Dacia

Dacia is een Roemeens automerk. Voorheen was UAP (Uzina de Autoturisme Pitești, Autofabriek Piteşti) een staatsbedrijf, tegenwoordig behoort de fabriek volledig tot de Franse Renault-groep. De naam verwijst naar het oude Dacië, ongeveer het huidige Roemenië.

 

Het Dacia merk werd opgericht in 1966. De belangrijkste Dacia-fabriek werd gebouwd in 1968 in Colibaşi (nu Mioveni), in de buurt van Piteşti. Dacia kreeg de beschikking over de basisontwerpen van de Renault 12. Maar tot de productiefaciliteiten klaar waren voor dit model werd besloten om de Renault 8 onder licentie produceren. Het model stond bekend als de Dacia 1100. Van 1968 tot 1972 werden er 44.000 exemplaren gebouwd. Ook de 1100S werd, weliswaar in zeer beperkte aantallen, geproduceerd. Het model kreeg dubbele koplampen en een krachtigere motor.

 

Dacia 1300

Dacia 1300.

 

De eerste Dacia 1300 verliet de assemblagelijn op 23 augustus 1969 en werd tentoongesteld op de Autoshows in Parijs en Boekarest. De Roemenen waren blij met de moderniteit en de betrouwbaarheid van de auto en de wachtlijsten waren lang. Al in 1970 waren er verschillende varianten leverbaar: de standaard 1300, de 1300L (voor Lux) en de 1301 Lux Super, met een verwarmde achterruit, een radio, zijspiegels aan beide zijden en een luxere afwerking. Vanaf 1973 werd het model ook geëxporteerd en kwam er een 1300 Break, een 1300F (stationwagon zonder achterbank en 1300S (ambulance). In 1975 volgde ook nog de Dacia 1302 pick-up waarvan zo’n 2.000 exemplaren werden gebouwd tot 1982.

 

dacia D6

Dacia D6.

 

Dacia produceerde ook een kleine oplage van de D6, een CKD-versie van de Renault Estafette bestelwagen. In de zeer vroege jaren tachtig, werd de Renault 20 ook gemonteerd als de Dacia 2000; omwille van de exclusiviteit van dit model werden de aantallen laag gehouden. De 2000 was alleen verkrijgbaar in donkerblauw of zwart, en werd vooral gereserveerd voor de partij elite. Begin 1978 werd de Renault 18 ook geassembleerd door Dacia.

 

In 1979 werden het gerestylde 1310 model gepresenteerd. Het model had vierkante koplampen, grotere achterlichten, nieuwe bumpers en een nieuw interieur. De veranderingen waren zwaar geïnspireerd door de restyling van de Renault 12 in 1975. Na een korte reeks van “cross-over” kwam uiteindelijk de 1310 op de Roemeense markt eind 1979. De luxe versie had een vijf-versnellingsbak, lichtmetalen velgen en elektrische ramen. Tegelijkertijd werd er een Sport-model werd geproduceerd. Op de 1980 show werd een prototype getoond van een sportieve coupé op basis van de 1310. Het startsein werd gegeven voor een prestige model, en vanaf 1981 was er de twee-deurs Dacia 1310 Sport (1410 Sport in 1983). Dit model was zeer populair onder rally-coureurs.

 

dacia 1310 1979

Dacia 1310 uit 1979.

 

dacia 1310

 

De jaren tachtig

Begin jaren tachtig waren de ontwerpers van Dacia druk met een reeks aan ideeën. Prototypes zoals de 500cc Mini-Dacia, evenals Dacia 1310 varianten werden ontworpen. Sommige modellen, zoals de Dacia 1310 Limousine, zijn nog steeds op de weg te vinden. Deze auto’s worden zeer gewaardeerd door Dacia-liefhebbers. In 1982 werden de Dacia 1304 Pick-up en 1305 Drop-side modellen geïntroduceerd. Deze versies waren commercieel succesvol en bleven in productie tot december 2006. Vanaf 1985 werd de 1410 ook aangeboden met een grotere motor.

 

In 1983 kwam de 1320 CN1 op de markt, een hatchback gebaseerd op de 1310. De nieuwe voorzijde van deze 1320 verscheen ook op de topmodellen. Deze auto’s waren te herkennen aan de twee grote koplampen, een veel plushier interieur bekleed in blauw plastic, een CN1 dashboard en vaak een wildgroei aan antennes om de status van de eigenaar aan te geven. De meeste exemplaren waren eigendom van hogere ambtenaren in het communistische Centraal Comité. Bij de introductie was de 1320 het duurste model in het Dacia gamma maar de meeste werden gebruikt als taxi’s tot het midden van de jaren negentig.

 

De jaren negentig

Het 1320 model ontstond in 1991 als de Dacia 1325 Liberta (na de revolutie van 1989 was het thema ‘vrijheid’ erg in de mode) en dit model bleef in productie tot 1996. Tot eind 1989 waren het nog modellen met vierkante koplampen, maar daarna kreeg de nieuwe CN1 ronde koplampen. Een poging werd gedaan om de modellenreeks te verjongen: de verkoop van de Sport was gedaald en er werden nieuwe commerciële voertuigen geïntroduceerd. De 1307 en de 1309 station wagon kwamen uit.

 

De 1993 facelift stond bekend binnen de industrie als CN2. Het model kreeg een nieuwe voorzijde met een horizontale metalen lijn in de grille, nieuwe koplampen, nieuwe voor- en achterbumper en de vorm van de voorspatborden was anders. Het basismodel kreeg een nieuw dashboard en de topmodellen kregen allerlei luxe extra’s zoals in carrosseriekleur gespoten bumpers, hoofdsteunen achter, radio-cassette, wieldoppen, en de het CN1 dashboard, ditmaal in zwarte kunststof. In 1995 werd het type CN3 al geïntroduceerd op de Europese markt, gevolgd door de Latijns-Amerikaanse markt in 1996. Vrijwel de enige verschillen waren het uitrustingsniveau en de grille.

 

In meer dan vierendertig jaar productie werden er meer dan 2,5 miljoen exemplaren gebouwd. De Dacia 1300/1310 werd by far de meest voorkomende auto op Roemeense wegen. Bijna iedereen bezat er één en er werd op allerlei mogelijke manieren aan gesleuteld. Zo hadden veel oudere auto’s nieuwere onderdelen om ze te nieuwer te laten lijken of puur omdat nieuwere onderdelen makkelijker te krijgen waren. Originele modellen zijn een zeldzaamheid en dus meer waard.

 

Volgens het volksgeloof tijdens het communistische tijdperk waren er in de fabriek waar de Dacia’s werden gebouwd, twee assemblagelijnen: één voor verkoop in Roemenië en de ander voor de productie van dezelfde auto, maar dan beter gemonteerd met superieure onderdelen, voor de export. Roemenen in de buurt van de grens zouden hun Dacia vaker kopen in de buurlanden vanwege een hoger niveau van kwaliteit.




Garages en specialisten

Clubs, fora en verenigingen


Ook interessant