Aston Martin DB1 (2-Litre Sports)
Aston Martin, opgericht in 1913, had het zwaar na de Tweede Wereldoorlog. In 1947 had David Brown Aston Martin gekocht. Hij produceerde zijn eerste prototype auto, de DB1, in 1948 waarvan er uiteindelijk 15 gebouwd zouden worden. Ze werden aangedreven door een viercilinder 2 liter motor.

Geschiedenis en achtergrond
De Aston Martin DB1, officieel bekend als de 2-Litre Sports, verscheen in 1948 en was de eerste Aston Martin onder leiding van David Brown, die het merk een jaar eerder had gekocht. Brown had grootse plannen om Aston Martin weer op de kaart te zetten na de Tweede Wereldoorlog en wilde dat meteen doen met een nieuwe sportwagen. De DB1 werd gepresenteerd op de London Motor Show van 1948 en trok veel bekijks. Toch was het model meer een tussendoortje dan een echt nieuw tijdperk: de basis lag nog in de vooroorlogse ontwerpen, en onderhuids was de techniek eigenlijk al wat gedateerd.
De auto was uitgerust met een 2.0-liter viercilinder motor die Aston Martin in huis had. Hoewel betrouwbaar, was dit blok niet bepaald een snelheidswonder. Het was dan ook duidelijk dat de DB1 vooral bedoeld was om Aston Martin weer in de markt te zetten en als opstap naar betere dingen te dienen. Maar zonder de DB1 had de rest van de DB-lijn nooit bestaan, en alleen al daarom verdient hij zijn plek in de geschiedenis.
Design en interieur
Qua uiterlijk was de DB1 elegant, met ronde, vloeiende lijnen die typisch waren voor het eind van de jaren veertig. Het ontwerp werd verzorgd door Claude Hill en had iets klassieks Brits: een lange motorkap, een lage grille en een achterzijde die bijna bolvormig wegliep. Het was een auto die meer aristocratisch oogde dan agressief.
Binnenin was het interieur sober maar stijlvol. Leren stoelen, een houten stuur en een eenvoudig instrumentarium maakten de DB1 tot een sportwagen met een vleugje klasse. Luxe was het niet in overvloed, maar alles voelde degelijk en met de hand gemaakt aan. Eigenlijk precies wat je verwacht van een sportwagenmerk dat nog maar net overeind was gekrabbeld na de oorlog.
Modelvarianten
De DB1 werd slechts in één carrosserievorm geleverd: als een open two-seater roadster met een stoffen kap die je liever alleen gebruikte als het echt met bakken uit de lucht kwam.
Concurrenten
De DB1 stond in de showroom naast auto’s als de Jaguar XK120, die een flink stuk sneller en moderner was, en de Healey Silverstone, die lichter en sportiever was. In dat opzicht had de DB1 het lastig, maar als visitekaartje voor Aston Martin deed hij zijn werk.
Omdat er maar 15 zijn gebouwd, is de DB1 tegenwoordig een extreem zeldzame verschijning. Als er eentje opduikt bij een veiling, gaan de prijzen richting absurd. Het is alsof je een Pokémon-kaart uit de eerste editie vindt, maar dan op wielen.
De opvolger van de DB1 was de Aston Martin DB2 (1950). Die maakte gebruik van de veel krachtigere zes-in-lijn motor van Lagonda en zette Aston Martin écht op de kaart als sportwagenbouwer. De DB1 kan dus gezien worden als de voorzichtige eerste stap richting grootse successen.
MODELINFORMATIE
PRESTATIES TOPMODEL
Aston Martin modellen
Garages en specialisten
- Hier kan uw bedrijf staan
- Speed 8 Classics - Mallespecialist
- Stalling Bollenstreek - Voorhoutspecialist
- Stoffeerderij C. van Straaten en Zn. - Woerdenspecialist
- Tony de Bruijn bekledingen - Roosendaalspecialist
- Witmer & Odijk - Warmondspecialist
Clubs, fora en verenigingen
- Aston Martin Owners Club section Holland
- Koninklijke Nederlandse Automobiel Club
- La Licorne Club Nederland
- Oldtimer en Classic Car Club Heel
- Veenendaalse Oldtimer Club
- Vlaamse Vehikel Klub















