FERRARI 365 GT 2+2 / GTC / GTS / DAYTONA (1966 -1976)
De Ferrari 365 GT 2+2 werd gepresenteerd op de Autosalon van Parijs in 1967 en was de opvolger van de 500 Superfast, waarmee de tradities van de 250 GTE en 330 GT 2+2 werden voortgezet. Met zijn elegante, imposante lijnen was het de eerste Ferrari die standaard was uitgerust met stuurbekrachtiging en airconditioning voor de Amerikaanse markt, evenals een ruime bagageruimte en twee volwaardige achterstoelen.
Ferrari 365 GTC 4 uit 1972
Geschiedenis en achtergrond
De Ferrari 365-reeks debuteerde in 1966 als opvolger van de 330 en 500 Superfast. De aanduiding ‘365’ verwijst naar de cilinderinhoud per cilinder, circa 365 cc, en alle modellen werden aangedreven door de 4,4-liter V12. Supercars.netIn de loop van een decennium evolueerde de 365-serie van elegante gran tourers tot absolute sportprestaties met de 365 GTB/4 ‘Daytona’ — een naam gegeven door journalisten na Ferrari’s succes bij Daytona, maar nooit officieel gebruikt door Ferrari.
Ferrari was zich niet onbewust van de middenmotor-revolutie en hun eigen V6-aangedreven Dino 206 GT was in het voorjaar van 1968 begonnen van de productielijn te rollen. Hoewel een twaalfcilinder middenmotor Ferrari in de pijplijn zat (de BB), liep het ontwikkelingsprogramma ver achter op schema. Om de 275 te vervangen en de kloof te dichten tot de BB klaar was, werd een nieuwe frontmotor tweezits Gran Tourer gecreëerd: de 365 GTB/4.
interieur Ferrari 365
Design en interieur
De 365 GT 2+2 werd bijgenaamd ‘Queen Mary’ vanwege zijn indrukwekkende afmetingen — de grootste Ferrari van zijn tijd, maar met een elegantie die zijn formaat verloochende. Supercars.netDe 365 GTB/4 Daytona werd onthuld op de 1968 Paris Motor Show en betoverde met zijn slanke lijnen en woeste kracht. Het ontwerp van Pininfarina, met de laagliggende neus, de inklapbare koplampen en de lange, gespannen flanken, is een van de meest tijdloze carrosserie-ontwerpen uit de Italiaanse automobielbouw.
De 365 GT4 2+2 droeg één stijlkenmerk van de 365 GTB/4 Daytona — de halfronde inkeepingslijn langs de carrosserie-zijkanten — maar was voor het overige een volledig nieuw Pininfarina-ontwerp.
Modelvarianten
365 GT 2+2 “Queen Mary” (1967–1971):
De 365 GT 2+2 had een productierun van 801 exemplaren van 1968 tot 1971, die een hoge lat zette voor vierpersoons Ferrari’s. De eerste Ferrari met hydraulische niveauregeling achter, airconditioning en stuurbekrachtiging als standaard. Bijnaam “Queen Mary” vanwege zijn grote afmetingen.
365 GTC (1968–1969):
Tweedeurs coupé, directe opvolger van de 330 GTC. De 365 GTC/4 verschijnt meestal rond €230.000–€350.000 op de verzamelaarsmarkt. Slechts 168 gebouwde exemplaren — zeldzaamste model van de eerste 365-generatie.
365 GTS (1969) — de ultra-zeldzame spider:
Open versie van de 365 GTC, slechts 20 gebouwde exemplaren. Een van de zeldzaamste Ferrari’s ooit in serieproductie gebracht.
365 GTB/4 Daytona coupé (1968–1973):
Circa 1.284 eenheden werden geproduceerd van 1968 tot 1973 — 1.232 GTB/4 coupés en 52 GTS/4 cabriolets. Het icoon van de 365-familie en Ferrari’s laatste grote frontmotor sportwagen voor de komst van de Berlinetta Boxer.
365 GTS/4 Daytona Spider (1971–1973):
Slechts 52 GTS/4 cabriolets werden gebouwd van 1971 tot 1973. Vandaag de dag een van de meest waardevolle Ferrari’s buiten de GTO — authentieke exemplaren behalen regelmatig meer dan $2 miljoen op veilingen.
365 GTB/4 Competizione (1971–1973):
Fabrieksracewagens bereid door Ferrari’s Assistenza Clienti, in drie kleine series gebouwd. Lichtgewicht carrosserie, grotere remmen, getuned motor. Circa 15 gebouwde exemplaren.
365 GT4 2+2 (1972–1976):
De 365 GT4 2+2 werd onthuld op de 1972 Paris Motor Show en imponeerde met zijn strakke moderniteit. De 365 GT 2+2’s run van 801 eenheden had een hoge lat gezet voor vierpersoons Ferrari’s. Geen Amerikaanse marktversies werden gebouwd vanwege de toenemend strenge wetgeving in de VS en de relatief hoge kosten van technische oplossingen om aan de vereisten te voldoen voor een laag volume productieauto.
Terwijl de 365 GT en 365 GTC/GTS een enkele bovenliggende nokkenas per cilinderkopbank gebruikten, gebruikte de 365 GTB/4 de dubbele bovenliggende nokkenasopstelling die werd gepioneerd door de 275 GTB/4. Dit gaf de Daytona zijn significant hogere vermogen ten opzichte van de andere 365-modellen.
Concurrenten
De 365 GTB/4 was zwaarder maar aanzienlijk krachtiger dan de uitgaande 275 GTB/4. Wellicht het meest belangrijk had hij een superieure remslagcapaciteit. Directe concurrenten waren:
- Lamborghini Miura S / SV (middenmotor, sneller)
- Aston Martin DBS V8
- Maserati Ghibli
- De Tomaso Pantera (lager segment)
Opvolgend model
De 365-serie werd opgevolgd door de baanbrekende 512 BB uit 1976. De Daytona werd vervangen door de 365 GT4 BB — een fundamenteel andere filosofie van frontmotor naar middenmotor. De 365 GT4 2+2 werd opgevolgd door de Ferrari 400 met dezelfde carrosserie maar een automatische transmissie-optie.
Modelinformatie | |
| Merk | Ferrari |
|---|---|
| Model | 365 GT 2+2 / GTC / GTS / Daytona (1966 -1976) |
| Land | Italië |
| Start productie | 1966 |
| Einde productie | 1976 |
| (Geschat) productieaantal | 2.700 |
| Transmissie | handgeschakeld 5 versnellingen |
| Motorspecificatie | 12-cilinder V12 4.4L |
| Brandstof | benzine |
| Body Type | Vierdeurs 2+2 gran tourer (365 GT 2+2 en 365 GT4 2+2), Tweedeurs coupé (365 GTC en 365 GTB/4 Daytona), Tweedeurs spider / cabriolet (365 GTS — 20 ex. en 365 GTS/4 Daytona — 52 ex.) |
Prestaties topmodel | |
| Topmodel | Ferrari 365 GTB/4 Daytona |
| (Geschat) gewicht | 1350 kg |
| Vermogen | 352 pk |
| Koppel | 431 Nm |
| Topsnelheid | 280 km/u |
| Acceleratie 0-100 | 5.5 sec |
















