Citroën DS
De schitterende Citroën DS werd op de Parijse autosalon in oktober 1955 aan het publiek gepresenteerd. En wat voor presentatie. Het design was absoluut uniek voor die tijd en deed futuristisch aan. In de volksmond kennen we deze auto ook als de snoek of het strijkijzer.

De pers schreef volop over het rijcomfort met de nieuwe hydropneumatische vering, de variabele bodemvrijheid, de enorme panoramische voorruit, de stuurbekrachtiging en natuurlijk de voorwielaandrijving. In die tijd nog nooit in één enkel ontwerp toegepast.
Geschiedenis en achtergrond
Toen Citroën in 1955 de DS presenteerde op de Parijse Autosalon, stond het publiek letterlijk met open mond te kijken. Dit was geen auto meer, dit was een ruimteschip op wielen. In één dag werden er meer dan 12.000 orders genoteerd, een record voor die tijd. De DS was niet zomaar een opvolger van de Traction Avant; hij was een revolutie op vier wielen.
Citroën had met de DS zijn reputatie als vooruitstrevend merk definitief gevestigd. Alles aan de auto ademde vernieuwing: de aerodynamische vormgeving, het futuristische interieur en natuurlijk de beroemde hydropneumatische vering. Die laatste maakte het mogelijk dat de DS over slechte wegen zweefde alsof hij op een tapijt reed. Voor een land dat net uit de oorlog kwam en waar de infrastructuur nog niet overal geweldig was, was dat geen overbodige luxe.
De DS bleef in productie tot 1975 en werd voortdurend doorontwikkeld. Van presidentiële staatsie-auto tot trouwe gezinswagen: de DS was overal inzetbaar. Charles de Gaulle liet zich er graag in rondrijden, en menig Fransman zag hem als hét symbool van technologische vooruitgang. Met in totaal ruim 1,4 miljoen gebouwde exemplaren werd de DS een icoon dat vandaag de dag nog steeds bewonderd wordt.

Design en interieur
De DS werd ontworpen door de Italiaanse ontwerper Flaminio Bertoni, die eerder ook de 2CV en de Traction Avant had getekend. Zijn ontwerp voor de DS was baanbrekend: een lange, lage carrosserie met een vloeiende lijn en een gestroomlijnd front. De aerodynamica was voor die tijd ongekend en gaf de auto een bijna buitenaards uiterlijk.
Het interieur was al even vooruitstrevend. Het stuur had maar één spaak, het dashboard was minimalistisch en modern, en de stoelen waren ontworpen voor maximaal comfort tijdens lange ritten. De DS was niet alleen een auto, maar een ervaring. Alsof je in een soort lounge reed die toevallig wielen had. Later kwamen er nog technische snufjes bij, zoals meedraaiende koplampen die de bocht volgden – een innovatie die pas tientallen jaren later gemeengoed zou worden.
De toenmalige media spraken van “La Bombe Citroën”. Op de eerste dag van de Salon d’Automobile werden 12.000 orders voor de Citroën DS19 genoteerd wat een absoluut record was en welk record nog altijd staat.


Modelvarianten
De ID/DS werd tot en met 1975 gebouwd in veel verschillende, steeds luxueuzere en motorisch krachtigere, uitvoeringen. Er zijn in de twintig jaren dat de auto werd gebouwd in totaal 1.455.746 exemplaren gefabriceerd. De ID was de eenvoudigere versie van de DS, waar de Pallas de meest luxe uitvoering was. De DS werd geleverd in verschillende uitvoeringen, die elk hun eigen karakter hadden:
- DS Berline (de standaard vierdeurs sedan)
- DS Break / ID Break (de stationwagen, populair als gezinswagen en ambulance)
- DS Décapotable (de cabriolet, ontworpen door carrosseriebouwer Henri Chapron)
- DS Présidentielle (verlengen limousineversies voor staatsgebruik)
- ID (een eenvoudiger, goedkopere variant van de DS, met minder luxe en een iets minder krachtige motor)
In september 1964 werd gestart met een zeer luxueuze uitvoering van de DS met de type-aanduiding ‘Pallas’. De stoelen waren fraaier gestoffeerd, kwamen ook met bruin of zwart leer en werden voorzien van dikke inwendige kussens, vervaardigd van ‘Dunlopillo’ schuimrubber. Aan de buitenzijde van de carosserie waren op drie niveaus roestvaststalen sierlijsten gemonteerd; er waren tal van extra geluid- en trillingwerende voorzieningen getroffen en de algehele afwerking was tot in detail verzorgd.
In 1968 kreeg de ID/DS een stevige facelift, ingezet door Bertoni en voltooid door diens leerling en opvolger Robert Opron. Deze versie kreeg dubbele koplampen achter glas, met bij de meeste modellen in de bocht meedraaiende vérstralers.

krachtbronnen
Gedurende de twintig jaar van productie waren er slecht vier verschillende krachtbronnen te vinden onder de kap van een ID of DS. Variërend van een 1911cc in de DS19 tot een 2347cc in de DS23. De allereerste motoren waren nog een afgeleide van de krachtbron met 75 PK uit de Traction Avant. Deze lange-slagmotor was zeer betrouwbaar, maar was wel verouderd. De 1985cc-motor uit 1965 kwam terecht in de DS19A en de DS20, waarbij de laatste iets meer PK’s leverde.
Rond die tijd verscheen ook de DS21 met een 2175 cc blok. In 1969 kwam Citroën met de haar eerste injectiemotor op de markt. Als laatste kwam in 1972 de DS23 met de laatste motorversie op de markt en deze was ook met een injectiemotor leverbaar. Oorspronkelijk zou de DS een zescilinder boxermotor krijgen, maar dit is er echter nooit van gekomen, waardoor de motor op dit model eigenlijk altijd het minst innovatieve deel van de auto is geweest.

Citroën DS Henri Chapron
Henri Chapron was een Franse carrosseriebouwer. Hij stichtte zijn bedrijf in 1919 in Neuilly-sur-Seine. Chapron begon zijn bedrijf met het bouwen van carrosserieën voor bedrijfswagens op chassis van voormalige legervoertuigen (vooral Fords). Daarna bouwde hij tot in de jaren vijftig vooral personenauto’s op basis van chassis van duurdere merken zoals Bugatti, Fiat, Hispano Suiza, Talbot, Delage, Delahaye en Hotchkiss.

Nadat in de jaren vijftig steeds meer autofabrikanten overstapten op de bouw van zelfdragende carrosserieën (en ze dus geen losses chassis meer leverden), moesten ook de carrosseriebouwers omzien naar alternatieven. Chapron zag in de Citroën DS een goede kans. Op basis van dat type ontwiklelde Chapron de DS Décapotable type usine, ofwel de cabrioletversie van de DS. Tot 1961 werden van de verschillende versies van de decapotable 389 voor eigen rekening gebouwd. Van 1961 tot 1971 bouwde Chapron vervolgens 1.365 stuks op naam van Citroën zelf. Hierna ontwikkelde Chapron ook een cabrioletversie van de Citroën SM.
Na zijn overlijden zette zijn echtgenote het bedrijf nog enige tijd voort. Daarbij werden auto’s ontwikkeld op basis van de Citroën CX en bijvoorbeeld de Peugeot 604 en Peugeot 104. De productie door Chapron werd beëindigd in 1985.
Concurrenten
De DS had vooral concurrentie van luxere modellen uit Duitsland en Italië. Denk aan de Mercedes-Benz W111, de BMW 2500/2800 en de Lancia Flaminia. Toch was de DS zó anders dat hij eigenlijk in zijn eigen league speelde.
In 1962 redde de DS het leven van president Charles de Gaulle. Bij een aanslag in Parijs werden meerdere kogels afgevuurd, waarbij de banden van zijn DS werden geraakt. Dankzij de hydropneumatische vering en stabiliteit kon de chauffeur toch op hoge snelheid wegkomen. De DS kreeg hierdoor bijna mythische status in Frankrijk.
De bijnaam “La Déesse” (godin) kwam niet alleen van de afkorting DS, maar ook van de bijna religieuze bewondering die de Fransen voor de auto hadden.
In 1975 eindigt de productie van de DS waarvan er dan inmiddels ruim 1,3 miljoen van de band zijn gerold. De DS is in allerlei varianten gemaakt in die periode: de DS -met de DS Pallas als summum van comfort-, ID, Break (bestelwagenuitvoering), Ambulance en de Cabriolet. Met het afsluiten van de productie begint het tweede leven van deze unieke auto, die als industrieel ontwerp nog niets van zijn waarde heeft verloren. De Citroën DS kent dan ook wereldwijd een grote schare liefhebbers.
MODELINFORMATIE
PRESTATIES TOPMODEL
Citroën modellen
Garages en specialisten
- Hier kan uw bedrijf staan
- Ad van der Horst - Boerdonkspecialist
- Auto Renaissance - Amsterdamspecialist
- DS Advies - Amsterdamspecialist
- Eend it Something - Nieuweschansspecialist
- Speed 8 Classics - Mallespecialist
- Stalling Bollenstreek - Voorhoutspecialist
- Stoffeerderij C. van Straaten en Zn. - Woerdenspecialist
- Tony de Bruijn bekledingen - Roosendaalspecialist
- Witmer & Odijk - Warmondspecialist
Clubs, fora en verenigingen
- 2CV club Nederland
- 2CV forum Nederland
- Ami vereniging
- Citroën AX club
- Citroën Club Nederland
- Citroën Contact
- Citroën Forum
- Citroën HY forum Nederland
- Citroën HY team Nederland
- Citroën HY vereniging ‘le Camion’
- Citroën ID/DS club Nederland
- Citroën SM Club Nederland
- CX club
- Dyane vereniging Nederland
- Enige Echte Eenden Club
- GSA vereniging
- ID/DS club
- Koninklijke Nederlandse Automobiel Club
- Méhari club Nederland
- Oldtimer en Classic Car Club Heel
- Patan automobielclub
- Traction Avant Nederland
- Veenendaalse Oldtimer Club
- Vlaamse Vehikel Klub















