Cadillac de Ville (1949–2005)
De Cadillac is in zijn lange leven uitgegroeid tot een icoon. Het model dat hier het hardst aan heeft bijgedragen is zonder twijfel de tweedeurs Cadillac De Ville die in 1949 als de Coupe DeVille op de markt kwam. Van 1949 tot 1993 werd de “Caddy” het best vertegenwoordigd door dit model.
Cadillac Coupe de Ville uit 1949
Geschiedenis en achtergrond
Het originele Cadillac dat de naam De Ville droeg werd in 1949 geïntroduceerd als een tweezitters hardtop zonder stijlen, en in 1956 aangevuld met een vierdeurs sedan-versie.
De Cadillac DeVille is een full-size luxe auto geproduceerd door Cadillac van 1959 tot 2005. Over acht onderscheiden generaties heen werd de DeVille-naamplaat synoniem met Amerikaanse automotive luxe en stijl. Supercar Nostalgia
De naam DeVille is afgeleid van zijn carrosseriestijling, waarbij ‘DeVille’ ‘stad’ betekent in het Frans — een verwijzing naar de traditionele Coupe de Ville of private korte koets met een gescheiden gebied voor de bestuurder.
Als klassiek en stopgezet model werd de DeVille opgevolgd door de Cadillac DTS (DeVille Touring Sedan) na 2005. De DeVille is opmerkelijk vanwege zijn baanbrekende kenmerken, krachtige V8-motoren en zijn belichaming van Cadillac’s “Standard of the World”-filosofie voor een groot deel van de 20e eeuw.
De Cadillac werd wereldberoemd en niet alleen door het merk, maar ook als onderwerp in muzieknummers, op de televisie en als personages op zichzelf in films. De Deville groeide snel uit tot een van de meest herkenbare auto’s in de wereld. Van Pink Cadillac tot Boss Hogg’s cruiser in the Dukes of Hazzard en “The White Whale” in Hunter Thompson’s Fear and Loathing in Las Vegas.
De eerste generatie Coupe De ville modellen in ’49 kostten destijds maar liefst $3500, maar met een jaar verdubbelde de omzet en het opvolgende jaar verdubbelde de omzet opnieuw. Het model werd veel vergeleken met een boot of torepdo vanwege de ronde voorkant en de vinnen aan de achterzijde. In 1957 introduceerde Cadillac hun historische dual head lamp ontwerp, dat het merk zou blijven voeren tot de late jaren 1980.
Interieur van een Cadillac de Ville uit 1960
Design en interieur
De eerste generatie DeVille onderscheidde zich met zijn scherpe vinnen met dubbele kogelvormige achterlichten. Deze gingen samen met de kenmerkende daklijn, dekseldekpanelen en juweelachtige grillpatronen.
De eerste vijf generaties van 1959 tot 1984 werden allemaal ontworpen door veteraan GM-ontwerper Bill Mitchell, wiens kenmerkende stijl de identiteit van de DeVille voor een kwart eeuw definieerde.
In 2000 ontving de Cadillac DeVille een complete herontwerp en herengineering. Rijdend op een langere 115,3-inch wielbasis was de nieuwe 2000 DeVille een van de eerste productieauto’s ter wereld met LED achterlichten.


Modelvarianten
De meeste bekende versie van een klassieke Coupe De Ville die mensen zullen aanwijzen als een typische Cadillac is de vierde generatie die begin 1959 op de markt kwam. Dit is een op en top de Ville-stijl met vier koplampen en grote vinnen aan de achterzijde. Dit model was niet alleen gegroeid in verkoopcijfers, maar ook in lengte. Tussen 1949 en 1973 werd de auto maar liefst 17 centimeter langer.
Eerste generatie (1959–1960) — tailfin-icoon:
De eerste generatie DeVille had een 6,4-liter motor met 325 pk, plus scriptnaamplaten gesitueerd op het achterspatbord. De enorme vinnen met dubbele kogelvormige achterlichten zijn het meest iconische Amerikaanse autodesign van de jaren vijftig.
Tweede generatie (1961–1964) — rustiger styling:
De tweede generatie DeVille had een schoner, meer ingehouden ontwerp. De prominente vinnen werden aanzienlijk gereduceerd. De standaardmotor was een 6,4-liter V8, verhoogd naar een 7,0-liter V8 voor het modeljaar 1964, waarmee het vermogen naar 340 pk steeg. Een convertible DeVille werd ook aan het gamma toegevoegd.
Derde generatie (1965–1970) — scherpe lijnen:
De derde generatie DeVille behield zijn wielbasis ondanks het herontwerp. De vinnen kregen een licht neerwaartse kant. In plaats van een afgerond uiterlijk had deze Cadillac scherpe carrosserielijnen. In 1968 ontving de DeVille een nieuwe 7,7-liter V8 motor die 375 pk produceerde.


Vierde generatie (1971–1976) — het grootste Cadillac ooit:
De vierde generatie van de Cadillac DeVille was van 1971 tot 1976. Hij zette een interieurbreedterecord dat niet werd gebroken tot de jaren negentig. 8,2-liter V8, 235 pk na emissienormen. Langste en breedste DeVille ooit gebouwd.
Vijfde generatie (1977–1984) — verkleining:
Drastisch verkleind na de oliecrisis. Wielbasis teruggebracht van 3.226 mm naar 2.896 mm. 6,0-liter V8, later de beruchte HT4100 van 4,1-liter — dezelfde problemen als bij de Eldorado. D’Elegance als luxe topvariant.
Zesde generatie (1985–1993) — FWD-transitie:
Overschakelen van een achterwielaandrijving naar een voorwielaandrijving-platform was een geweldig idee, wat leidde tot massaal succes. 4,1-liter later vervangen door de betrouwbaardere 4,5-liter V8. Eerste DeVille met FWD.
Zevende generatie (1994–1999) — Northstar-tijdperk:
De 1994 Cadillac DeVille begon zijn reis aangedreven door een keuze uit twee V8-motoren. De basisversie werd aangedreven door een 4,9-liter motor met 200 pk, terwijl de DeVille Concours-versie werd aangedreven door een 4,6-liter Northstar met 275 pk.
Achtste generatie (2000–2005) — de finale:
De 2000 DeVille reed op een langere 115,3-inch wielbasis en was een van de eerste productieauto’s ter wereld met LED achterlichten. Standaarduitrusting omvatte tri-zone klimaatregeling, automatische achterste niveauregeling, elektronisch kompas en OnStar. DHS en DTS als topvarianten.
Concurrenten
De DeVille was Cadillac’s mainstream model en nestelde zich tussen de Fleetwood en de Calais. Directe concurrenten waren:
- Lincoln Town Car (directe Amerikaans concurrent)
- Buick Park Avenue (goedkoper GM-platform-genoot)
- Chrysler New Yorker / 300M
- Mercedes-Benz E-Klasse (Europese concurrent later)
Opvolgend model
Na het modeljaar 2005 werd de DeVille-naamplaat door Cadillac gepensioneerd. Cadillac’s grootste sedan heette de DTS vanaf 2006. De DTS — DeVille Touring Sedan — erfde het platform en de Northstar-motor maar kon nooit de iconische status van de DeVille evenaren.
Modelinformatie | |
| Merk | Cadillac |
|---|---|
| Model | de Ville (1949–2005) |
| Land | Verenigde staten |
| Start productie | 1958 |
| Einde productie | 2005 |
| (Geschat) productieaantal | 3.200.000 |
| Transmissie | 4-traps automaat |
| Motorspecificatie | 8-cilinder (V8) 4.1L, 4.5L, 4.6L, 6.0L, 6.4L, 7.0L |
| Brandstof | benzine |
| Body Type | Tweedeurs hardtop coupé (Coupe de Ville — 1e t/m 5e generatie), Vierdeurs hardtop / sedan (meest gebouwde variant alle generaties), Tweedeurs convertible (1964–1970) |
Prestaties topmodel | |
| Topmodel | Cadillac DeVille Concours met Northstar V8 (1994–2005) |
| (Geschat) gewicht | 1905 kg |
| Vermogen | 300 pk |
| Koppel | 407 Nm |
| Topsnelheid | 225 km/u |
| Acceleratie 0-100 | 7.5 sec |
Mis je informatie of kom je een foutje tegen, of heb je misschien een mooi verhaal over dit model?
Mail ons, dat wordt enorm gewaardeerd!















