MENU

Fiat 130

De Fiat 130 was Fiat’s ambitieuze poging om het luxesegment te veroveren. In de jaren ’60 zijn het de Duitse en Britse auto’s die de toon zetten in het topklasse segment tot ongenoegen van het management van Fiat. Zij besluiten dan ook hier iets aan te doen. Het toenmalige topmodel, de 2300, begon verouderd te raken en in 1963 werd begonnen met de ontwikkeling van een nieuw topmodel dat de concurrentie in de topklasse zou moeten verslaan. Deze nieuwe Fiat 130 moest ook een volledig nieuwe motor krijgen.

Fiat 130 b1

Fiat 130

Geschiedenis en achtergrond

In de tweede helft van de jaren zestig wilde Fiat zich meten met de Duitse en Britse top. Concurrenten als Mercedes-Benz en Jaguar verkochten luxe sedans bij bosjes, en Fiat dacht: “Waarom wij niet?” De Fiat 130 moest die droom waarmaken. Hij verving de verouderde 2300 en werd in 1969 gepresenteerd als een echte topklasse limousine. Fiat pakte het serieus aan: een geheel nieuw onderstel, onafhankelijke wielophanging rondom en een speciaal ontwikkelde V6-motor.

De motor was gebaseerd op Ferrari-techniek, al was dat vooral goed voor de verkoopbrochure – in werkelijkheid had de V6 weinig te maken met Maranello’s finest. Toch was de auto technisch verfijnd en indrukwekkend comfortabel. Hij kwam eerst als Berlina (sedan), later gevolgd door de schitterende Coupé die werd ontworpen door Pininfarina. Die laatste stal eigenlijk meteen de show: waar de sedan wat statig oogde, was de coupé een meesterwerk van elegante eenvoud.

Toch had de 130 het zwaar. Hij was duurder dan men van Fiat gewend was, dronk als een vis en de oliecrisis van de jaren zeventig hielp ook niet echt. De verkoop bleef achter, ondanks zijn kwaliteiten. Uiteindelijk liep de productie in 1977 af, met nog geen 20.000 gebouwde exemplaren. Daarmee werd de 130 eerder een curiositeit dan een commercieel succes – maar wel een van de mooiste curiositeiten die Fiat ooit bouwde.

Fiat 130 interieur

Interieur Fiat 130

Design en interieur

De Fiat 130 Berlina was ingetogen en zakelijk van buiten – een auto die net zo goed had kunnen thuishoren voor de deur van een bankdirecteur of een Italiaanse minister. De lijnen waren strak, met een duidelijke invloed van Pininfarina, ook al tekende Fiat’s eigen ontwerpafdeling de sedan. Alles draaide om waardigheid en comfort, niet om opsmuk.

En toen kwam de 130 Coupé. Die was wel degelijk een Pininfarina-creatie, en dat zag je meteen. De proporties waren perfect: breed, laag, en met een bijna Amerikaanse flair in de lijnvoering. Het interieur was pure Italiaanse klasse – veel hout, zacht leer, dikke tapijten en een dashboard dat meer op een salonkast leek dan op een cockpit. De bedieningselementen waren typisch Italiaans geplaatst (lees: op logische plekken als je toevallig een octopus bent), maar de sfeer was onmiskenbaar luxueus.

De Coupé werd een stijlicoon. Zelfs jaren later liet Pininfarina zich inspireren door dit ontwerp – de lijnen van de Lancia Gamma Coupé en zelfs van de Rolls-Royce Camargue zijn duidelijk terug te voeren op de Fiat 130 Coupé.

Fiat 130 dashboard

Dashboard Fiat 130

Het showmodel op de Autosalon kreeg een 2,8 liter V6 motor maar de productiemodellen werden uitgerust met een opgeboorde 3,2 liter V6. Wederom blijven de verkopen achter bij de verwachtingen en de Berlina verdwijnt in 1976 alweer uit de showrooms, een jaar later gevolgd door de coupé. In totaal zijn er 4.491 coupés gebouwd.

Modelvarianten

De Fiat 130 kwam in twee hoofduitvoeringen: de Berlina (vierdeurs sedan) en de Coupé (tweedeurs).
De Berlina werd geproduceerd van 1969 tot 1977, terwijl de Coupé pas in 1971 verscheen en tot 1977 in productie bleef.
Binnen deze lijnen waren er lichte verschillen in afwerking en motorvermogen, maar echt uitgesproken varianten zijn er nooit geweest. De Coupé werd wel vaak iets luxueuzer uitgerust – logisch, want die was de eyecatcher van de serie.

Ondanks twee goed ontvangen introducties viel de verkoop beide keren tegen. Pininfarina snapte dit ook niet en probeerde het Fiat-concern ervan te overtuigen door te gaan met het bouwen van nieuwe modellen op basis van de coupé.

Fiat 130 Maremma

In 1974 kwam Pininfarina met de Fiat 130 Maremma waarvan gezegd wordt dat dit misschien wel de mooiste ‘shooting break’ is die ooit is ontworpen. Er werden drie prototypen van gebouwd waarvan er één in het museum van Pininfarina staat en de ander eigendom is van de voorzitter van de Lancia Club van Italië. De lokatie van de derde is onbekend.

Fiat 130 Maremma

Fiat 130 Maremma

Fiat 130 Opera

Een jaar later, in 1975, wordt de Fiat 130 Opera getoond. Dit eenmalige prototype is een modificatie van de coupé tot een vierdeurs variant. Dit is duidelijk waarneembaar, de achterdeuren zijn beiden verschillend gebouwd. De deur links achter heeft één groot raam dat, net als bij de normale coupé slechts voor een klein deel te openen is. Bij de Opera gebeurt dit echter elektrisch. De deur aan de rechter zijde heeft een extra raamstijl waardoor dit raam vrijwel in zijn geheel te openen is.

Fiat 130 opera

Fiat 130 Opera

Fiat 130 Pavesi

Een behoorlijk onbekende speciale uitvoering betreft de Fiat 130 Pavesi waar weinig over bekend is. Het betreft hier een onbekend aantal gemodificeerde coupés. Het dak is bekleed met vinyl en er is gepolijst notenhout in het interieur verwerkt. Daarnaast is er extra instrumentarium geplaatst en de bekleding van de stoelen is van leer of alcantara.

Het topmodel was zonder twijfel de Fiat 130 Coupé 3.2 V6.
Deze had een 3235 cc zescilinder met 165 pk en 260 Nm koppel, goed voor een topsnelheid van 190 km/u en een 0–100 km/u sprint in ongeveer 9,5 seconden. Voor een luxe Italiaan van bijna 1.600 kilo in de jaren zeventig was dat keurig – en belangrijker: hij deed het met stijl en een geluid dat je bijblijft.

Ontwikkeling van de motor

De zwaar overbemeten V6 heeft in zijn standaard uitvoering alleen een onderkomen gevonden onder de motorkap van de 130. De Berlina profiteerde van de introductie van de coupé omdat het naar 3,2 liter opgeboorde blok ook in dit model geplaatst werd. Ondanks dat er slechts vijf pk’s meer uitkwamen, werd deze motor zeer goed ontvangen. Dit was vooral te danken aan het fors toegenomen koppel, waardoor de motor beter paste in de rijstijl die bij een limousine hoort.

De trots van Pininfarina

Pininfarina heeft ooit gezegd dat de coupé tot een van zijn mooiste ontwerpen ooit behoort en een persoonlijke favoriet is. De coupé heeft perfecte proporties en oogt uiterst elegant. Hierdoor staat de coupé ver af van veel andere luxueuze coupés uit die tijd. Een bijkomend praktisch voordeel is de grote binnenruimte van het model.

Ook de geavanceerde achterwielophanging, de prima balans, het soepele rijgedrag en de uitstekende stuurbekrachtiging onderscheiden deze Fiat van zijn concurrenten. De 130 coupé is gedurende de productieperiode ongewijzigd gebleven maar het ontwerp echoot na in modellen van andere merken waar Pininfarina werd gevraagd een model te ontwerpen. De lijnen van de 130 coupé zijn te zien in de Ferrari 365 GT4 2+2 van 1972, de latere Ferrari 400, maar ook in de Rolls Royce Camargue van 1975 en in de Lancia Gamma Coupé uit 1976.

Concurrenten

De Fiat 130 moest het opnemen tegen zwaargewichten als de Mercedes-Benz W108/W116, BMW E3 (2500/3.0) en de Jaguar XJ6. Dat waren stevige rivalen met gevestigde reputaties. Fiat had de techniek, het design en de flair, maar miste het prestige. Wie een grote Fiat kocht, kreeg vaak bewonderende blikken van kenners – maar ook meewarige van mensen die dachten: “Waarom geen Mercedes?”

De Fiat 130 coupé was favoriet bij prominenten uit de Italiaanse elite, waaronder politici, filmregisseurs en zelfs Enzo Ferrari, die er zelf eentje als persoonlijke auto had. Als dát geen goedkeuring is… De auto had een stuur met verstelbare hoogte én diepte, iets wat in die tijd zelfs bij Rolls-Royce niet standaard was.

Een directe opvolger kwam er niet. Fiat liet het luxesegment daarna grotendeels los en richtte zich weer op het middensegment. De rol van luxe sedan werd in de jaren tachtig overgenomen door Lancia, met modellen als de Gamma en later de Thema. De geest van de 130 Coupé leefde dus voort onder een ander logo – al bleef Fiat’s vlaggenschip uniek in zijn soort.


MODELINFORMATIE

Merk: Fiat
Model: 130
Land: Italië
(Geschat) productieaantal: 15.093
Start productie: 1971
Einde productie: 1972
Transmissie: handgeschakeld 5 versnellingen, 3- of 4-traps automaat
Motorspecificatie: 6-cilinder (V6) 2.8L, 3.2L
Brandstof: benzine
Body Type: sedan, coupé

PRESTATIES TOPMODEL

Topmodel: Fiat 130 Coupé 3.2 V6
Vermogen: 165 PK
Koppel: 260 Nm
Topsnelheid: 190 km/u
Acceleratie 0-100 km/u: 9.5 sec


Garages en specialisten


Clubs, fora en verenigingen


Ook interessant