Chrysler Imperial

De Chrysler Imperial kwam voor het eerst op de markt in 1926 en was voor een groot deel van het bestaan van het merk het topmodel uit de lijn. Chrysler Imperials werden geproduceerd met de naam Chrysler tot 1954, en opnieuw van 1990 tot 1993. Het bedrijf positioneerde dit model als een prestige merk om zo te concurreren met Cadillac en Lincoln. Inmiddels zijn er al negen generaties van de Imperial gebouwd.

 

chrysler imperial 1926

Chrysler Imperial uit 1926.

 

In 1926 was het model leverbaar als twee- en vier-zits roadster, een vierzits coupé, vijfpersoons sedan en de Phaeton en zelfs een zeven-persoons top-of-the-line limousine. De nieuwe motor was een 4,7 liter zescilinder met 92 PK en de auto werd gekozen als de pace car voor de Indianapolis 500 in 1926.

 

1931-1933

De Chrysler Imperial werd in 1931 opnieuw ontworpen met onder andere nieuwe spaakwielen en kreeg een 6,3 liter 8-cilinder lijnmotor. De toepasselijke naam was de ‘Imperial eight’. De Custom Imperial had roestvrije spatborden, automatische instelbare verwarming en veiligheidsglas. De limo was zelfs leverbaar met een dictafoon.

 

Airflow design

De 1934-1936 Chrysler Imperial kreeg het beroemde ‘Airflow’ design. De auto werd op de markt gebracht met de slogan ‘De auto van morgen is hier vandaag’. Het was een grote acht persoons limousine met een acht-cilinder motor. Dit was de eerste auto die werd ontworpen met behulp van een windtunnel. De Airflow was een buitengewoon moderne en geavanceerde auto, en een ongeëvenaard technisch succes. Zowel de motor als het passagierscompartiment werden naar voren geschoven, wat zorgde voor een betere balans en wegligging en daarmee voor meer comfort. Hoe goed het model ook was, het grote publiek kocht dit model met onconventionele styling niet. Het gevolg hiervan was dat Chrysler in de vele jaren die volgden zeer behoudend zou omgaan met het ontwerp van haar modellen. De “standaard” styling op de lagere-end Chryslers verkocht drie keer beter dan het Airflow-model.

 

chrysler imperial 1935 airflow

Airflow design op een 1935 Chrysler Imperial.

 

1937-1939

In 1937 werden er een aantal wijzigingen in het ontwerp doorgevoerd. De Imperial was leverbaar in drie varianten. De C-14 was de standaard achtcilinder en had, net als de Chrysler Royal C-18 een langere motorkap. De C-15 was de Imperial Custom en meer een Sedan Limousine, met blinde achterste zijpanelen. Dit model was alleen op bestelling leverbaar. Het derde model, de C-17, was de aanduiding voor het Airflow model. Naar aanleiding van een moordaanslag in 1937, werd een gepantserde Chrysler Imperial aangekocht als de officiële auto voor António de Oliveira Salazar, de premier van Portugal.

 

chrysler imperial custom 1938

Chrysler Imperial Custom uit 1938.

 

In 1946 werd de Imperial-lijn vereenvoudigd en veranderde de naam naar ‘Imperial Crown’. Er werden een acht passagiers vierdeurs sedan en een acht-inzittende vierdeurs limousine geproduceerd.

 

1949-1954

In 1949 was de Imperial met korte wielbasis alleen beschikbaar als een vierdeurs zes-cilinder sedan. De vierdeurs 8-persoons Imperial Crown was verkrijgbaar als sedan, of als een limousine met een scheidingsruit.

 

De nieuwe custom-built Imperial sedan was gebaseerd op de Chrysler New Yorker. Het model had dezelfde aankleding, maar had een bekleed dak en lederen bekleding. Ook technisch veranderde er het nodige. De 1950 Crosley Hot Shot wordt vaak genoemd als de eerste auto met productie-schijfremmen maar de Chrysler Imperial Crown was eigenlijk de eerste aan het begin van 1949. De Crosley schijf was een Goodyear ontwikkeling, maar was niet erg betrouwbaar, met name in winterse omstandigheden konden de schijven gaan plakken en corroderen. Trommelrem conversie voor Hot Shots was dan ook een populaire aanpassing.

 

Het Chrysler vier wiel plaat remsysteem was complexer en duurder dan Crosley’s, maar veel efficiënter en betrouwbaarder. Het werd gebouwd door Auto Specialties Manufacturing Company (Ausco) in St. Joseph, Michigan, onder patenten van uitvinder HL Lambert, en werd voor het eerst getest op een 1939 Plymouth.

 

De 1950 Imperial was in wezen een New Yorker met een aangepast interieur. Het model had een Cadillac-stijl grille met daarin ronde koplampen. Een speciale versie van de limousine beschikbaar kreeg een unieke lederen interieur en een met leer beklede top met een black-out de achterste kwart ramen. Elektrisch bedienbare ramen waren standaard op de Imperial Crown.

 

In een ongebruikelijke stap voor de jaren vijftig, kreeg de 1951 Imperial duidelijk minder chroomelementen dan de lager geprijsde New Yorker. Er werden drie nieuwe tweedeurs modellen toegevoegd aan de line-up: een Club coupe, een hardtop en een cabriolet. De cabrio verkocht echter slecht met slechts 650 verkochte exemplaren in dat jaar en het jaar erop werd het model alweer beëindigd. In 1951 kwam Chrysler ook met de nieuwe 5,4 liter Hemihead V8 en er was als eerste een auto met stuurbekrachtiging die in productie werd gebouwd. Het jaar erop waren de modellen vrijwel identiek.

 

chrysler imperial club coupe 1951

Club coupe Imperial uit 1951.

 

In 1953 werd het model omgedoopt naar ‘Custom Imperial’. De Custom Imperial leek sterk op de New Yorker maar het had een andere wielbasis, andere achterlichten en andere zijbekleding. De Custom Imperial kreeg voor het eerst de gestileerde adelaar als motorkap ornament. Verder had het model standaard rembekrachtiging, elektrische ramen, opklapbare middenarmleuningen voor en achter en gewatteerde dashboard-bekleding waren standaard. Op 10 maart 1953 werd de exclusieve Custom Imperial Newport hardtop aan de Imperial-lijn toegevoegd. De productie van de tweedeurs Club coupe werd stopgezet. De Imperial Crown kwam met een 12-volt elektrische systeem in plaats van 6 Volt op de Custom Imperials en Chrysler kwam met zijn eerste volledig automatische transmissie: de Powerflite. In 1953 kreeg het model ook een voorruit uit 1 stuk in plaats van een split window.

 

De 1953 Chrysler Imperial was de eerste productie-auto in twaalf jaar met automatische airconditioning. Ook hiermee was Chrysler sneller dan concurrenten Cadillac, Buick en Oldsmobile die airconditioning toegevoegden als een optie in het 1953 model jaar.

 

1955-1983

In 1955 registreerde Chrysler de Imperial als een apart merk om zo rechtstreeks te concurreren met GM’s Cadillac en de Ford Lincoln, in plaats van GM’s traditionele en lager geprijsde merken Buick en Oldsmobile. Op 28 april 1955 had Chrysler ook nog een primeur met de ontwikkeling en productie van ‘s werelds eerste transistor autoradio in samenwerking met Philco. De radio was een optie op de Imperial-modellen.

 

1967 Chrysler Imperial Crown van Jay Leno.

 

De Imperial werd nog altijd verkocht door Chrysler dealers en er werd geen duidelijke en onderscheidende marketingstrategie gekozen om het merk meer stand alone te promoten waardoor het bleef lijken op de andere Chrysler-modellen. Tussen 1976 en 1978 werden er geen Imperial-modellen geproduceerd, maar de eerdere modellen die in die jaren nog wel werden verkocht kregen de naam “Chrysler New Yorker Brougham”.

 

chrysler new yorker brougham 1978

Chrysler Newyorker Brougham uit 1978.

 

chrysler new yorker brougham 1978 interieur

 

chrysler new yorker brougham 1978 interieur

 

1990-1993

De vroege jaren negentig zag een opleving van de Imperial als een high-end sedan in de Chrysler lineup. In tegenstelling tot de 1955-1983 Imperial was dit gewoon weer een model van Chrysler en niet langer een eigen merk. Onder de Imperial kwam het New Yorker Fifth Avenue model, en daaronder het instapmodel: de New Yorker. De Imperial leek behoorlijk op de Fifth Avenue maar verschilde op een aantal vlakken. De neus van de Imperial neus was meer wigvormig, terwijl de Fifth Avenue een scherper, meer hoekig profiel had. Ook aan de achterzijde had de Imperial rondere lijnen dan de Fifth Avenu. De Imperial kreeg ook achterlichten over de volledige breedte waar de Fifth Avenue kleinere verticale achterlichten kreeg toebedeeld. Het interieur van de Imperial was bekleed met “Kimberly Velvet” (leer was optioneel) zetels en had een meer gestroomlijnde look, terwijl de Fifth Avenue kwam met herkenbare pillow gecapitonneerde stoelen.

 

Deze Imperial bleef begin jaren negentig optisch ongewijzigd. De versie uit 1990 kreeg een 147 PK sterke 3,3 liter V6-motor. Een jaar later werd dit blok vervangen door de grotere 3,8 liter V6 met 150 PK. Beide kregen een automaat als bediening. Verder was het model behoorlijk luxe uitgerust met onder andere automatische klimaat gecontroleerde airconditioning, ABS, Cruise control, airbag voor de bestuurder en zijn aparte Landau vinyl dak. Deze versie had ook de verborgen koplampen vergelijkbaar met de LeBaron coupe/cabriolet en de New Yorker en Fifth Avenue. Optioneel waren de verschillende Infinity sound systemen, allemaal met een cassettespeler, volledig elektronische digitale instrumentenpaneel met informatiecentrum, elektronisch geregelde luchtvering, keyless entry met alarm, geïntegreerde Chrysler mobiele telefoons en een CD-wisselaar.

 

chrysler imperial 1990

Chrysler Imperial uit 1990

 

chrysler imperial 1990 dashboard

digitaal dashboard van de 1993 Imperial.

 




Garages en specialisten

Clubs, fora en verenigingen


Ook interessant