Donkervoort D10
De Donkervoort D10 werd gebouwd tussen 1988 en 1989 ter ere van het 10-jarig jubileum van Donkervoort Automobielen. Het model werd onthuld op de Autosalon van Parijs. Er werden slechts tien exemplaren van gebouwd. De D10 wordt beschouwd als een speciale creatie van Donkervoort, omdat dit model – in tegenstelling tot de andere modellen – bijvoorbeeld geen voorruit had. Het model kwam daarom met een passende meegeleverde helm.
Het model was waarschijnlijk een van de meest extravagante creaties van Donkervoort. in 1989 werd op een afgesloten stuk snelweg het ‘wereld acceleratie record voor straatauto’s’ verbroken: van 0 naar 100 km/u in slechts 4,85 seconden.

Geschiedenis en achtergrond
De Donkervoort D10 was niet zomaar een nieuwe sportwagen — het was een jubileumcadeau aan het merk zelf. In 1988 vierde Donkervoort zijn tiende verjaardag en besloot oprichter Joop Donkervoort dat dit gevierd moest worden met iets bijzonders: een model dat lichter, sneller en scherper was dan alles wat hij tot dan toe had gebouwd. Het resultaat was de D10, een compromisloze evolutie van de eerder succesvolle D8-voorlopers (zoals de S8 en S8A), bedoeld als een echte rijdersauto zonder overbodige franje.
De D10 werd volledig met de hand gebouwd in Tienhoven, waar Donkervoort toen nog gevestigd was. Slechts een klein aantal exemplaren verliet de werkplaats, elk op maat gemaakt voor de klant. Joop’s filosofie — “een auto moet communiceren met de bestuurder” — kreeg met de D10 zijn scherpste vorm tot dan toe. Dit was een auto die niets vergaf, maar je wél beloonde met pure sensaties.
In tegenstelling tot de latere modellen die met Audi-techniek werden uitgerust, gebruikte de D10 nog een Ford Cosworth-motor, wat hem dat rauwe, mechanische karakter gaf waar puristen van houden. De auto werd gepresenteerd als een soort rijdend statement: lichtgewicht technologie, puur vakmanschap, en nul elektronische hulpmiddelen. Een Donkervoort reed je niet — je droeg hem als een racepak.
De Cosworth-motor, bekend uit snelle Fords als de Sierra RS Cosworth, maakte van de D10 een kleine raket. Dankzij het extreem lage gewicht van rond de 650 kilo had de auto een vermogen-gewichtsverhouding waar zelfs exotische sportwagens van moesten slikken.
Design en interieur
Het design van de D10 was een logisch vervolg op het DNA van het merk: functioneel, minimalistisch en tot op het bot sportief. De auto had een lange, smalle neus met open wielkasten en een lage, gestroomlijnde cockpit. Alles draaide om aerodynamica en gewichtsbesparing. Elk paneel werd met de hand gevormd uit aluminium, en de carrosserie was zo strak dat je bijna bang was om er met een sleutelhanger te dicht langs te lopen.
Het interieur was nog soberder dan bij latere Donkervoorts. Geen beklede panelen, geen concessies — alleen het hoognodige om hard te kunnen rijden. Twee kuipstoelen, een drie-spaaks stuur, een analoog instrumentarium en een paar schakelaars. Meer had je niet nodig. En eerlijk is eerlijk: met de wind die over je helm giert bij 200 km/u mis je een radio geen moment.
De D10 was niet ontworpen om comfortabel te zijn, maar om te presteren. Alles ademde snelheid. En ondanks het minimalisme straalde het ambacht er vanaf — elk schroefje, elk laspunt was met liefde geplaatst.
Concurrenten
In zijn tijd bevond de Donkervoort D10 zich in een zeer nichemarkt. Zijn meest directe concurrenten waren de Caterham Seven, Westfield SEI en in zekere zin ook de Lotus Seven-replica’s van kleinere Britse fabrikanten. In termen van prestaties kwam de D10 echter dichter in de buurt van auto’s als de Porsche 911 Carrera 3.2 of zelfs een Ferrari 328, al was de rijervaring compleet anders — rauwer, intenser, eerlijker.
De D10 was de eerste Donkervoort die écht internationaal aandacht trok, vooral in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, waar men onder de indruk was van zijn brute eenvoud en prestaties. Omdat elk exemplaar met de hand werd gebouwd, verschillen de auto’s onderling subtiel in details — sommige hebben andere dashboards, andere stoelen of net een andere motortuning.
De Donkervoort D8, die in 1993 werd geïntroduceerd, volgde de D10 op. Deze bracht een nog stijver chassis, verbeterde gewichtsverdeling en modernere techniek, maar bleef trouw aan dezelfde basisfilosofie. De D8 zou uitgroeien tot het langstlopende model van Donkervoort, waarmee de D10 feitelijk de blauwdruk leverde voor dertig jaar aan pure Nederlandse sportwagens.
MODELINFORMATIE
PRESTATIES TOPMODEL
Garages en specialisten
- Hier kan uw bedrijf staan
- Speed 8 Classics - Mallespecialist
- Stalling Bollenstreek - Voorhoutspecialist
- Stoffeerderij C. van Straaten en Zn. - Woerdenspecialist
- Tony de Bruijn bekledingen - Roosendaalspecialist
- Witmer & Odijk - Warmondspecialist
Clubs, fora en verenigingen
- Koninklijke Nederlandse Automobiel Club
- Oldtimer en Classic Car Club Heel
- Veenendaalse Oldtimer Club
- Vlaamse Vehikel Klub















