Fiat 2300

De Fiat 2300 werd gebouwd tussen 1961 en 1964. Hoewel de 2300 sedan niet zo beroemd was als de S Coupé versie, was de sedan wel net zo succesvol op de Italiaanse markt. Met een ontwerp van de beroemde Italiaanse ontwerper Pininfarina, was dit de eerste Fiat die werd uitgerust met een volautomatische versnellingsbak. Dit werd geïntroduceerd als een vervanging voor de Saxomat koppeling.

 

Fiat 2300 sedan

Fiat 2300 sedan.

 

Fiat 2300 coupé

De coupé was een elegant model gemaakt voor een nichemarkt te beginnen in 1961. De 2300 S Coupé werd vaak aangeduid als de “poor man’s Ferrari” vanwege zijn luxueuze stijl en de vele mogelijkheden. De auto werd voor het eerst in het openbaar gepresenteerd door Ghia als een prototype sportcoupe op de Autosalon van Turijn in 1960. Een productie versie, gebaseerd op de kort daarvoor gelanceerde Fiat 2300 sedan kwam op de markt in 1962. Na de coupé body ontwikkeld te hebben, had Ghia te weinig productie capaciteit voor de beoogde volumes en werd de productie uitbesteed aan OSI.

 

Mechanisch gezien was de auto was ook zeer concurrerend met bekrachtigde schijfremmen op alle 4 de wielen en de 2,3 liter motor die dubbele carburateurs had.

 

Fiat 2300 coupe abarth


Fiat 2300S coupé Abarth.

 

Fiat 2300S coupe abarth interieur

Interieur van de Fiat 2300S coupé Abarth.

 

Fiat 2300 coupe abarth

Achterzijde van de Fiat 2300S coupé Abarth.

 

Fiat 2300 stationwagon

De laatste versie in de 2300-serie was de vijfdeurs stationwagen. Met dezelfde mechanica en identiek platform als de coupé en de sedan, probeerde Fiat met de 2300 stationwagon een laatste niche te vullen. De stationwagon kreeg ook de 2.3 zescilinder motor, maar dan zonder de dubbele carburateurs die de coupé wel had.




Garages en specialisten

Clubs, fora en verenigingen


Ook interessant