Fiat 500

De Fiat 500 werd oorspronkelijk ontworpen door Dante Giacosa in 1957 en vervolgens werd de “Cinquecento” op de markt gebracht als een goedkope en praktische stadsauto. Een beetje de Smart van vroeger. Met zijn kleine 479cc mini-motor in de achterbak voldeed de Cinquecento heel goed aan de vraag in naoorlogs Italië voor goedkope, functioneel en economische familie vervoer.

 

Fiat 500 Neuvo

Eerste generatie Fiat 500 Nuova.

 

De eerste generatie Fiat 500

De Nuova was de allereerste Fiat 500 die werd uitgebracht en degene met de kleinste motor: een blokje van 479 cc die 13 hele PK’s leverde. Net als de Citroën 2CV had het model een vouwdak. De Nuova had daarnaast echte “suïcide doors”. Deze verdwenen bij latere modellen en er zijn slechts twee andere modellen die deze deuren nog wel hadden. De Nuevo werd opgevolgd door de 500D en daarna door de 500F. Bij de 500F verdwenen de “suïcide doors”. De vierde en vijfde generatie waren de 500L en de 500 Rinnovata die in 1975 vervangen zou worden door de Fiat 600.

 

Fiat 500 Giardiniera

Fiat Giardiniera station wagon.

 

De Cinquecento bleek populair, niet alleen in Italië, maar ook in Europa, waardoor FIAT ook meer volwassen versies ging bouwen, zoals de “Giardiniera station wagon” en de FIAT 600. De vorm en de kenmerken van deze eigenzinnige kleine auto hebben de originele versie omgetoverd tot een collector’s item. Cinquecento liefhebbers hebben in heel Europa al clubs opgericht en er worden regelmatig club-activiteiten georganiseerd.

 

De tweede generatie

De 500D kwam als een vervanger voor de originele Nuova in 1960. Ondanks de overeenkomsten tussen de twee modellen, zijn er eigenlijk een paar verschillen, zoals de grootte van de motor en een andere dakopbouw die nu kon worden gevouwen tot aan de achterkant van het voertuig. Ook het D-model had nog de “suicide doors”, ook op de Sport-versie.

 

Generatie 3, de F Berlina

De Fiat 500 F stond ook bekend als de Berlina. Deze versie wordt ook vandaag nog vaak verward met zowel de eerdere D als de latere L omdat deze tussenversies beide versies overlapt. Het verschil mde de D waren de gewone deuren in plaats van de “suïcide doors”. Het verschil met de L waren de oudere bumpers en het oorspronkelijke interieur, zaken die bij de L werden gemoderniseerd.

 

Fiat 500 interieur

Interieur van de Fiat 500.

 

De vierde generatie: de 500 Lusso

De L in naam van de Fiat 500 staat voor Lusso die het voorlaatste model in de serie was. De veranderingen bij deze versie waren bijna allemaal cosmetisch en bijna allemaal gericht op het interieur van de auto. Het dashboard werd vernieuwd waardoor het een meer moderne uitstraling kreeg, dit werd hoog tijd want de 500 begon er gedateerd uit te zien. Ook maakte deze verandering de auto comfortabeler en stijlvoller.

 

De vijfde generatie: de Rinnovata

Dit is het laatste model van de 500 serie, ook wel de R genoemd, en werd geproduceerd tussen 1972 en 1975. De motor van dit model was de grootste, met een cilinderinhoud van 594 cc, waardoor de auto meer trekkracht had dan eerdere versies. De transmissie werd overgenomen uit het vorige F-model, maar de bodemplaat kwam weer van het L-model. De 500 R was het laatste model voor de Fiat 126 die uiteindelijk de 500 verving.

 

De productie van de oorspronkelijke 500 eindigde in 1975. In 2007 kwam er, exact 50 jaar na het eerste model, een nieuwe versie op de markt.




Garages en specialisten

Clubs, fora en verenigingen


Ook interessant