DeLorean

DeLorean was een Amerikaans automerk dat was gevestigd in New York. De fabriek stond echter in het plaatsje Dunmurry in Noord-Ierland. Eind jaren zeventig werd dit bedrijf opgericht door John DeLorean die tot dan toe vicepresident was van Pontiac. Hij had een geheel eigen visie op het ontwikkelen van auto’s, maar kon die ideeën bij zijn toenmalige werkgever niet kwijt. Daarom richtte DeLorean zijn eigen automerk op.

 

DeLorean DMC12 1981

DeLorean DMC12 uit 1981

 

John Delorean

John DeLorean was een bekende naam in de Amerikaanse auto-industrie. Hij begon zijn carrière bij Pontiac, wat onderdeel was van General Motors. DeLorean werkte onder andere aan de Pontiac GTO die in 1963 op de markt kwam en een succesnummer werd voor General Motors. Er werden er 31.000 van verkocht in het eerste jaar en dit droeg ongetwijfeld bij aan zijn promotie. John DeLorean werd in 1965 hoofd van Pontiac en in 1969 ging hij werken bij Chevrolet.

 

In 1972 verhuisde hij naar de ‘veertiende verdieping’ in het General Motors hoofdkantoor, dit was de verdieping waar de top van het bedrijf was gehuisvest. John Delorean had alle papieren om de volgende algemeen directeur van General Motors te worden. Maar dit was niet wat hij ambieerde. Hij verlangde terug naar zijn beginjaren als technicus en wilde weer auto’s bouwen in plaats van manager zijn. Zijn droom was om te werken aan een tweezits sportwagen. Hij verliet GM en ging een jaar als adviseur werken bij verschillende grote bedrijven om zo te sparen voor zijn droomproject. In januari 1974 had hij zin investeringskapitaal bij elkaar en kon hij zijn droom gestalte gaan geven.

 

John had een vise van een comfortabele, veilige, zuinige en duurzame sportwagen. Het moest ook een ideale auto zijn voor lange zakelijke autoritten. Toen DeLorean nog bij Pontiac werkte, leerde hij over een nieuw veiligheidssysteem: de airbag, in zijn ogen de ideale bescherming bij een aanrijding. Zijn leidinggevenden dachten hier echter anders over, maar zijn eigen tweezits sportwagen zou nu zeker een airbag krijgen.

 

Een ander belangrijk element waren vleugeldeuren. John DeLorean was bijna twee meter lang en dus was instappen in een sportwagen altijd een gedoe: hij stootte zijn hoofd aan de lage daklijn en kon met moeite zijn lange benen onder het stuur krijgen om vervolgens klem te zitten met zijn knieën. De oplossing was volgens hem een ontwerp dat Mercedes had gebruikt bij de 300 SL: vleugeldeuren. Een dure oplossing, maar ze moesten zijn auto ook een stuk spannender maken.

 

Voor de ontwikkeling van de auto werd Bill Collins, een hoofdontwerper bij General Motors, weggekaapt. Hij reisde in 1974 samen met DeLorean naar de autobeurs van Turijn om een ontwerpbureau te vinden. Ze spraken met Bertone, Pininfarina en Michelotti, maar de eer ging naar Giorgetto Giugiaro van Ital Design. Hij kreeg een uitgebreide briefing met een lange lijst met aandachtspunten, waarbij de nadruk lag op een lage luchtweerstand, de vleugeldeuren en genoeg hoofd- en beenruimte voor lange bestuurders. Tegen de tijd dat het tweede prototype af was, was het grootste deel van de 5 miljoen dollar die John DeLorean zelf bij elkaar had gespaard al op.

 

DeLorean DMC-12

Giorgetto Giugiaro ontwierp de inmiddels beroemde DMC-12. Het ontwerp is daarna vervolmaakt door Colin Chapman van Lotus. De auto was bedoeld als concurrent voor auto’s als de Chevrolette Corvette. Uiteraard kreeg de DMC-12 zijn faam door de filmtrilogie “Back to the Future”.

 

Het model werd gebouwd tussen 1981 en 1983 en bijna alle exemplaren hadden een RVS-look. Echter zijn er ook een paar exemplaren in rode lak af fabriek geleverd, maar deze zijn zeldzaam.

 

rode DeLorean dmc uit 1982

 

DeLorean DMC12 interieur_1981

Interieur DeLorean DMC-12

 

DMC-80

DeLorean was ook bezig met een stadsbus, gebaseerd op het Duitse standaardontwerpbus. Deze autobus werd ontwikkeld onder de naam DMC-80 en zou geproduceerd worden in de Verenigde Staten. Zo ver is het echter nooit gekomen voor de DMC-80.

 

De ondergang van GMC

Als gevolg van vertraging bij het vergaren van kapitaal en vertraging in de bouw van de fabriek werd de productie pas in 1981 gestart. Er werden in totaal 8583 exemplaren gebouwd. DeLorean werd beschuldigd van cocaïnehandel en het witwassen van geld maar werd jaren later vrijgesproken. Het sprookje van de autofabriek was toen al afgelopen, de fabriek sloot haar deuren in 1982. Rond 1990 zijn er van de overgebleven onderdelen uit de restvoorraad nog zo’n 30 exemplaren opgebouwd.

 

 


Back to the Future



DeLorean modellen


Garages en specialisten

Clubs, fora en verenigingen


Ook interessant