MENU

Citroën GS

De Citroën GS/GSA werd geproduceerd van 1970 tot 1986. Er rolden in totaal 2,5 miljoen GS(A)’s van de band. De aanvankelijke vorm was een berline (met drie zijruiten). In 1971 werd de GS Europese Auto van het Jaar.

Citroen GS

Citroën GS

Geschiedenis en achtergrond

De ontwikkeling van de GS liep eigenlijk al jaren voordat hij in 1970 officieel verscheen. Citroën wilde een middenklasser die de kloof tussen klein en groot dichtte, en het resultaat was een auto die qua techniek en comfort zijn tijd ver vooruit was. Hij kreeg standaard de beroemde hydropneumatische vering, die normaal alleen aan de duurdere DS was voorbehouden. Daarmee bood de GS Rolls-Royce-achtige rijeigenschappen voor een fractie van de prijs, een slimme zet.

Het model kreeg al snel lof in de pers. In 1971 werd de GS zelfs uitgeroepen tot Europese Auto van het Jaar, en niet zonder reden. De GS reed heerlijk, was comfortabel en bood een futuristisch design dat bijna buitenaards leek vergeleken met de concurrentie. In 1979 kreeg de GS een grote facelift en werd hij omgedoopt tot GSA. Deze kreeg onder meer een vijfde deur, modernere bumpers en een aangepaste neus. In 1986 liep de productie ten einde, waarna de BX zijn plaats innam.

Design en interieur

Qua design was de GS een typisch Citroën-kind. Robert Opron, die ook verantwoordelijk was voor de SM en CX, gaf hem een gestroomlijnde carrosserie met een Cw-waarde van 0,318, wat destijds uitzonderlijk laag was. De auto had een lange, gladde neus en een vloeiende achterzijde die bijna aan een kleine CX deed denken. De smalle koplampen en de strakke lijnen gaven hem een vooruitstrevend karakter, iets waar Citroën trots op was.

Binnenin was het feest van eigenzinnigheid. Het dashboard had onder meer een cilindervormige snelheidsmeter en knoppen op plekken waar je ze niet verwachtte. Natuurlijk was er ook dat typische Citroën-stuur met één enkele spaak. De stoelen waren zacht en comfortabel, alsof je op een Franse canapé zat. En dankzij de hydropneumatische vering zweefde de GS soepeltjes over kasseien, drempels en andere ellende die men “wegdek” noemt.

Het voertuig heeft vloeiende lijnen en werd uitgerust met voorwielaandrijving en een luchtgekoelde motor. Zijn centraal hydraulisch systeem werd afgeleid van de Citroën DS. De motoren waren 1015, 1129, 1220, en 1299 cm³ viercilinder boxermotoren, die 55 tot 65 pk DIN produceerden, plus een wankelmotor die door Comotor op de versie Birotor van Citroën werd geproduceerd. Door de stroomlijnvorm wist de wagen toch relatief hoge snelheden te behalen, ondanks de relatief lage vermogens.

De GS-modellen hebben een gewone kofferbak met kleine klep, hoewel de vorm anders doet vermoeden. Doordat een gedeelte van de achterbumper op de kofferklep gemonteerd zit, ontstaat een relatief lage tildrempel. Met de GSA werd er een vijfde deur in de auto geïntroduceerd wat de laadmogelijkheden van de wagen behoorlijk groter maakte. De tildrempel werd daardoor wel wat hoger, omdat door het ontbreken van een vaste hoedenplank de stijfheid op een andere manier terug moest worden verkregen.

Ook werd de GSA leverbaar met een vijfversnellingsbak. Andere comfortverhogende zaken, zoals elektrische ramen, centrale deurvergrendeling en stuurbekrachtiging zijn op de GS(A) nooit leverbaar geweest.

Citroen_GX_break

Citroën GX Break

Modelvarianten

De GS was er in meerdere varianten: een vierdeurs berline, een break (stationwagen) en een bedrijfswagenversie genaamd Service. In 1971 verscheen ook de GS Birotor, een experimenteel model met een wankelmotor. Die flopte gigantisch, maar is vandaag de dag een zeldzaam hebbeding. Later werd de GSA geïntroduceerd, met modernere looks en een vijfde deur.

In de eerste bouwjaren zijn er talrijke technische wijzigingen doorgevoerd. Dit heeft als gevolg dat veel onderdelen van de oudste modellen niet uitwisselbaar zijn met latere versies. Wijzigingen aan de motor omvatten onder andere een aanpassing in de voorverwarming van de carburateur.

Tot 1972 gebeurde dat via de oliestroom, waarbij de carburateur werd opgewarmd via de warme motorolie. Omdat de voorverwarming lang duurde, werd dat in het vervolg gedaan via een aftap op de uitlaat, waardoor de verwarming plaats had via hete uitlaatgassen. Verdere aanpassingen betroffen de remmen, wielophanging en wijzigingen aan diverse lagermaten.

In 1972 werd een bestelwagenversie van de GS geïntroduceerd. In 1979 werd de GS gerestyled met een hatchback en plastic bumpers en sindsdien als GSA op de markt gebracht.

Concurrenten

De GS moest het opnemen tegen de Volkswagen 411/412, de Renault 12, de Fiat 128 en later de Ford Escort. Op comfort en wegligging liet hij ze allemaal achter zich, maar qua degelijkheid en onderhoudskosten moest je soms stevig slikken.

De GS Birotor werd zó slecht verkocht dat Citroën zelfs probeerde de auto’s terug te kopen en te vernietigen om er zo weinig mogelijk in omloop te hebben. Daardoor is het nu een zeldzame en peperdure verzamelaar. Ironisch genoeg geldt dus: hoe groter de flop toen, hoe groter de jackpot nu.

In 1982 verscheen de Citroën BX, die de GS/GSA uiteindelijk opvolgde. De BX zette de lijn van eigenzinnig design en hydropneumatische vering voort, maar dan in een moderner jasje en met wat scherpere lijnen van Bertone.

Citroen GS Pallas 1979

MODELINFORMATIE

Merk: Citroën
Model: GS
Land: Frankrijk
(Geschat) productieaantal: 2.500.000
Start productie: 1970
Einde productie: 1981
Transmissie: handgeschakeld 4 of 5 versnellingen, semi-automatische C-Matic
Motorspecificatie: 4-cilinder 1.0L, 1.1L, 1.2L, 1.3L, , wankelmotor 2.0L birotor
Brandstof: benzine
Body Type: 4-deurs berline, break (stationwagen), bedrijfswagenversie (service)

PRESTATIES TOPMODEL

Topmodel: Citroën GS Birotor
Vermogen: 107 PK
Koppel: 137 Nm
Topsnelheid: 175 km/u
Acceleratie 0-100 km/u: 13 sec


Garages en specialisten


Clubs, fora en verenigingen


Ook interessant