DeSoto Airflow (1934-1936)
De DeSoto Airflow werd geproduceerd tussen 1934 en 1936. DeSoto kreeg de revolutionaire Airflow-stijl van moederbedrijf Chrysler toen het merk hoger gepositioneerd werd. In 1934, middenin de economische crisis, bracht Chrysler een nieuw revolutionair automodel uit dat sinds 1928 in ontwikkeling was geweest. Walter P. Chrysler was ervan overtuigd dat in het aerodynamische ontwerp van die auto, dat het resultaat was van vele testen in de windtunnel, de toekomst van de automobiel lag.
DeSoto Airflow uit 1934
Geschiedenis en achtergrond
De DeSoto Airflow was een full-size automobiel gebouwd door DeSoto tijdens de modeljaren 1934, 1935 en 1936. DeSoto produceerde het destijds revolutionaire Airflow-model vanwege zijn prijsverhouding met de grotere en duurdere Chrysler-modellen.
In tegenstelling tot Chrysler, dat naast de Airflow ook traditionelere modellen bleef aanbieden, kreeg DeSoto in 1934 de opdracht uitsluitend Airflows te leveren. Een radicale strategie: één model, één ontwerp, geen vangnet voor het geval de markt het niet zou accepteren.
De Airflow was aerodynamisch, gestroomlijnd en glad, met volledige spatbordrokken om de achterspatborden, een V-vormig windscherm, een afgerond radiatorgrille en in de carrosserie geïntegreerde koplampen. Het ontwerp was meer dan modern, het was futuristisch. Het kopend publiek werd ofwel afgeschrikt door het geavanceerde aerodynamische ontwerp of vond het simpelweg onaantrekkelijk — in beide gevallen waren de verkopen teleurstellend, wat zich weerspiegelde in het siamese broertje, de Chrysler Airflow.
De auto werd gebouwd als de Chrysler Airflow en de kortere en goedkopere DeSoto Airflow. Het koperspubliek was echter niet klaar voor radicale vernieuwingen in tijden van crisis en op commercieel werd het model geen succes tot grote verrassing van Walter P. Chrysler.
interieur Desoto Airflow uit 1934
Design en interieur
Bij het ontwerpen van de Airflow keek het team naar de laatste ontwikkelingen in vliegtuigontwerp, met een “form follows function”-doelstelling met lijnen ontwikkeld in een windtunnel. De Chrysler/DeSoto-ingenieurs — soms de “Drie Musketiers” genoemd: Carl Breer, Fred Zeder en Owen Skelton — waren ervan overtuigd dat er iets mis was met de hedendaagse autoontwerpen. De hoge grilles, vierkant afgesneden lijnen en lange spatborden en motorkappen beperkten de zuinigheid en topsnelheden.
De ingenieurs pionierden zelfs met windtunneltests van automobielen, waarbij niemand minder dan Orville Wright (van de Wright Brothers) de besturing bediende. Hun conclusie was dat auto’s van die tijd “achterstevoren” waren — in 1933 modificeerden de ingenieurs een DeSoto-sedan om achterstevoren te rijden, als bewijs van hun theorie.
De pers was aanvankelijk enthousiast over de Airflow, met Harper’s Bazaar die stelde dat de styling “je de adem benam.” Het Amerikaanse publiek was het daar niet mee eens en vond het te radicaal.
De Airflow was de eerste auto die met aerodynamica in het achterhoofd werd ontworpen en was dan ook een radicale vernieuwing in de auto-industrie. Zo was de traditionele middengeplaatste radiator met ornament vervangen door een breed radiatorrooster. De koplampen, traditioneel losstaand naast de radiator gemonteerd, werden zijlings van het radiatorrooster ingewerkt. De vlakke voorruit werd in tweeën gesplitst en beide delen vormden een hoek om de luchtstroom te begeleiden. De wielkasten vormden een mooie boog om de wielen en de achterwielen werden volledig ingekast. Al die rondingen moesten een vlotte luchtstroming tewerkstellen en zorgden zo voor betere prestaties met een lager verbruik en een stiller interieur.
De Airflow kreeg een monocoque-frame mee waardoor de inzittenden niet langer bovenop maar ín de auto zaten. Het frame was ook veel stijver en zorgde voor een betere gewichtsverdeling. De zescilinder lijnmotor werd deels voor de vooras geplaatst wat voor een ruimer interieur zorgde. Uit testen bleek dat het frame veiliger was dan dat van andere auto’s uit die tijd, maar toch ontstond het gerucht dat de Airflow onveilig was. Zelfs een reclamefilm waarin een exemplaar van een 35 meter hoge rots werd geduwd, weer rechtgezet en, weliswaar beschadigd, wegreed kon daar niet veel aan veranderen.

Modelvarianten
Airflow 1934 (Series SE) — introductie:
13.940 exemplaren geproduceerd. Beschikbaar als Brougham, Coupe, Sedan en Town Sedan. Basisprijs circa $995. Compressieverhouding 6,5:1, motor leverde 100 pk en 251 Nm (185 lb-ft) koppel.
Airflow 1935 (Series SG) — naast de nieuwe Airstream:
6.797 exemplaren verkocht, tegenover 20.784 van de nieuw geïntroduceerde, conventionelere Airstream. Geherontworpen front, een licht V-vormige radiator en een meer hellende dan afgeronde grille om de verkoop te stimuleren.
Airflow 1936 (Series S-2, Airflow III) — laatste jaar:
5.000 exemplaren geproduceerd — het laatste jaar voor de Airflow. Beschikbaar als Coupe en Sedan, met semi-floating achteras. Basisprijs circa $1.095. Het 1936-gamma bestond uit de Airstream Series S-1 in Deluxe en Custom-uitvoering en de Airflow III Series S-2.
De Airflow had een hogere compressieversie van dezelfde motor als de Airstream (6,5:1 compressie versus 6,0:1) en leverde 100 pk en 185 lb-ft koppel, tegenover 93 pk en 180 lb-ft voor de Airstream.
Voor DeSoto was de Airflow destijds het enige model en dus kwam het merk hierdoor in de problemen. In 1936 werd het model geschrapt en vervangen door de traditionelere Airstream. Chrysler zelf kon nog terugvallen op een meer traditioneel model en bleef haar Airflow tot 1937 bouwen. Ondanks dat het geen succes werd, is de Airflow een van de meest invloedrijke auto’s uit de jaren dertig geworden. Er werden slecht 25.737 exemplaren gebouwd.
Concurrenten
De Airflow concurreerde in het Amerikaanse full-size segment van het midden van de jaren dertig, met zijn aerodynamische ontwerp als belangrijkste onderscheidende factor. Directe concurrenten waren:
- Chrysler Airflow (technische broer — gedeeld ontwerp en motor)
- Hudson Terraplane
- Studebaker Dictator
- Nash Ambassador (conventioneler ontwerp)
Opvolgend model
De DeSoto Airflow werd na het modeljaar 1936 stopgezet; de Chrysler-versie hield het nog tot 1937 uit. De conventionelere DeSoto Airstream — die al sinds 1935 naast de Airflow werd verkocht om verloren marktaandeel terug te winnen — werd de basis voor de terugkeer van de DeSoto Six-naamplaat in 1937 met de Series S-3.
Modelinformatie | |
| Merk | DeSoto |
|---|---|
| Model | Airflow (1934-1936) |
| Land | Verenigde Staten |
| Start productie | 1934 |
| Einde productie | 1936 |
| (Geschat) productieaantal | 25.737 |
| Transmissie | handgeschakeld 3 versnellingen |
| Motorspecificatie | 6-cilinder 4.0L |
| Brandstof | benzine |
| Body Type | Tweedeurs coupé, Vierdeurs sedan (meest gebouwde variant), Brougham en Town Sedan (alleen 1934) |
Prestaties topmodel | |
| Topmodel | DeSoto Airflow III Series S-2 (1936) |
| (Geschat) gewicht | 1600 kg |
| Vermogen | 100 pk |
| Koppel | 251 Nm |
| Topsnelheid | 130 km/u |
| Acceleratie 0-100 | 20 sec |
Mis je informatie of kom je een foutje tegen, of heb je misschien een mooi verhaal over dit model?
Mail ons, dat wordt enorm gewaardeerd!















