij was klein genoeg om in de smalste steegjes van Rome te parkeren en licht genoeg om met één hand opzij geduwd te worden als het moest (en dat moest vaak). Toch bood hij plaats aan vier Italianen – mits twee daarvan onder de 1,70 waren en niemand iets meenam.
De 500 werd in de loop der jaren steeds iets verfijnder. De eerste versie, de Nuova 500, was erg basic, maar latere uitvoeringen kregen wat meer luxe, iets meer vermogen en een beetje meer verfijning – al bleef het in essentie dezelfde vrolijke microauto. Fiat produceerde de 500 tot 1975, waarna de Panda en later de nieuwe 500 zijn erfenis voortzetten. Maar geen enkel model wist die pure, guitige charme van het origineel te evenaren.

Design en interieur
Qua design is de Fiat 500 het schoolvoorbeeld van hoe je met weinig heel veel kunt doen. De carrosserie was rond, bijna bolvormig, met grote koplampen die leken alsof ze je vriendelijk toeknikten. Geen scherpe lijnen of overbodige franjes – gewoon puur functioneel met een flinke dosis Italiaanse flair.
De motor zat achterin, waardoor de neus kort en schattig bleef, en de auto had een stoffen rolkap die bijna over het hele dak liep. Dat gaf het gevoel van een cabriolet, maar dan zonder het prijskaartje – typisch Fiat. De 500 was leverbaar in vrolijke kleuren, van pastelblauw tot zonnig geel, waardoor elke versie leek te roepen: “kom, we gaan naar het strand!”
Binnenin was alles wat je nodig had aanwezig – en niets meer. Een stuur, een pook, een snelheidsmeter en een paar schakelaars. De stoelen waren eenvoudig, vaak bekleed met vrolijk vinyl, en konden worden neergeklapt voor extra ruimte (hoewel “extra ruimte” hier een relatief begrip is). Comfortabel was het niet, maar charmant des te meer.
Modelvarianten
- Nuova 500 (1957–1960) – de eerste versie, met 479 cc motor en 13 pk.
- 500 D (1960–1965) – iets sterkere motor en een volledig open dak.
- 500 F (1965–1972) – verbeterde deuren die voortaan naar voren openden en een iets sterkere motor.
- 500 L (1968–1972) – de “Lusso”, luxere afwerking met chroom en een netter interieur.
- 500 R (1972–1975) – de laatste versie, met 594 cc motor en onderdelen van de nieuwere Fiat 126.
- Abarth 595/695 (1963–1971) – sportieve versies met pittige motoren en flink wat racekarakter.
De eerste generatie Fiat 500
De Nuova was de allereerste Fiat 500 die werd uitgebracht en degene met de kleinste motor: een blokje van 479 cc dat er 13 hele PK’s uitperste. Net als de Citroën 2CV had het model een vouwdak. De Nuova had daarnaast echte “suïcide doors”. Deze verdwenen bij latere modellen en er zijn slechts twee andere modellen die deze deuren nog wel hadden. De Nuova werd opgevolgd door de 500D en daarna door de 500F. Bij de 500F verdwenen de “suïcide doors”. De vierde en vijfde generatie waren de 500L en de 500 Rinnovata die in 1975 vervangen zou worden door de Fiat 600.
De Cinquecento werd al snel door consumenten in het hart gesloten, niet alleen in Italië, maar in heel Europa, en kreeg de aaibare bijnaam ‘rugzakje’. Door het succes ging FIAT ook meer volwassen versies bouwen, zoals de “Giardiniera station wagon” en de FIAT 600. De vorm en de kenmerken van deze eigenzinnige kleine auto hebben de originele versie omgetoverd tot een collectors item. Cinquecento liefhebbers hebben in heel Europa al clubs opgericht en er worden regelmatig club-activiteiten georganiseerd.

De tweede generatie Fiat 500
De 500D kwam als een vervanger voor de originele Nuova in 1960. Ondanks de overeenkomsten tussen de twee modellen, zijn er ook een paar verschillen, zoals de grootte van de motor en een andere dakopbouw die nu kon worden gevouwen tot aan de achterkant van het voertuig. Ook het D-model had nog de “suicide doors”, ook op de Sport-versie.
Derde generatie: de F Berlina
De Fiat 500 F stond ook bekend als de Berlina. Deze versie wordt ook vandaag nog vaak verward met zowel de eerdere D als de latere L omdat deze tussenversie beide versies overlapt. Het verschil met de D waren de gewone deuren in plaats van de “suïcide doors”. Het verschil met de L waren de oudere bumpers en het oorspronkelijke interieur, zaken die bij de L werden gemoderniseerd.
De vierde generatie: de Fiat 500 Lusso
De L in naam van de 500 staat voor Lusso die het voorlaatste model in de serie was. De veranderingen bij deze versie waren bijna allemaal cosmetisch en bijna allemaal gericht op het interieur van de auto. Het dashboard werd vernieuwd waardoor het een modernere uitstraling kreeg, dit werd hoog tijd want de 500 begon er gedateerd uit te zien. Ook maakte deze verandering de auto comfortabeler en stijlvoller.

Foto: autoevolution.com
De vijfde generatie: de Rinnovata
Dit is het laatste model van de 500 serie, ook wel de R genoemd, en werd geproduceerd tussen 1972 en 1975. De motor van dit model was de grootste, met een cilinderinhoud van 594 cc, waardoor de auto meer trekkracht had dan eerdere versies. De transmissie werd overgenomen uit het vorige F-model, maar de bodemplaat kwam weer van het L-model. De 500 R was het laatste model voor de Fiat 126 die uiteindelijk de 500 verving.
Het topmodel was de Fiat Abarth 695 SS, een kleine hooligan op wielen:
- Vermogen: 38 pk
- Koppel: 57 Nm
- Topsnelheid: 140 km/u
- 0–100 km/u: 20 seconden (of iets sneller met veel rugwind en weinig bagage)
Voor een auto die nauwelijks 600 kilo woog, voelde dat als vliegen. En met zijn brede stance, sportieve uitlaten en schreeuwerige Abarth-striping was het net een mini-Ferrari met een complex over zijn lengte.
Concurrenten
De Fiat 500 nam het op tegen iconen als de Volkswagen Kever, de Citroën 2CV, de Renault 4CV en de BMW Isetta. Toch had geen van die rivalen dezelfde charme of dat typisch Italiaanse karakter. De Fiat 500 was gewoon leuk – zelfs als hij stil stond.
De productie van de oorspronkelijke 500 eindigde in 1975. In 2007 kwam er, exact 50 jaar na het eerste model, een nieuwe versie op de markt die wederom een groot succes zou worden. De directe opvolger was de Fiat 126, die in 1972 werd geïntroduceerd en aanvankelijk naast de 500 werd gebouwd. De 126 was moderner, iets groter en praktischer, maar miste de guitige uitstraling van zijn voorganger. Pas met de moderne Fiat 500 (2007) vond Fiat dat gevoel echt terug.
MODELINFORMATIE
PRESTATIES TOPMODEL
Fiat modellen
Garages en specialisten
- Hier kan uw bedrijf staan
- Speed 8 Classics - Mallespecialist
- Stalling Bollenstreek - Voorhoutspecialist
- Stoffeerderij C. van Straaten en Zn. - Woerdenspecialist
- Ten Cate - Amsterdamspecialist
- Tony de Bruijn bekledingen - Roosendaalspecialist
- Witmer & Odijk - Warmondspecialist
Clubs, fora en verenigingen
- Fiat 124 Sport Spider Club
- Fiat 500 Club
- Fiat 600 Club Nederland
- Fiat Bertone X1/9 Club Nederland
- Fiat Club België
- Fiat Club Nederland
- Fiat Panda Club Nederland
- Fiat Topolino Club
- Koninklijke Nederlandse Automobiel Club
- Oldtimer en Classic Car Club Heel
- Topolino Club Nederland
- Veenendaalse Oldtimer Club
- Vlaamse Vehikel Klub















